Tijdelijke vervangingen vanaf het schooljaar 1981-1982 in wervings- en selectieambten van het onderwijzend personeel, het paramedisch personeel, het hulpopvoedend personeel en het administratief personeel

  • referentie
    NO/100/PB/SA/1101
  • publicatiedatum
    01/07/1981
  • datum laatste wijziging
    06/10/2000
  • wettelijke basis
    Koninklijk besluit van 30 december 1959 betreffende de ziekte- en bevallingsverloven der leden van het personeel uit het Rijksonderwijs

Het koninklijk besluit van 30 december 1959 betreffende de ziekte- en bevallingsverloven der leden van het personeel uit het rijksonderwijs bepaalt in zijn artikel 9 het minimum aantal dagen vereist om een bezoldigde of betoelaagde vervanging toe te laten.

De Heer Minister van Onderwijs en de Heer Minister, Adjunct voor Onderwijs, dragen mij op U DRINGEND mede te delen dat, in afwachting van een Koninklijk Besluit dat deze materie regelt, voor personeelsleden behorend tot de onder referte vermelde categorieën, die minder dan 10 werkdagen afwezig zijn geen tijdelijke vervangingen meer bezoldigd of betoelaagd worden.

Hierop wordt de volgende uitzondering gemaakt voor het buitengewoon en gewoon lager en kleuteronderwijs : er mag onmiddellijk een tijdelijke leerkracht aangesteld of aangevraagd worden in elke vestigingsplaats (wijkschool) van elke school:

  • in het gewoon basisonderwijs: indien u in een vestigingsplaats per onderwijsniveau minder dan 72 lestijden inricht in het ambt van onderwijzer of kleuteronderwijzer;
  • in het buitengewoon basisonderwijs: indien u in een vestigingsplaats per onderwijsniveau minder dan 66 lestijden inricht in het ambt van onderwijzer ASV of kleuteronderwijzer ASV.

Alvorens, met het oog op een tijdelijke vervanging tot aanwerving over te gaan, moet elke inrichtende macht van het gesubsidieerd onderwijs, elk personeelslid terug in dienst roepen dat zij overeenkomstig de bepalingen van het K.B. van 27 juli 1976 wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking heeft gesteld.

Voor het rijksonderwijs dienen, zoals gebruikelijk, bij voorrang personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking of die boventallig zijn, voorgedragen te worden als kandidaat. Zulks betekent dat de voorschriften van de omzendbrief van 12 juni 1981 nr. BP/17/81 sub II, 2, e vervallen.