Overgangs-en eindproeven aan het einde van het schooljaar in de studierichting muziek

  • referentie
    13EA/OMK/odb
  • publicatiedatum
    04/04/1996
  • datum laatste wijziging
    06/10/2000
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs - studierichtingen 'muziek' 'woordkunst' en 'dans', art 38, §1
  • Voorlopige regeling voor overgangs- en eindproeven

1. Overgangs- en eindproeven

Tussen 15 mei en 30 juni moeten in de academies overgangs- en eindproeven georganiseerd worden. Overgangsproeven worden georganiseerd aan het einde van een leerjaar, eindproeven in het laatste leerjaar van een graad. De leerlingen die meer dan 1/3 van de lessen niet hebben bijgewoond zonder gewettigde afwezigheid worden niet toegelaten tot de eind- en overgangsproeven en zijn derhalve niet geslaagd.

2. Probleemstelling

Door de omzendbrief van 21 september 1995 (13EA/PRFM/odb) betreffende het overzitten in de lagere en middelbare graad in de studierichting muziek werd artikel 38, §1 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen muziek, woordkunst en dans, impliciet opgeheven voor de studierichting muziek.

Dit houdt in dat er rechtsonzekerheid is ontstaan omdat het niet meer duidelijk is welk percentage men moet behalen om geslaagd te zijn voor een vak of voor het geheel van de vakken.

3. Nieuwe onderrichting

  • 1. Voor de eindproeven (laatste leerjaar van de graad) moet men voor alle vakken 60 % behalen. Aan de eindproeven kan men pas deelnemen als men ook voor het individueel vak de lessen heeft gevolgd van het laatste leerjaar van de graad.

  • 2. Voor de overgangsproeven aan het einde van een leerjaar geldt volgende regeling:
  • - L1-L2-L3: minstens 60 % van de punten behalen voor 'algemene muzikale vorming' om met vrucht het leerjaar te beëindigen;
  • - M1-M2: minstens 60 % van de punten behalen voor 'algemene muziekcultuur' om met vrucht het leerjaar te beëindigen;
  • - H1-H2: minstens 60 % van de punten behalen voor:
  • . het vak AMV binnen de optiealgemene muzikale vorming,
  • . het vak 'muziekgeschiedenis' binnen de optie muziekgeschiedenis,
  • . het vak 'muziektheorie' binnen de optie muziektheorie,
  • . het vak 'instrument' binnen de optie instrument en de optie samenspel,
  • . het vak 'stemvorming' binnen de optie stemvorming,
  • . het vak 'zang' binnen de optie zang,

om met vrucht zijn leerjaar te beëindigen.

  • 3. Voor het vak 'samenzang' <is er geen verplichting tot het organiseren van proeven>. Voor de vakken 'samenspel', 'koor', 'begeleidingspraktijk', 'algemene muziektheorie', 'luisterpraktijk', 'instrumentaal ensemble', 'vocaal ensemble' en 'lyrische kunst' worden, in afwachting van een wijziging van artikel 30, §2 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 houdende de organisatie van het DKO, studierichtingen muziek, woordkunst en dans, geen overgangsproeven georganiseerd.

Deze onderrichting geldt met ingang van 15 mei 1996.