|
| |
Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen
Algemeen
Het
Aanvullingsdecreet heeft in Vlaanderen de oprichting van een onderwijseigen
administratief rechtscollege mogelijk gemaakt: de Raad voor examenbetwistingen.
Vanaf het academiejaar 2005-2006 werd dit de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen.
Deze naamswijziging is het gevolg van een uitbreiding van zijn bevoegdheden door
de invoering van het decreet van 30 april 2004 betreffende de flexibilisering
van het hoger onderwijs in Vlaanderen en houdende dringende
hogeronderwijsmaatregelen, het “flexibiliseringsdecreet”.
Iedere student ingeschreven aan een universiteit, hogeschool of andere
ambtshalve geregistreerde instelling (Structuurdecreet) kan een verzoekschrift
indienen bij de Raad wanneer hij een studievoortgangsbeslissing wil betwisten.
De Raad kan op korte termijn tot een einduitspraak komen, waardoor de student op
een gepast tijdstip weet of hij en onder welke voorwaarden hij het volgende jaar
kan aanvatten. Een beslissing van de Raad is gerechtelijk van aard en kan dus
door de student aangevochten worden bij de Raad van State bij wijze van
administratief cassatieberoep. De oprichting van de Raad voor betwistingen
inzake studievoortgangsbeslissingen doet geen afbreuk aan het feit dat studenten
zich nog steeds tot de gewone rechtbanken kunnen wenden ingeval van geschillen.
Informatie
De Raad voorziet in de publicatie van een
informatiebrochure (pdf, 16p.)(English
version) die ook verspreid wordt via de onderwijsinstellingen. In deze brochure
vindt u klare informatie over de Raad en zijn werking.
In de brochure vindt u tevens een uittreksel uit het Aanvullingsdecreet dat
specifiek de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen betreft.
Het is zeer belangrijk om de brochure zorgvuldig door te nemen vooraleer u een
beroep aantekent bij de Raad.
De Raad heeft, aanvullend bij de decretale procedurevoorschriften, nadere
werkingsregels vastgelegd in een huishoudelijk reglement. Het decreet voorziet
in een zeer strikte procedure. De schematische voorstelling van het
procedureverloop binnen de decretale contouren toont aan dat een vlotte
samenwerking met snelle reacties van alle partijen onontbeerlijk is.
De leden van de Raad werden benoemd door de Vlaamse regering. Twee ambtenaren
van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap staan in voor het
secretariaat van
de Raad. De zetel van de Raad is gevestigd in het Hendrik Consciencegebouw,
Koning Albert II-laan 15 te 1210 Brussel. Meer specifieke contactgegevens vindt
u in onze contactrubriek.
Verslaggeving
De geanonimiseerde publicatie van de uitspraken (uitspraken)van de Raad vindt u op deze
website. Er wordt ook jaarlijks een
verslag opgemaakt en gepubliceerd:
verslagboek 2005
(pdf,
23p.)
verslagboek 2006
(pdf,
31p.)
verslagboek 2007
(pdf,
46p.)
verslagboek 2008 (pdf,
75p.)
Mededeling
Uit een aantal zaken die de Raad de afgelopen maanden heeft behandeld blijkt dat
de instellingen in hun beslissing op intern beroep soms nalaten om te vermelden
dat de student in beroep kan gaan tegen de betreffende beslissing bij de Raad.
Dit heeft echter verregaande gevolgen.
Artikel II.24, § 1 van het Aanvullingsdecreet1 bepaalt dat de beroepen bij de
Raad worden ingesteld binnen een vervaltermijn van vijf kalenderdagen. De
betreffende beroepstermijn van vijf dagen vangt echter nooit geldig aan ingeval
de beslissing op intern beroep geen melding maakt van de mogelijkheid en de
modaliteiten om bij de Raad in beroep te gaan.
Artikel 35 van het Openbaarheidsdecreet2 wordt in dat geval niet gerespecteerd. Het betreffende artikel 35 is niet van toepassing op grond van
artikel II. 7 van het Aanvullingsdecreet, zoals gewijzigd door artikel 46 van
het decreet van 16 juni 2006 tot instelling van een aantal maatregelen tot
herstructurering en flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen
(minidecreet3), wanneer het de bekendmaking van een studievoortgangsbeslissing betreft. De Raad is evenwel van oordeel dat de toepassing van
artikel II.7 van het Aanvullingsdecreet enkel slaat op de bekendmaking van de
eigenlijke studievoortgangsbeslissing en niet op de bekendmaking van de beslissing
ingevolge het intern beroep. Deze restrictieve interpretatie van artikel II.7 is
in overeenstemming met de parlementaire voorbereiding bij het betreffende
artikel. Die verwijst naar de praktische onmogelijkheid om de
beroepsmodaliteiten bij elke examenbeslissing van de student kenbaar te maken.
Deze praktische onmogelijkheid stelt zich duidelijk niet wanneer het een
bekendmaking van een beslissing in een beroepsprocedure betreft. Op de
bekendmaking van deze beslissing is artikel 35 van het Openbaarheidsdecreet
derhalve wel van toepassing.
Om te vermijden dat beroepsprocedures ook geruime tijd na afsluiting van het
intern beroep nog kunnen ingesteld worden, is het aangewezen, in het belang van
student en instelling, om in elke beslissing in het kader van een interne
beroepsprocedure studenten te informeren over de externe beroepsmogelijkheden
die ze hebben, met name: om bij de Raad in beroep te gaan.
Ook de belangrijkste modaliteiten, zoals vermeld in artikel II.24 van het
Aanvullingsdecreet, om het beroep aanhangig te maken moeten vermeld worden:
Een mogelijke formule is: "Het staat u vrij tegen deze beslissing beroep aan te
tekenen bij de Raad voor examenbetwistingen/betwistingen inzake
studievoortgangsbeslissingen, Hendrik Consciencegebouw 7A, Koning Albert II
laan,15, 1210 Brussel. Dit beroep dient u te verzenden bij ter post aangetekende
brief, uiterlijk de vijfde dag na de dag van de kennisname van deze beslissing.
Een kopie van dit schrijven moet terzelfder tijd bij aangetekend schrijven
worden bezorgd aan …..( verantwoordelijke voor de opvolging van de procedure
binnen uw instelling)"
1 Decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student,
de participatie in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen
van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de
begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen
2 Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur. Artikel 35
bepaalt dat een beslissing of een administratieve handeling met individuele
strekking, die beoogt rechtsgevolgen te hebben voor één of meer bestuurden of
voor een ander bestuur, slechts geldig wordt ter kennis gebracht als tevens de
beroepsmodaliteiten van het beroep worden vermeld. Bij ontstentenis daarvan
neemt de verjaringstermijn voor het indienen van het beroep geen aanvang.
3 Decreet van 16 juni 2006 tot instelling van een aantal maatregelen tot
herstructurering en flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen.
Naar boven
|