Administratief personeel, meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksonderwijsinrichtingen onderworpen aan het statuut van 29 augustus 1966. Afwezigheden van lange duur gewettigd door familiale redenen. Wet van 4 augustus 1978 tot economische heroriëntering. Gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden

  • referentie
    NO/202/CR/SH/AS/MPV
  • publicatiedatum
    (05/01/1982)
  • datum laatste wijziging
    06/10/2000
  • wettelijke basis
  • opheffing
    omzendbrief van 21-2-1979

Ingevolge het KB van 4-7-1983 (wijziging aan KB 20-12-1976) wordt de duur waarvoor de afwezigheid kan worden bekomen en de leeftijd van het kind waarop de afwezigheid alleszins een einde neemt, verhoogd met twee jaar (zie omzendbrief van 17-10-1983, kenmerk NO/201/CR/SH/AS/ID).

De afwezigheden van lange duur gewettigd door familiale redenen voor de leden van het administratief personeel, het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksonderwijsinrichtingen die onderworpen zijn aan het statuut van 29 augustus 1966, worden geregeld bij koninklijk besluit van 20 december 1976 (B.S. 20-4-1977), aangevuld bij koninklijk besluit van 15 december 1978 (B.S. 17-2-1979).

Ingevolge de bepalingen van titel V (Gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen en ten aanzien van de toegang tot een zelfstandig beroep) van de wet van 4 augustus 1978 tot economische heroriëntering, werd voorgaand artikel 1, eerste lid, gewijzigd (K.B. 10-2-1981, B.S. 28-3-1981, uitwerking 1-4-1981).

Op grond van deze laatste tekst kunnen voortaan zowel de vrouwelijke als de mannelijke personeelsleden de machtiging bekomen afwezig te zijn om zich aan hun eigen kinderen te wijden of aan een kind dat zij hebben opgenomen na een adoptieakte of een overeenkomst van pleegvoogdij te hebben ondertekend.

In verband met de hier bedoelde afwezigheden vestig ik nog de aandacht op het volgende :

1. Voor zover dit met het belang van de onderwijsinrichting kan worden overeengebracht, kan een vastbenoemd personeelslid, onder de sub 2 en 3 hierna gestelde voorwaarden, de toepassing van het koninklijk besluit van 20 december 1976, zoals het gewijzigd werd, aanvragen voor het verzorgen van de opvoeding van ieder van de eigen kinderen en van de geadopteerde kinderen.

Het zou inderdaad onbillijk zijn indien deze sociale maatregel slechts voor één kind zou worden toegekend.

Hij werd immers getroffen ten voordele van het kind zodat het met de ratio legis van het koninklijk besluit overeenstemt dat een personeelslid tijdens zijn loopbaan meermaals van de geboden mogelijkheid kan gebruik maken.

2. De afwezigheid van lange duur gewettigd door familiale redenen kan slechts worden toegestaan aan het vastbenoemd personeelslid dat in dienstactiviteit is.

Een personeelslid dat ter beschikking gesteld is, zal op deze mogelijkheid geen beroep kunnen doen, zolang het niet werd opgeroepen voor het vervullen van een ambt.

3. Voor hetzelfde kind moet de afwezigheid een doorlopende periode omvatten, d.i. zonder tussenliggende perioden van diensthernemingen.

4. De machtiging om afwezig te zijn kan worden verleend zodra een kind werd opgenomen ingevolge de ondertekening van een adoptieakte of een overeenkomst van pleegvoogdij; het is niet nodig dat de procedure die leidt tot de adoptie of de pleegvoogdij daadwerkelijk voltooid is.