Het uitreiken van het getuigschrift basisonderwijs

  • referentie
    BaO/98/11
  • publicatiedatum
    21/12/1998
  • datum laatste wijziging
    25/08/2017
  • wettelijke basis
    Het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997: de artikelen 37/1 t.e.m. 37/3 zoals ingevoegd door het decreet rechtspositie leerlingen van 4 april 2014, en de artikelen 53 tot en met 57quater, zoals laatst gewijzigd bij Onderwijsdecreet XXVII van 30 juni 2017.  
  • wettelijke basis
    Het besluit van de Vlaamse regering van 24 november 1998 betreffende de regels voor het uitreiken van het getuigschrift van basisonderwijs en het vastleggen van de vorm ervan, zoals laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 3 juli 2015.
  • opheffing
    De omzendbrief van 28 april 1993 (OND/II/2.2./MB/LL090493-5)
  • contactpersoon
  • In deze omzendbrief worden de richtlijnen omtrent het uitreiken van het getuigschrift basisonderwijs meegegeven die gelden voor zowel het gewoon als het buitengewoon basisonderwijs. De specifieke (aanvullende) richtlijnen voor het buitengewoon basisonderwijs vindt u in de omzendbrief BaO/2002/2, Procedure gelijkwaardige leerdoelen en getuigschrift basisonderwijs in het buitengewoon basisonderwijs.
  • Sinds 1 september 2014 moet de beroepsprocedure tegen het niet behalen van het getuigschrift basisonderwijs beantwoorden aan een aantal vereisten, zoals vastgelegd in het decreet rechtspositie leerlingen.
  • Sinds 1 september 2015 is er een wijziging aan de norm voor de toekenning van het getuigschrift basisonderwijs. De modellen voor het getuigschrift, te gebruiken sinds het schooljaar 2015-2016, zijn bij deze omzendbrief gevoegd.
  • In het kader van het streven naar planlastvermindering is sinds 1 september 2015 de procedure voor de toekenning van het getuigschrift vereenvoudigd: scholen moeten geen lijsten en geen afzonderlijk dossier per leerling meer samenstellen. Enkel de notulen met de beraadslaging van de klassenraad blijven behouden.
  • Vanaf 1 september 2017 , dus voor het eerst in juni 2018, moeten leerlingen die het getuigschrift basisonderwijs niet krijgen een getuigschrift van bereikte doelen ontvangen.
  • Het getuigschrift basisonderwijs kan ook behaald worden via een examencommissie
  • Aan leerlingen uit het buitengewoon lager onderwijsen aan leerlingen met een individueel aangepast curriculum in het gewoon lager onderwijs kan het getuigschrift basisonderwijs uitgereikt worden als de voor deze leerlingen vooropgestelde leerdoelen door de onderwijsinspectie als gelijkwaardig worden beschouwd met die van het gewoon lager onderwijs (zie omzendbrief BaO/2002/2, Procedure gelijkwaardige leerdoelen en getuigschrift basisonderwijs in het buitengewoon basisonderwijs).

1. Toekenning van het getuigschrift basisonderwijs

1.1. Wie reikt het getuigschrift basisonderwijs uit?

Schoolbesturen van erkende, gefinancierde en gesubsidieerde scholen kunnen het getuigschrift basisonderwijs uitreiken aan regelmatige leerlingen uit het gewoon lager onderwijs. De uitreiking gebeurt op voordracht en na beslissing van de klassenraad en kan enkel aan leerlingen die vóór 1 januari van het lopende schooljaar al acht jaar geworden zijn.

Aan leerlingen uit het buitengewoon lager onderwijs kan het getuigschrift basisonderwijs uitgereikt worden indien de leerdoelen van het gevolgde handelingsplan door de onderwijsinspectie als gelijkwaardig worden beschouwd met die van het gewoon lager onderwijs (zie punt 4).

1.2. Waarop baseert de klassenraad zich om te beslissen of een leerling het getuigschrift basisonderwijs krijgt?

De klassenraad oordeelt autonoom of een leerling het getuigschrift basisonderwijs bekomt. De klassenraad bekijkt daarbij of de leerling in voldoende mate de doelen uit het leerplan die het bereiken van de eindtermen beogen bereikt heeft.

Om meer uniformiteit te bereiken inzake de toekenning van het getuigschrift basisonderwijs, wordt dit getuigschrift vanaf 1/9/2015 dus gekoppeld aan die leerplandoelen die beogen de eindtermen te bereiken. De eindtermen zijn immers wat door de Vlaamse samenleving (na een breed maatschappelijk debat) beschouwd wordt als de minimumdoelen voor het basisonderwijs en die ook door het Vlaams parlement bekrachtigd zijn.

Leerplannen moeten op een herkenbare wijze de leergebiedgebonden eindtermen en ontwikkelingsdoelen bevatten (artikel 45 van het decreet basisonderwijs). Leerplannen kunnen evenwel ook andere doelen bevatten. De koppeling tussen het getuigschrift en die doelen uit het leerplan die het bereiken van de eindtermen beogen, impliceert zeker niet dat scholen geen andere doelen meer mogen aanbieden bovenop (verdiepend) of naast (verbredend) de eindtermen. Het blijft de bedoeling dat elke leerling zo ver mogelijk gebracht wordt. Dit staat los van de meer uniforme waarde die inzake het getuigschrift basisonderwijs nagestreefd wordt. Het staat scholen ook vrij om in hun evaluatiedocumenten aan te geven wat de leerling bovenop het getuigschrift basisonderwijs reeds bereikt heeft. Dit kan evenwel niet op het getuigschrift basisonderwijs aangebracht worden aangezien hiervoor niet afgeweken kan worden van de voorziene modellen (zie punt 6 en 7).

De klassenraad bekijkt bij de toekenning van het getuigschrift basisonderwijs naar het totaalbeeld van het kind, het gaat dus noch om een verenging tot enkele leergebieden, noch om een ‘afvinken’ van alle leerplandoelen.

1.3. Welke procedure volgt de klassenraad?

Na 20 juni beslist de klassenraad op grond van alle beschikbare informatie over de toekenning van het getuigschrift van basisonderwijs. Sinds het schooljaar 2015-2016 moet hiertoe geen afzonderlijk dossier per leerling meer aangelegd worden.

De beraadslaging van de klassenraad wordt schriftelijk vastgelegd. Elk lid van de klassenraad is tot geheimhouding daarover verplicht.

De notulen van de beraadslaging van de klassenraad worden opgenomen in een speciaal register en worden gedurende 15 jaar op school bewaard, waar ze door de onderwijsinspectie kunnen geraadpleegd worden. In dit register worden naast de naam, voornaam en geboortedatum van elke leerling vermeld of het getuigschrift basisonderwijs al dan niet werd uitgereikt. Sinds het schooljaar 2015-2016 zijn dus ook de afzonderlijke lijsten vervallenwaarop deze gegevens genoteerd dienden te worden.


De notulen worden ondertekend door de voorzitter en alle leden van de klassenraad. 

De beslissing omtrent het toekennen van het getuigschrift basisonderwijs wordt uiterlijk op 30 juni aan de ouders meegedeeld.

1.4. Wat als een leerling het getuigschrift basisonderwijs niet behaalt?

Elke leerling die het getuigschrift basisonderwijs bij het voltooien van het lager onderwijs niet behaalde,kreeg tot en met het schooljaar 2016-2017 een verklaring met de vermelding van het aantal en de soort van gevolgde schooljaren lager onderwijs, afgeleverd door de directie. Naast deze verklaring had de leerling recht op een schriftelijke motivering met inbegrip van bijzondere aandachtspunten voor de verdere schoolloopbaan.

Vanaf het schooljaar 2017-2018 krijgen leerlingen die het getuigschrift basisonderwijs niet behalen, een getuigschrift dat aangeeft welke doelen de leerling wel heeft bereikt . Meer informatie hierover wordt opgenomen in deze omzendbrief na goedkeuring van het besluit van de Vlaamse Regering (vermoedelijk eind 2017) dat de modaliteiten, de vorm en de procedure tot aflevering van het getuigschrift basisonderwijs en het getuigschrift bereikte doelen verder zal bepalen.

Tegen het niet verkrijgen van het getuigschrift basisonderwijs kan door de ouders beroep aangetekend worden (zie punt 4 van deze omzendbrief).

1.5. Bijkomende procedurestap in het buitengewoon lager onderwijs en voor leerlingen met een individueel aangepast curriculum (IAC) in het gewoon lager onderwijs

De procedure in het buitengewoon lager onderwijs en voor leerlingen met een IAC loopt gelijk aan die voor het gewoon lager onderwijs, alleen dient voorafgaand bij de onderwijsinspectie een gelijkwaardigheid van de voor deze leerlingen vooropgestelde leerdoelen met die van het gewoon lager onderwijs aangevraagd worden. Zie hiervoor de omzendbrief BaO/2002/2, Procedure gelijkwaardige leerdoelen en getuigschrift basisonderwijs in het buitengewoon basisonderwijs.

2. Inhouden van het getuigschrift basisonderwijs en het getuigschrift bereikte doelen, bijvoorbeeld bij onbetaalde schoolfacturen

Het getuigschrift basisonderwijs en bereikte doelen, evenmin als de rapporten, kan om geen enkele reden ingehouden worden, ook niet omwille van onbetaalde schoolfacturen.

3. Wat bij overlijden of naamsverandering van de leerling, of bij het verloren gaan van een getuigschrift (…)?

Wanneer een leerling overlijdt in het schooljaar waarin hij normaliter een getuigschrift (…) zou ontvangen hebben, dan kan de klassenraad alsnog beslissen om het getuigschrift (…) postuum aan deze leerling toe te kennen.

Wanneer een getuigschrift (...) verloren gegaan is, dan kan de school een attest uitreiken ter vervanging van het verloren getuigschrift. Het attest vermeldt de datum van de uitreiking van het getuigschrift.

Wie een wijziging van naam en voornaam verkregen heeft op basis van de ter zake geldende wetgeving, kan bij de school die het getuigschrift heeft uitgereikt of bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten een nieuw getuigschrift met de nieuwe naam aanvragen. Bij de aanvraag moet het oorspronkelijke getuigschrift (…) ingeleverd worden en moeten ook stukken worden toegevoegd die de naamswijziging aantonen.

4. Overleg en beroepsmogelijkheid bij het niet verkrijgen van het getuigschrift vanaf 1 september 2014

4.1. Wie kan er beroep indienen tegen het niet verkrijgen van het getuigschrift basisonderwijs?

Elke ouder die niet akkoord gaat met het niet verkrijgen van het getuigschrift basisonderwijs, kan beroep indienen, op voorwaarde dat er eerst overleg is geweest met de school. Met ouder wordt bedoeld de persoon die het ouderlijk gezag uitoefent of in rechte of in feite de minderjarige onder zijn bewaring heeft.

4.2. Wat houdt het overleg dat moet voorafgaan aan de beroepsprocedure in?

Ouders die niet akkoord gaan met het niet verkrijgen van het getuigschrift basisonderwijs, kunnen een overleg vragen met de directeur (of zijn afgevaardigde). De bedoeling van dit overleg is om alsnog tot een overeenkomst te komen zonder dat de formele beroepsprocedure opgestart moet worden.

De termijn waarbinnen dit overleg moet plaatsvinden, is vastgelegd in het schoolreglement. De school kan dit overleg niet weigeren en er moet een schriftelijke verslag van gemaakt worden.

Na dit overleg kan de directeur (of zijn afgevaardigde) beslissen om de klassenraad opnieuw te laten samenkomen. De klassenraad kan dan het getuigschrift alsnog toekennen of bij de oorspronkelijke beslissing blijven.

De beslissing van de directeur (of zijn afgevaardigde) om de klassenraad niet samen te laten komen of, in geval de klassenraad wel samenkomt, de beslissing van de opnieuw samengekomen klassenraad, moet door de ouders schriftelijk in ontvangst genomen worden op een datum die voorzien is in het schoolreglement.  Als de ouders de beslissing op deze datum niet in ontvangst nemen, wordt ze toch geacht in ontvangst genomen te zijn.

Wanneer de ouders niet akkoord gaan met de beslissing (hetzij om de klassenraad niet bijeen te roepen, hetzij om het getuigschrift niet toe te kennen), dan wijst de school de ouders schriftelijk op de mogelijkheid tot beroep bij de beroepscommissie. Als het getuigschrift wel toegekend wordt, dan zullen de ouders genoegdoening hebben en zal de procedure hier stoppen.

4.3. Bij wie en hoe kunnen de ouders het beroep instellen?

De ouders stellen het beroep in bij het schoolbestuur. Ze dateren en ondertekenen het beroep en vermelden ten minste het voorwerp van het beroep, met beschrijving van de feiten en met een motivering van de bezwaren die ze inroepen. Ze kunnen overtuigingsstukken bijvoegen.

4.4. Hoe is de beroepscommissie samengesteld?

Het schoolbestuur richt de beroepscommissie op en bepaalt ook de samenstelling. Het schoolbestuur moet zich daarbij wel aan een aantal bepalingen houden:

  • er moeten zowel interne leden als externe leden in de beroepscommissie zetelen.
    Interne leden zijn leden van de klassenraad die beslist hebben het getuigschrift basisonderwijs niet toe te kennen. Als intern lid moet in elk geval de directeur of zijn afgevaardigde in de beroepscommissie zetelen. Een lid van het schoolbestuur wordt ook beschouwd als een intern lid en kan (moet niet) in de beroepscommissie zetelen.
    Externe leden zijn personen die niet behoren tot het betrokken schoolbestuur en ook niet behoren tot de school die het getuigschrift basisonderwijs niet uitgereikt heeft.

Voor meer informatie over wie als intern en extern lid beschouwd kan worden, zie de omzendbrief http://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=14691, punt 5.5.


Wie vanuit zijn hoedanigheid zowel als intern als extern lid beschouwd kan worden, wordt geacht een intern lid te zijn. Een voorbeeld hiervan is een ouder die in het schoolbestuur zit (intern lid) maar ook in de ouderraad (extern lid, zie hierna).
Leden van de ouderraad of – met uitzondering van het personeel – leden van de schoolraad van de betrokken school (dus de school die het getuigschrift basisonderwijs niet uitreikt), worden geacht een extern lid te zijn (tenzij ze behoren tot de categorie die zowel als intern als extern lid beschouwd kunnen worden, dan worden ze geacht een intern lid te zijn.

  • Het schoolbestuur duidt de voorzitter aan onder de externe leden.

De samenstelling van een beroepscommissie kan per te behandelen dossier verschillen. Binnen de behandeling van één dossier kan de samenstelling niet wijzigen. 

4.5. Hoe werkt de beroepscommissie?

De werking van de beroepscommissie, ook de stemprocedure, wordt bepaald door het schoolbestuur. Wel moeten volgende bepalingen in acht genomen worden.

Leden van de beroepscommissie zijn aan discretieplicht onderworpen. Ze zijn allen stemgerechtigd. Bij stemming moet het aantal stemgerechtigde interne leden en het aantal stemgerechtigde externe leden gelijk zijn. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

Bij de behandeling van een dossier hoort de beroepscommissie in elk geval de ouders in kwestie. De beroepscommissie kan ook één of meer leden van de klassenraad horen. De beroepscommissie beslist verder autonoom over de stappen die worden gezet om tot een gefundeerde beslissing te komen. Ze oordeelt of de genomen beslissing alleszins in overeenstemming is met de regelgeving en met het schoolreglement.

De werking van een beroepscommissie kan geen afbreuk doen aan de statutaire rechten van individuele personeelsleden van het onderwijs.

4.6. Welke beslissing kan de beroepscommissie nemen?

De beroepscommissie kan het beroep afwijzen op grond van onontvankelijkheid onder de volgende voorwaarden:

  • de termijn voor indiening van het beroep is overschreden. Deze termijn is opgenomen in het schoolreglement;
  • het beroep voldoet niet aan de vormvereisten, eveneens opgenomen in het schoolreglement.

Deze afwijzing van het beroep moet gemotiveerd worden.

Indien het beroep ontvankelijk is, kan de beroepscommissie tot de beslissing komen dat het getuigschrift basisonderwijs toch uitgereikt wordt, of de eerste beslissing tot niet uitreiking van het getuigschrift bevestigen.

4.7. Is het schoolbestuur verplicht de beslissing van de beroepscommissie te aanvaarden?

Het schoolbestuur is inderdaad verplicht de beslissing van de beroepscommissie te aanvaarden. Het schoolbestuur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor de beslissing van de beroepscommissie.

4.8. Wanneer worden ouders op de hoogte gebracht van de beslissing van de beroepscommissie?

De ouders worden uiterlijk op 15 september die volgt op het niet uitreiken van het getuigschrift basisonderwijs schriftelijk op de hoogte gebracht van de beslissing van de beroepscommissie.

5. De examencommissies

Iedereen die ten minste negen jaar is, kan het getuigschrift behalen via een examencommissie.

De scholen die fungeren als examencommissie alsook de richtlijnen voor inschrijving vindt u op de website van het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming: https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/examencommissies.

Jongeren of volwassenen die hun getuigschrift via een examencommissie willen behalen, kiezen zelf in welke school ze zich aanbieden.

Deze betrokken scholen worden door de onderwijsinspectie begeleid bij de organisatie en het verloop van de examens.

6. Modellen

Sinds het schooljaar 2015-2016 dienen de modellen 1 en 2, die u als bijlagen bij deze omzendbrief vindt, gebruikt te worden. Vanaf het schooljaar 2017-2018 zal ook een model van getuigschrift van bereikte doelen ter beschikking gesteld worden, alsook een aangepast model voor het getuigschrift basisonderwijs. Deze modellen zullen ter beschikking gesteld worden na goedkeuring van het onder 1.4 vermelde besluit van de Vlaamse Regering (vermoedelijk eind 2017).

De school staat zelf in voor het drukken van de getuigschriften uitgereikt door het schoolbestuur. Ze worden gemaakt op stevig wit papier van A4-formaat.

Bij het invullen van de voornaam, de familienaam, geboortedatum en geboorteplaats maakt men best gebruik van een officieel document.

De officiële voornaam van de leerling dient ingevuld, niet de roepnaam.

De getuigschriften worden ondertekend:

  • door de voorzitter van de klassenraad of de voorzitter van de examencommissie;
  • door tenminste de helft van de leden van de klassenraad of tenminste de helft van de leden van de examencommissie;
  • door de houd(st)er van het getuigschrift;
  • voor het schoolbestuur.

De voorzitter van het schoolbestuur kan de bevoegdheid om de getuigschriften te ondertekenen delegeren aan een andere persoon, mits deze delegatie schriftelijk vast te leggen. De handtekening van de voorzitter van het schoolbestuur kan ook vervangen worden door zijn stempel of, bij delegatie door de stempel van de persoon aan wie hij de bevoegdheid om te ondertekenen gedelegeerd heeft.

Wat het Gemeenschapsonderwijs betreft kan de algemeen directeur van de scholengroep het getuigschrift ondertekenen namens het schoolbestuur zonder schriftelijk vastgelegde delegatie. Artikel 30, §3 van het bijzonder decreet betreffende het Gemeenschapsonderwijs machtigt hem/haar hiertoe.

In gemeentescholen is het schoolbestuur, wat de dagelijkse werking betreft, het college van burgemeester en schepenen. Het getuigschrift basisonderwijs moet dus ondertekend worden door de burgemeester of een schepen en moet mede ondertekend worden door de gemeentesecretaris. Het college kan haar bevoegdheid voor de ondertekening van de getuigschriften basisonderwijs delegeren aan de gemeentesecretaris (art. 58, eerste lid, Gemeentedecreet). De gemeentesecretaris kan die bevoegdheid en/of zijn bevoegdheid tot medeondertekening verder delegeren aan een personeelslid bijv. aan de schooldirecteur (art. 184, Gemeentedecreet).

7. Bijlagen