Verduidelijking van sommige bepalingen van de besluiten op het DKO

  • referentie
    OND/13EA/IVA 99/5
  • publicatiedatum
    03/05/1999
  • datum laatste wijziging
    06/10/2000
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichting 'Beeldende kunst', zoals gewijzigd
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse regering 31 juli 1990 houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen 'Muziek', 'Woordkunst' en 'Dans', zoals gewijzigd
  • opheffing
    Omzendbrief 13EA/OMK/PR/odb van 21 maart 1996 - veranderen van optie na 1.10 van het lopend schooljaar
  • Toelatingsproeven
  • Studieverloop

1. Verandering van optie en/of leerjaar na 1 oktober

< > (zie omzendbrief OND/13EA/SBT 00/5 van 5 juni 2000)

2. Verandering van instrument

Een leerling die van instrument verandert binnen dezelfde graad, kan voortgaan met het vak 'algemene muzikale vorming' (AMV) of 'muziekcultuur' (AMC) (steeds binnen dezelfde graad). Hij kan niet overgaan van de lagere graad naar de middelbare graad indien hij niet in het bezit is van het eindattest van de lagere graad. Een leerling die in de middelbare graad stopt met zijn instrument om een nieuw instrument te volgen in de lagere graad, dient met het vak 'AMC' te stoppen tot hij het vak 'instrument' opnieuw volgt in de middelbare graad. Gezien deze leerling in de lagere graad vrijgesteld is voor het vak 'AMV', is deze leerling niet financierbaar.

3. Herbeginnen van een leerjaar of graad, met vrucht beëindigd in een andere optie van dezelfde studierichting

De besluiten van 31 juli 1990 op het DKO bepalen voor het begrip " regelmatige leerling" o.a. dat de leerling de vakken volgt met het doel op het einde van het schooljaar eventueel de rechten te bekomen die verbonden zijn aan het welslagen in de proeven. Gezien de opties 'instrument' en 'samenspel' louter pedagogische opsplitsingen zijn, is het uitgesloten dat een leerling die reeds geslaagd is voor de optie 'instrument' dezelfde graad als regelmatige leerling zou overdoen in de optie 'samenspel' of omgekeerd. Hetzelfde principe geldt voor het volgen van de optie 'stemvorming' na de optie 'zang' of omgekeerd.

4. Overzitten van een leerjaar

Voor de financierbaarheid wordt alleen rekening gehouden met het aantal keren dat de leerling in het betrokken leerjaar reeds voor de subsidiëring (op 1 februari) werd in rekening gebracht. Dit betekent dat indien een leerling een leerjaar overzit, maar niet werd vermeld op het document F (bijv. wegens langdurige afwezigheid), hij het volgend leerjaar, indien hij nogmaals overzit, mag worden vermeld als financierbare leerling.

5. Vrijstellingen van vakken

  • - Voor het vak 'algemene muziekcultuur' (AMC) in de middelbare graad kan geen vrijstelling gegeven worden op basis van een reeds gevolgd leerjaar 'muziekgeschiedenis' of 'muziektheorie' in de hogere graad. De voorwaarden om vrijgesteld te worden van het vak 'AMC' zijn : artikel 58, reeds AMC gevolgd hebben, of visueel gehandicapt zijn.

  • - Leerlingen die een leerjaar overzitten, worden vrijgesteld van het vak waarvoor zij reeds slaagden, op voorwaarde dat zij de proeven hebben afgelegd van alle vakken van het betrokken leerjaar. Uiteraard geldt deze vrijstelling niet voor de kunstvakken in de studierichting beeldende kunst en voor de niet-theoretische vakken in de studierichtingen muziek, woordkunst en dans (de vakken 'specifiek artistiek atelier', 'instrument', 'zang', ...).

  • - Vrijstellingen op basis van vakken die gevolgd werden buiten het DKO (dit is: buiten de structuur zoals bepaald bij de besluiten van 31 juli 1990) dienen steeds te worden aangevraagd via de betrokken inspecteur.

6. Muziektheorie HG: samenzetting van leerlingen

Leerlingen die in de hogere graad, <optie> 'muziektheorie' het vak 'piano' dienen te volgen, worden ook voor dit vak administratief ingeschreven in de hogere graad. Dit vak wordt echter gegeven op het niveau van de lagere graad en deze leerlingen mogen voor piano bijgevolg samen zitten met de leerlingen van de lagere graad. Zij dienen voor dit vak geen openbare proeven af te leggen.

7. Toelatingsproeven

De toelatingsproeven tot een bepaald leerjaar (uitgezonderd het eerste leerjaar van de optie 'algemene muziekcultuur' en het eerste leerjaar van de hogere graad in de studierichting beeldende kunst) dienen te worden afgelegd over alle vakken van het leerjaar, voorafgaand aan het leerjaar waarvoor de leerling wenst in te schrijven. Deze proeven worden afgenomen ten overstaan van de directeur of zijn afgevaardigde en de leraars van de desbetreffende vakken (dus de titularissen van het voorafgaand leerjaar). De uitslagen dienen in cijfers te worden uitgedrukt (zie artikel 24 van het besluit van 31/7/90 voor muziek, woord en dans en artikel 16 van het besluit van 31/7/90 voor beeldende kunsten). Ook van deze proeven dient een proces-verbaal te worden opgesteld, dat wordt ondertekend door de directeur of zijn afgevaardigde en door de betrokken leraars. Dit houdt in dat een toelatingsproef meer is dan een loutere administratieve formaliteit en op een gelijkwaardig niveau wordt georganiseerd als de overgangs- en eindproeven. De inspectie kan, net als voor de overgangs- en eindproeven, ook het peil van de toelatingsproeven controleren.

8. Vrije leerlingen

Vrije leerlingen kunnen worden toegelaten tot de lessen die aan de regelmatige leerlingen worden gegeven op voorwaarde dat zij het normale lesverloop niet storen en geen afbreuk doen aan de normale rechten van de regelmatige leerlingen (o.a. geen overschrijding groeperingsnorm en geen overmatige belasting van de infrastructuur). In geen geval mogen lesuren uit het lesurenpakket worden aangewend om uitsluitend les te geven aan vrije leerlingen (afwending van middelen). Vrije leerlingen kunnen niet deelnemen aan de proeven en kunnen geen attesten of getuigschriften, zoals bepaald in de reglementering, behalen. Er kan nooit een vrijstelling verleend worden op basis van een reeds gevolgd vak indien dit vak werd gevolgd in de hoedanigheid van vrije leerling.