Het volgen van een tweede instrument en het overzitten in de lagere en middelbare graad in de studierichting muziek

  • Bijkomende opleiding instrumentLeerlingen in twee leerjaren tegelijk ("schuinzitters")

1. Tweede instrument

Als een leerling een tweede instrument wil volgen moet hij niet voor een tweede keer het vak 'samenspel' (of 'begeleidingspraktijk') volgen in de middelbare graad of het vak 'instrumentaal ensemble' (of 'begeleidingspraktijk') in de hogere graad, zelfs niet als dit instrument niet verwant is met het eerste.

De leerling heeft dan in de lagere graad vrijstelling van 'algemene muzikale vorming (AMV)/samenzang' en in de middelbare graad (in de opties 'samenspel' en 'instrument') vrijstelling van 'algemene muziekcultuur' (AMC). Indien een leerling echter binnen de opties 'zang' en 'stemvorming' het vak 'zang' of 'stemvorming' als tweede opleiding heeft gekozen, geldt deze vrijstelling niet voor het vak 'koor' dat hij/zij verplicht is te volgen. De leerling kan uiteraard in deze opties wel vrijgesteld worden van het vak 'AMC'.

2. Overgangsproeven

Het vorderingstempo voor 'instrument' (idem voor 'stemvorming' en 'zang') is verschillend voor elke leerling. De ontwikkeling van de leerling verloopt in fases, soms trager soms sneller. Daarom hoeft men bij de overgangsproeven (waarvan men overigens verplicht moet deelnemen) niet te slagen voor 'instrument' (idem voor 'stemvorming' en 'zang') om toch over te gaan naar een volgend leerjaar.

Vereiste om over te gaan is dat men slaagt voor het theoretische vak (AMV in de lagere graad, AMC in de middelbare graad). Indien men omgekeerd slaagt voor 'instrument' en niet voor het theoretische vak moet men het leerjaar overzitten maar men stroomt door voor het vak 'instrument' (idem voor 'stemvorming' en 'zang').

3. Eindproeven

Aan het einde van de lagere (L4) en middelbare graad (M3) moet men bij de eindproeven slagen voor alle vakken om respectievelijk een eindattest en getuigschrift te bekomen om over te gaan naar de volgende graad. M.a.w. aan het einde van een graad moet men, ook voor het individuele vak een vooropgesteld niveau bereikt hebben om te mogen overgaan.

De onderrichtingen in punt 1, 2 en 3 gelden in afwachting van een wijziging van artikel 38, §1 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 houdende organisatie van het DKO, studierichtingen muziek, woordkunst en dans, en is van kracht met ingang van 1 september 1995.