Programmatie en Rationalisatie in het Gewoon Basisonderwijs

1. Basisprincipes

De reglementering over de programmatie en rationalisatie is van toepassing op de gefinancierde en gesubsidieerde scholen.

1.1. Bevolkingsdichtheid

De programmatie- en rationalisatienormen voor scholen, niveaus en vestigingsplaatsen zijn afhankelijk van de bevolkingsdichtheid van de gemeente. Er wordt gewerkt met drie categorieën: de normen die gelden voor gemeenten met minder dan 75 inwoners per km², de normen die gelden voor gemeenten met 75 tot 500 inwoners per km² en de normen die gelden voor gemeenten met meer dan 500 inwoners per km².

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn de gehanteerde programmatie- en rationalisatienormen voor scholen, niveaus en vestigingsplaatsen deze die gelden voor gemeenten met minder dan 75 inwoners per km².

Scholen verbonden aan een Centrum voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning en alle scholen rechtstreeks verbonden aan internaten voor kinderen van wie de ouders geen vaste verblijfplaats hebben, worden geacht in een gemeente met minder dan 75 inwoners per km² gelegen te zijn.

Voor een school met vestigingsplaatsen in verschillende gemeenten, geldt als regel:

De totale bevolking van deze gemeen ten

De totale oppervlakte uitgedrukt in km²

Voor een vestigingsplaats behorend tot dergelijke school wordt de bevolkingsdichtheid in aanmerking genomen van de gemeente waarin die vestigingsplaats ligt.

De lijst met de gegevens over de bevolkingsdichtheid van de gemeenten vindt u terug in bijlage 3.

1.2. Geïsoleerdheid

De rationalisatienormen zijn verschillend naargelang een school of vestigingsplaats al dan niet geïsoleerd is.

Een geïsoleerde school is een school voor gewoon kleuteronderwijs, lager onderwijs of basisonderwijs waarvan elke vestigingsplaats op een bepaalde afstand gelegen is van elke andere school voor gewoon kleuteronderwijs, lager onderwijs of basisonderwijs of vestigingsplaats van een andere school voor gewoon kleuteronderwijs, lager onderwijs of basisonderwijs van dezelfde groep waar onderwijs van hetzelfde niveau gegeven wordt.

In gemeenten met een bevolkingsdichtheid tot en met vijfhonderd inwoners per km² is de afstand 3 kilometer, in gemeenten met een bevolkingsdichtheid van meer dan vijfhonderd inwoners per km² is de afstand twee kilometer.

Een geïsoleerde vestigingsplaats is een vestigingsplaats voor gewoon kleuteronderwijs, lager onderwijs of basisonderwijs die op ten minste 2 kilometer gelegen is van elke andere vestigingsplaats voor gewoon kleuteronderwijs, lager onderwijs en basisonderwijs van dezelfde groep waar onderwijs op hetzelfde niveau gegeven wordt. Deze vestigingsplaats blijft geïsoleerd als er op basis van de vrije keuze een school binnen een straal van twee kilometer wordt opgericht.

Naargelang de aard van het schoolbestuur werden om de geïsoleerdheid vast te stellen de kleuterscholen, lagere scholen en basisscholen ingedeeld bij de volgende groepen:

  • - scholen van het gemeenschapsonderwijs;
  • - officiële scholen (van de provincies en de gemeenten);
  • - vrije katholieke scholen;
  • - vrije protestantse scholen;
  • - vrije israëlitische scholen;
  • - vrije islamitische scholen;
  • - vrije orthodoxe scholen;
  • - vrije anglicaanse scholen;
  • - vrije niet-confessionele scholen.

Om de afstand tussen de scholen en de vestigingsplaatsen te meten wordt er geen rekening gehouden met wegomleggingen, verkeersvrije straten en eenrichtingsverkeer. Als de kortste weg via een autosnelweg loopt, wordt deze niet in aanmerking genomen voor het vaststellen van de afstand tussen scholen en vestigingsplaatsen.

De afstand wordt gemeten van schoolpoort tot schoolpoort, op de as van de rijbaan. Het begrip “rijbaan” wordt omschreven in artikel 2.1 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer. Bij betwisting kan het schoolbestuur de afstand op eigen kosten laten meten door een beëdigd landmeter.

Alleen scholen of vestigingsplaatsen die bij het van kracht worden van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 geïsoleerd zijn op basis van het koninklijk besluit van 2 augustus 1984, kunnen aanspraak maken op de lagere normen voorzien voor geïsoleerde scholen en vestigingsplaatsen. Elk schooljaar wordt opnieuw nagegaan of deze school en/of vestigingsplaatsen nog geïsoleerd blijven om aanspraak te blijven maken op deze normen.

1.3. De teldag of telperiode

De teldag voor het behalen van de programmatienormen, bij de oprichting van een basisschool, is de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar. Deze teldag geldt voor het schooljaar van de oprichting en de vijf daaropvolgende schooljaren. Uiteraard tellen ook fusiescholen waar programmatiescholen bij betrokken zijn op de eerste schooldag van oktober (zie punt 5).

Na de programmatieperiode van de school dienen de scholen te voldoen aan de rationalisatienormen. De teldag voor het behalen van de rationalisatienormen is de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar. Deze teldag geldt ook bij een fusie zonder herstructurering (zie punt 5).

Bij een herstructurering is de teldag voor rationalisatie de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar. Deze teldag geldt enkel voor het schooljaar van de herstructurering. Deze teldag geldt ook bij een fusie met herstructurering (zie punt 5).

De teldag geldt steeds voor de hele school. Een school die op de teldag een pedagogische studiedag inricht of een facultatieve verlofdag plant, telt toch op de voorziene teldag. Meer informatie hieromtrent is terug te vinden in de omzendbrief: “Controle van de leerlingen in het gewoon basisonderwijs”.

Uitzonderingen:

- De telperiode voor een bestaande CKG school die geen herstructurering doorvoert is: de periode van twaalf maanden die voorafgaat aan de eerste schooldag van februari van het jaar waarin het betrokken schooljaar een aanvang neemt.

- Voor een CKG school in herstructurering: de eerste dertig dagen te rekenen vanaf de herstructurering.

1.4. Principes bij het tellen van de leerlingen

De leerlingen die voor de telling in aanmerking komen zijn de regelmatige leerlingen die op de teldag zijn ingeschreven.

In scholen met verschillende vestigingsplaatsen worden de leerlingen van elke vestigingsplaats afzonderlijk geteld voor de rationalisatienorm van de vestigingsplaats. Voor de programmatie- of rationalisatienorm van de school worden de leerlingen van alle vestigingsplaatsen samengeteld.

In scholen met verschillende onderwijsniveaus worden de leerlingen van elk niveau afzonderlijk geteld.

In scholen met twee taalafdelingen worden de leerlingen van beide afdelingen opgeteld om te voldoen aan het gestelde bevolkingsminimum voor het behoud van de school. Voor het behoud van de afdeling moet echter voldaan zijn aan het bevolkingsminimum voor een vestigingsplaats.

Een praktisch schematisch overzicht van alle teldata bevindt zich in bijlage 4 ‘Overzicht van de verschillende teldata in het gewoon basisonderwijs’.

1.5. Begrip regelmatige leerling

Een regelmatige leerling in het gewoon basisonderwijs is een leerling die:

  • voldoet aan de leeftijdsvoorwaarden (zie ook omzendbrief BaO/2001/10, toelatingsvoorwaarden leerlingen in het gewoon basisonderwijs, van 10 augustus 2001);
  • slechts in één school is ingeschreven behalve wanneer het kind ook ingeschreven is in een school voor type 5;
  • in het lager onderwijs of als leerplichtige in het kleuteronderwijs, behoudens gewettigde afwezigheid, aanwezig is en, behoudens vrijstelling, deelneemt aan alle onderwijsactiviteiten die voor hem of zijn leerlingengroep worden georganiseerd.

Een kleuter wordt toegelaten in het kleuteronderwijs en wordt als regelmatige leerling beschouwd vanaf de instapdatum volgend op de datum waarop het de leeftijd van twee jaar en zes maanden bereikt heeft. (De instapdata zijn terug te vinden in de omzendbrief BaO/2001/10, toelatingsvoorwaarden leerlingen in het gewoon basisonderwijs, van 10 augustus 2001).

2. Oprichting van een school / programmatie

Scholen voor gewoon basisonderwijs tellen gedurende hun eerste zes bestaansjaren op de eerste schooldag van oktober voor de programmatienormen. 

Een school kan tijdens de eerste zes bestaansjaren worden gefinancierd of gesubsidieerd (zie ook omzendbrief “Erkenning, financiering en subsidiëring van scholen”) indien zij op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar de volgende programmatienormen bereikt:

 

categorie A: 

gemeenten met m inder dan 75 inwoners per km² 

categorie B: gemeenten met 75 tot 500 inwoners per km² 

categorie C: gemeenten met meer dan 500 inwoners per km² 

eerste bestaansjaar 

25 

37 

50 

tweede bestaansjaar 

40 

60 

80 

derde bestaansjaar 

55 

82 

110 

vierde bestaansjaar 

60 

89 

120 

vijfde bestaansjaar 

65 

97 

130 

zesde bestaansjaar 

70 

105 

140 

Er bestaan enkel normen voor de totaliteit van de school en niet voor vestigingsplaatsen of onderwijsniveaus.

Een nieuw opgerichte school die op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar het vereiste schoolbevolkingsminimum niet bereikt wordt met ingang van 1 september van hetzelfde schooljaar niet langer gefinancierd of gesubsidieerd. Het staat het schoolbestuur vrij de school op te heffen ofwel ze in stand te houden als erkende school die getuigschriften kan afleveren.

Specifieke gevallen:

  • Een vrije keuzeschool voldoet aan de programmatienorm indien 16 regelmatige leerlingen zijn ingeschreven op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar.

3. Rationalisatie

Om na de programmatieperiode van de school nog gefinancierd of gesubsidieerd te blijven, moeten scholen en vestigingsplaatsen per onderwijsniveau op de teldag de volgende rationalisatienormen bereiken:

 

Gemeente met minder dan 75 inwoners per km² (categorie A) 

Gemeente met 

75 tot 500 

inwoners per km² 

(categorie B) 

Gemeente met meer dan 500 

inwoners per km² 

(categorie C) 

 

Basis 

Basis 

K  

Basis 

School 

14 

14 

24 (10) 

20 

50 

60 (16) 

50 

120 

140 (20) 

Geïsoleerde school 

10 

16 (6) 

12 

14 

24 (10) 

20 

50 

60 (16) 

Vestigingsplaats 

10 

10 

16 (8) 

20 

25 

40 (16) 

20 

25 

40 (16) 

Geïsoleerde vestigingsplaats 

 

 

 

12 (6) 

 

12 

 

14 

 

24 (10) 

 

12 

 

14 

 

24 (10) 

De getallen tussen haakjes duiden aan hoeveel leerlingen er in een basisschool ten minste in elk onderwijsniveau moeten zijn.

Een vestigingsplaats met kleuter- en lager onderwijs die op de teldag niet aan de rationalisatienorm voldoet kan niet omgevormd worden tot een vestigingsplaats kleuter- of lager onderwijs, tenzij de vestigingsplaats gebruik kan maken van het genadejaar (zie punt 10).

Specifieke gevallen:

De rationalisatienormen voor scholen en vestigingsplaatsen gelegen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn deze van de geïsoleerde scholen en vestigingsplaatsen in gemeenten met minder dan vijfenzeventig inwoners per km² (categorie A).

Om gefinancierd of gesubsidieerd te blijven moet een vrije keuzeschool de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar 16 regelmatige leerlingen tellen.

4. Herstructureringen

4.1. Wat is een herstructurering?

Onder herstructurering wordt in het gewoon basisonderwijs verstaan:

- Het oprichten van een vestigingsplaats.

- Het afschaffen van een vestigingsplaats.

- Het oprichten van een onderwijsniveau in een school of vestigingsplaats.

- Het afschaffen van een onderwijsniveau in een school of vestigingsplaats.

4.2. Wanneer heeft een herstructurering uitwerking?

Een herstructurering heeft altijd uitwerking op 1 september. Als een school één van de herstructureringen vermeld in punt 4.1. doorvoert ná 1 september heeft deze herstructurering pas uitwerking op 1 september van het volgende schooljaar.

4.3. Vanaf wanneer kan een school herstructureren?

Een school kan herstructureren vanaf het tweede jaar dat ze in de financierings- of subsidiëringsregeling is opgenomen. Een school kan dus ook vestigingsplaatsen of niveaus oprichten tijdens de programmatieperiode.

4.4. Welke normen gelden er als een school herstructureert tijdens de programmatieperiode?

Tijdens de programmatieperiode is er slechts één norm voor de hele school, namelijk de programmatienorm.

Scholen in programmatie kunnen, vanaf hun tweede bestaansjaar, een vestigingsplaats of niveau in een vestigingsplaats oprichten zonder dat ze aan de rationalisatienormen moeten voldoen. De school in haar geheel dient uiteraard wel aan de programmatienorm te voldoen. De rationalisatienormen zijn dus niet van toepassing op programmatiescholen. Wanneer de school na haar zesde bestaanstaansjaar uit programmatie komt, moeten de school in zijn geheel, alle vestigingsplaatsen en alle niveaus uiteraard wel voldoen aan de rationalisatienormen.

4.5. Welke normen gelden er als een school in rationalisatie herstructureert?

Op de eerste schooldag van oktober van het jaar van de herstructurering moet

- de school in haar geheel,

- de reeds bestaande vestigingsplaatsen en niveaus,

- de nieuw opgerichte vestigingsplaatsen en niveaus

aan de rationalisatienormen voldoen. Uiteraard bestaat de mogelijkheid om van het genadejaar gebruik te maken (zie punt 10).

5. Fusies

5.1. Wat is een fusie?

Een fusie is een volledige samenvoeging tot één school van twee of meer scholen zoals zij bestonden het vorige schooljaar.

Er bestaan twee fusievormen :

- samenvoeging tot één nieuwe school (onder gezag van één directeur) van twee of meer scholen die gelijktijdig worden afgeschaft;

- samenvoeging tot één school (onder gezag van één directeur) van twee of meer scholen waarbij één van de betrokken scholen blijft bestaan en de andere(n) opslorpt.

5.2. Vanaf wanneer kunnen scholen fusioneren?

Een school kan ten vroegste vanaf het tweede schooljaar dat ze gefinancierd of gesubsidieerd is met één of meer andere scholen fusioneren.

5.3. Wanneer heeft een fusie uitwerking?

Een fusie heeft steeds uitwerking op 1 september.

5.4. Welke normen moet een fusieschool behalen?

5.4.1. Gewone fusie

Het is niet meer nodig dat elke school die betrokken is bij de fusie, elke vestigingsplaats en elk niveau in deze scholen op de eerste schooldag van februari voorafgaand aan de fusie aan de rationalisatienormen voldoen.

De voorwaarde is dan wel dat de structuuronderdelen die niet voldoen aan de normen gebruik kunnen maken van het “genadejaar” (zie punt 10).

5.4.2. Vrijwillige fusie

In het geval van een vrijwillige fusie moeten de betrokken scholen op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar een leerlingenaantal bereiken dat minstens 15% boven de vereiste rationalisatienorm voor scholen ligt.

Als meer dan twee scholen bij de fusie betrokken zijn, is het toegelaten dat één van die scholen de verhoogde norm (dit is 115 % van de rationalisatienorm) niet bereikt.

Ook in het geval van een vrijwillige fusie moet niet meer elk structuuronderdeel aan de normen voldoen. De voorwaarde is dan wel dat de structuuronderdelen die niet voldoen aan de normen gebruik kunnen maken van het “genadejaar” (zie punt 10).

In een school die ontstaan is uit een vrijwillige fusie, eventueel gelijktijdig met een herstructurering, kan een functie van adjunct-directeur gefinancierd of gesubsidieerd worden als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Meer informatie is terug te vinden in de omzendbrief “Personeelsformatie scholen in het gewoon basisonderwijs”.

Scholen die ontstaan zijn uit vrijwillige fusie kunnen gedurende vier schooljaren recht hebben op bijkomende lestijden voor vrijwillige fusie. Meer informatie is terug te vinden in de omzendbrief “Personeelsformatie scholen in het gewoon basisonderwijs”.

6. Melden van fusies en herstructureringen.

Het schoolbestuur meldt aan het bevoegde schoolbeheerteam ten laatste op 1 mei van het lopende schooljaar elke structuurwijziging (herstructurering, fusie, vrijwillige fusie) die ze in haar school of vestigingsplaats(en) vanaf het volgende schooljaar doorvoert.

(…)

Het meldingsformulier vindt u als bijlage 1 van deze omzendbrief.

Wanneer u het instellingsnummer van de school in het formulier invult, verschijnen de andere gegevens van de school automatisch, net als de contactgegevens van het schoolbeheerte am bovenaan het formulier. Neem contact op met uw dossierbehandelaar van het schoolbeheerteam als deze gegevens niet meer correct zijn.

U vult verder enkel het onderdeel in dat voor uw school van toepassing is.

Oprichting of afschaffing van een vestiging splaats

U vult hier de gegevens in van de nieuwe vestigingsplaats of van de vestigingsplaats die afgeschaft wordt. In het geval er een nieuwe vestigingsplaats opgericht wordt, duidt u ook aan welk niveau en welke leerjaren er ingericht zullen worden.

Opri chting of afschaffing van een niveau

U vult hier de gegevens in van de vestigingsplaats waar een nieuw niveau wordt ingericht of van de vestigingsplaats waar een niveau wordt afgeschaft.

In het geval er een nieuw niveau opgericht of afgeschaft wordt, duid t u ook aan welk niveau er ingericht of afgeschaft wordt. Bij de oprichting van het niveau lager duidt u ook aan welke leerjaren zullen worden ingericht.

(Vrijwillige) Fusie

U vult in welke scholen betrokken zijn bij de fusie en over welk soort fusie het gaat. Als er bij de fusie tegelijkertijd een herstructurering plaatsvindt, duidt u dit hier ook aan.

Bij een fusie vult u het formulier slechts één keer in voor alle betrokken scholen samen. U hoeft dit dus niet voor elke school afzonderlijk in te vullen.

U mailt het ingevulde, ondertekende en ingescande formulier naar de contactpersoon die bovenaan op het formulier staat vermeld.

Naast die melding verklaart het schoolbestuur bij de oprichting van een nieuwe vestigingsplaats dat de nieuwe locatie beantwoordt aan de decretale erkenningsvoorwaarde "veiligheid, hygiëne en bewoonbaarheid” a.d.h.v. het formulier ‘Melding van de ingebruikname van een nieuwe locatie in het basisonderwijs’ dat als bijlage 2 is toegevoegd.

Wanneer u het instellingsnummer van de school in het formulier invult, verschijnen de andere gegevens van de school automatisch, net als de contactgegevens van het schoolbeheerteam bovenaan het formulier. Neem contact op met uw dossierbehandelaar van het schoolbeheerteam als deze gegevens niet meer correct zijn.

U mailt het ingevulde, ondertekende en ingescande formulier naar de contactpersoon die bovenaan op het formulier staat vermeld.

De onderwijsinspectie doet geen apart controlebezoek meer voor de oprichting van een vestigingsplaats. De controle hiervan wordt mee opgenomen in de doorlichtingsbezoeken.

7. Personeelsgevolgen bij fusies en sommige herstructureringen.

In verband met het personeelsbeleid bij fusies en sommige herstructureringen raadpleeg de omzendbrief: “Rechten en plichten van personeelsleden bij het overnemen van onderwijsinstellingen, bij de overheveling van een vestigingsplaats of een filiaal naar een instelling van een andere inrichtende macht en bij een samensmelting van filialen tot een nieuwe instelling

8. Tijdelijk onderbrengen van leerlingen/ Tijdelijke vestigingsplaats

Omwille van uitzonderlijke omstandigheden van tijdelijke aard (vb. verbouwingswerken) kunnen leerlingen tijdelijk buiten de oorspronkelijke vestigingsplaats(en) ondergebracht worden.

Deze tijdelijke huisvesting is beperkt in de tijd en kan nooit aanleiding geven om de locatie als een definitieve vestigingsplaats te beschouwen. Dit heeft géén effect op de teldag, het gaat hier immers niet om de oprichting van een nieuwe vestigingsplaats.

De ingebruikname van een tijdelijke vestigingsplaats moet bij AgODi worden gemeld uiterlijk op het tijdstip van de ingebruikname. De melding gebeurt bij het schoolbeheerteam a.d.h.v. een meldingsformulier dat uvindt als bijlage 1 van deze omzendbrief.

Wanneer u het instellingsnummer van de school in het formulier invult, verschijnen de andere gegevens van de school automatisch, net als de contactgege vens van het schoolbeheerteam bovenaan het formulier. Neem contact op met uw dossierbehandelaar van het schoolbeheerteam als deze gegevens niet meer correct zijn.

Voor de melding van een tijdelijke vestigingsplaats vult u het formulier in van punt 12 tot en met 14.

U mailt het ingevulde, ondertekende en ingescande formulier naar de contactpersoon die bovenaan op het formulier staat vermeld.

Naast die melding verklaart het schoolbestuur eveneens dat de tijdelijke vestigingsplaats beantwoordt aan de decretale erkenningsvoorwaarde "veiligheid, hygiëne en bewoonbaarheid” a.d.h.v. het formulier ‘Melding van de ingebruikname van een nieuwe locatie in het basisonderwijs’ dat als bijlage 2 is toegevoegd.

Wanneer u het instellingsnummer van de school in het formulier invult, verschijnen de andere gegevens van de school automatisch, net als de contactgegevens van het schoolbeheerteam bovenaan het formulier. Neem contact op met uw dossierbehandelaar van het schoolbeheerteam als deze gegevens niet meer correct zijn.

U mailt het ingevulde, ondertekende en ingescande formulier naar de contactpersoon die bovenaan op het formulier staat vermeld.

De onderwijsinspectie doet geen apart controlebezoek meer voor deze tijdelijke locatie. De controle hiervan wordt mee opgenomen in de doorlichtingsbezoeken.

9. Verhuizing

Een school of vestigingsplaats kan definitief van adres wijzigen d.w.z. alle leerlingen verhuizen op hetzelfde moment naar het nieuwe adres.

De verhuizing van een volledige school of een volledige vestigingsplaats is geen herstructurering.

Indien maar een deel van de leerlingen overgebracht wordt naar de nieuwe locatie heeft men te maken met de oprichting van een vestigingsplaats, dit is een herstructurering.

Met nieuwe locatie wordt bedoeld: een plaats waar de school nog geen vestigingsplaats heeft.

De ingebruikname van gebouwen op een nieuwe locatie naar aanleiding van de verhuizing van (een deel van) de school moet bij AgODi worden gemeld uiterlijk op het tijdstip van de ingebruikname. De melding gebeurt bij het schoolbeheerteam a.d.h.v. een meldingsformulier dat (…) u vindt als bijlage 1 van deze omzendbrief.

Wanneer u het instellingsnummer van de school in het formulier invult, verschijnen de andere gegevens van de school automatisch, net als de contactgegevens van het schoolbeheerteam bovenaan he t formulier. Neem contact op met uw dossierbehandelaar van het schoolbeheerteam als deze gegevens niet meer correct zijn.

Voor de melding van een verhuizing vult u het formulier in vanaf punt 15.

U mailt het ingevulde, ondertekende en ingescande formulie r naar de contactpersoon die bovenaan op het formulier staat vermeld.

Naast die melding verklaart het schoolbestuur eveneens dat de nieuwe locatie beantwoordt aan de decretale erkenningsvoorwaarde "veiligheid, hygiëne en bewoonbaarheid” a.d.h.v. het formulier ‘Melding van de ingebruikname van een nieuwe locatie in het basisonderwijs’ dat als bijlage 2 is toegevoegd.

Wanneer u het instellingsnummer van de school in het formulier invult, verschijnen de andere gegevens van de school automatisch, net als de contactgegevens van het schoolbeheerteam bovenaan het formulier. Neem contact op met uw dossierbehandelaar van het schoolbeheerteam als deze gegevens niet meer correct zijn.

U mailt het ingevulde, ondertekende en ingescande formulier naar de contactpersoo n die bovenaan op het formulier staat vermeld.

De onderwijsinspectie doet geen apart controlebezoek meer voor een verhuizing van (een deel van) de school. De controle hiervan wordt mee opgenomen in de doorlichtingsbezoeken.

10. Het “genadejaar”.

10.1. Werkwijze

Scholen, vestigingsplaatsen en niveaus die op de teldag niet aan de voor hen geldende rationalisatienormen voldoen, blijven gesubsidieerd of gefinancierd als op de vorige teldag van de school de volgende voorwaarden vervuld waren:

1° de school in haar geheel voldeed aan de rationalisatienormen;

2° elke vestigingsplaats en elk niveau van de school voldeden aan de voor hen geldende rationalisatienormen. Als de school herstructureert, wordt er enkel gekeken naar de niveaus en vestigingsplaatsen die tijdens het lopende schooljaar nog deel uitmaken van de school.

De vorige teldag is voor scholen die, omwille van een herstructurering, tellen op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar steeds de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar.

Voorbeeld 1:

Een school schaft op 1/9/2009 één van haar vestigingsplaatsen af (VP A). De school gaat dus in herstructurering en heeft als teldag 1/10/2009. Het kleuterniveau in de tweede vestigingsplaats van de school (VP B) voldoet op deze teldag niet aan de rationalisatienorm.

Wat gebeurt er dan? Er wordt gekeken naar de vorige teldag. Dit is de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar, namelijk 1/2/2009. Er zijn twee mogelijkheden:

Als de school in haar geheel en alle structuuronderdelen die nog deel uitmaken van de school tijdens het schooljaar 2009-2010 aan de rationalisatienormen voldeden dan is het niveau dat de norm niet haalt op 1/10/2009 financierbaar of subsidieerbaar voor het schooljaar 2009-2010. Aangezien vestigingsplaats A tijdens het schooljaar 2009-2010 geen deel meer uitmaakt van de school wordt er geen rekening gehouden met deze vestigingsplaats.

Als een structuuronderdeel dat nog deel uitmaakt van de school tijdens het schooljaar 2009-2010 of de school zelf op 1/2/2009 niet voldeed aan de rationalisatienormen dan is het niveau dat de norm niet haalt op 1/10/2009 niet financierbaar of subsidieerbaar voor het schooljaar 2009-2010.

Voorbeeld 2:

Een school heeft als teldag de eerste schooldag van februari van 2008, namelijk 1/2/2008. Het kleuterniveau in een vestigingsplaats van de school (VP A) voldoet op deze teldag niet aan de rationalisatienorm.

Wat gebeurt er dan? Er wordt gekeken naar de vorige teldag.

Er zijn hier twee mogelijkheden:

Mogelijkheid 1:

De vorige teldag was de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar, nl. 1/10/2007 (bijvoorbeeld als de school in herstructurering was).

Als de school in haar geheel en alle structuuronderdelen van de school op 1/10/2007 aan de rationalisatienormen voldeden dan is het niveau dat de norm niet haalt op 1/2/2008 financierbaar of subsidieerbaar voor het schooljaar 2008-2009.

Als een structuuronderdeel of de school zelf op 1/10/2007 niet voldeed aan de rationalisatienormen dan is het niveau dat de norm niet haalt op 1/2/2008 niet financierbaar of subsidieerbaar voor het schooljaar 2008-2009.

Mogelijkheid 2:

De vorige teldag was de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar, nl. 1/2/2007.

Als de school in haar geheel en alle structuuronderdelen van de school op 1/2/2007 aan de rationalisatienormen voldeden dan is het niveau dat de norm niet haalt op 1/2/2008 financierbaar of subsidieerbaar voor het schooljaar 2008-2009.

Als een structuuronderdeel of de school zelf op 1/2/2007 niet voldeed aan de rationalisatienormen dan is het niveau dat de norm niet haalt op 1/2/2008 niet financierbaar of subsidieerbaar voor het schooljaar 2008-2009.

10.2. Automatisme: planlastvermindering en rechtszekerheid

De scholen moeten geen aanvraag indienen om een beroep te doen op het “genadejaar”. Het is een automatisme. Dit resulteert in een verlaging van de administratieve lasten.

Het automatisme zorgt ook voor rechtszekerheid voor de scholen. Scholen zullen op de teldag weten of bepaalde structuuronderdelen nog financierbaar of subsidieerbaar zijn of niet. Op die manier kunnen scholen in de loop van het schooljaar niet meer voor de verrassing komen te staan dat ze niet meer financierbaar of subsidieerbaar zijn met alle personeels- en financiële gevolgen van dien.

10.3. Wat met de programmatienormen?

Omwille van het belang van de programmatienormen - deze zorgen er immers voor dat een school voldoende leerlingen telt om levensvatbaar te zijn - zijn er geen afwijkingen mogelijk op de programmatienormen. Via de programmatienormen die geleidelijk aan verhoogd worden en via de teldag voor programmatiescholen op de eerste schooldag van oktober wordt aan de programmatiescholen de mogelijkheid gegeven om geleidelijk aan te groeien. Scholen moeten echter een zeker aantal leerlingen hebben om efficiënt te kunnen functioneren. 

11. Sancties

Naast terugvorderingen van ten onrechte uitbetaalde financiering of subsidiëring kunnen misbruiken bij het tellen van de regelmatige leerlingen voor de rationalisatie- en de programmatienormen die vastgesteld zijn door het ministerie van onderwijs en vorming, aanleiding geven tot een sanctie.

De sanctie kan een terugbetaling zijn van of een inhouding op het werkingsbudget ten belope van maximaal 10% van het werkingsbudget toegekend aan de school.

De vaststelling van misbruiken wordt bij aangetekend schrijven meegedeeld aan het betrokken schoolbestuur. De mededeling verwijst naar de mogelijke sanctie.

Binnen een termijn van 30 kalenderdagen na de betekening van het aangetekend schrijven kan het schoolbestuur bij het ministerie van onderwijs en vorming een verweerschrift indienen. De betekening wordt geacht te gebeuren de derde werkdag na het versturen van het aangetekend schrijven. De herfstvakantie, kerstvakantie, krokusvakantie, paasvakantie en zomervakantie schorten de termijn van 30 kalenderdagen op.

Na ontvangst van het verweerschrift en uiterlijk 60 kalenderdagen na de betekening van het aangetekend schrijven, legt het ministerie van onderwijs en vorming onderwijs eventueel een dossier met een voorstel tot sanctie voor aan de minister.

Binnen een termijn van drie maanden na de betekening van de aangetekende brief, neemt de minister een beslissing omtrent een sanctie. Die beslissing wordt bij aangetekend schrijven meegedeeld aan het betrokken schoolbestuur. Na het verstrijken van de termijn van drie maanden wordt er verondersteld dat er geen sanctie opgelegd wordt.

12. Melden van de wijziging van het schoolbestuur

Indien een school van schoolbestuur wijzigt, wordt dit zo vlug mogelijk gemeld aan het bevoegde schoolbeheerteam.

Het meldingsformulier vindt u als bijlage 5 van deze omzendbrief.

Wanneer u het instellingsnummer van de school in het formulier invult, verschijnen de andere gegevens van de school automatisch, net als de contactgegevens van het schoolbeheerteam bovenaan het formulier. Neem contact op met uw dossierbehandelaar van het schoolbeheerteam als deze gegevens niet meer correct zijn.

Indien de overdracht tijdens de loop van het schooljaar plaatsvindt, heeft dit altijd een juridische uitwerking op 1 september van het volgende schooljaar.

Na het invullen tekent zowel de gemandateerde van het overdragende als van het overnemende schoolbestuur.

Wanneer u een nieuw schoolbestuur opricht, meldt u dit ook aan het schoolbeheerteam.

U gebruikt hiervoor het meldingsformulier dat u als bijlage 6 van deze omzendbrief vindt.

13. Bijlage