Veelgestelde vragen personeelsstatuut hogescholen

Arbeidsongevallen

Welke formaliteiten dienen de hogeschool en het slachtoffer te vervullen?

  • het slachtoffer : stelt de hogeschool-werkgever zo vlug mogelijk in kennis van het arbeidsongeval
  • de hogeschool : doet aangifte van het ongeval bij het Ministerie van Onderwijs en Vorming met alle nuttige informatie en vult de vereiste formulieren (via de hogeschool) in :
    - model A (aangifte arbeidsongeval) (in tweevoud)
    - model B (doktersattest) (in tweevoud)
    - model C
    - getuigenverklaring
    - les- en/of werkrooster
    - reisweg (enkel voor ongevallen van/naar het werk)
  • het Ministerie van Onderwijs en Vorming : zorgt voor de verdere afhandeling van het dossier
    naar boven terug naar de vragen

Welke kosten ingevolge het arbeidsongeval worden terugbetaald?

Alle medische kosten (dokter, kinesitherapie, farmaceutische kosten) worden door de administratieve gezondheidsdienst (AGD) vergoed (de bewijzen moeten door het slachtoffer verstuurd worden naar de AGD waarvan hij/zij afhangt).
De verplaatsingskosten die gemaakt worden bij oproepen voor een geneeskundig onderzoek bij de AGD, worden door het Ministerie van Onderwijs en Vorming vergoed.

Alle briefwisseling moet u richten naar:

Ministerie van Onderwijs en Vorming

AGODI
Advies ondersteuning onderwijspersoneel
Cel arbeidsongevallen
Ter attentie van Ivo Francis Ė 1 C 14 of Ann Marlaire Ė 1 M 15
Koning Albert II Ė Laan 15
1210 Brussel

Welke kosten ingevolge het arbeidsongeval worden terugbetaald?

Omzendbrief 13AC/IF/ONG.28.1 van 15-12-1999
Omzendbrief 13AC/IF/HJ/ONG.28.4 van 15-12-1999

 

naar boven

Art 124 bis: Aanstellingen van onbepaalde duur bij ambtswijzigingen

Wat zegt het artikel precies i.v.m. ambtswijziging?

  • De tijdelijke ambtswijziging gebeurt in het derde opeenvolgende academiejaar van aanstelling. Komt dan de teller op nul en slechts aanstelling van onbepaalde duur vanaf het derde opeenvolgende academiejaar in het nieuwe ambt?
    Antwoord: Ja
  • De tijdelijke ambtswijziging gebeurt terwijl er al een aanstelling van onbepaalde duur loopt. Dient men opnieuw twee jaar te wachten vooraleer er in het gewijzigde ambt recht is op een aanstelling van onbepaalde duur?
    Antwoord: Ja
  • Personeelslid X is 100% benoemd lector en krijgt een tijdelijke ambtswijziging vanaf academiejaar 2005-2006 tot 100% hoofdlector. Wordt dit onbepaalde duur?
    Antwoord: Nee
  • Personeelslid y is 100% tijdelijk lector (minimum 2 jaar al) en krijgt een tijdelijke ambtswijziging vanaf academiejaar 2005-2006 tot 100% hoofdlector. Wordt dit onbepaalde duur?
    Antwoord: Nee

 

naar boven

Bekwaamheidsbewijzen ATP

 

naar boven

Bekwaamheidsbewijzen OP

Welke vakken mag ik in het hogescholenonderwijs geven met mijn diploma? Moet ik in het bezit zijn van een pedagogisch bekwaamheidsbewijs?

  • De ambten en hun minimale bekwaamheidsbewijzen (decretaal bepaald) :
  • voor praktijklector en hoofdpraktijklector : een diploma van een opleiding van het hoger onderwijs van ťťn cyclus;
  • voor lector en hoofdlector : een diploma van de tweede cyclus van het academisch onderwijs of een diploma van de tweede cyclus van het hoger onderwijs van academisch niveau;
  • voor assistent en werkleider : een diploma van de tweede cyclus van het academisch onderwijs of een diploma van de tweede cyclus van het hoger onderwijs van academisch niveau;
  • voor doctor-assistent : een diploma van doctor op proefschrift;
    voor docent, hoofddocent, hoogleraar en gewoon hoogleraar : een diploma van doctor op proefschrift;
  • voor artistiek gebonden onderwijsactiviteiten geldt bij aanstelling en benoeming in de ambten van docent, hoofddocent, hoogleraar en gewoon hoogleraar eveneens een diploma van de tweede cyclus van het academisch onderwijs of van het hoger onderwijs van academisch niveau, aangevuld met zes jaar nuttige beroepservaring buiten het onderwijs, als minimaal vereist bekwaamheidsbewijs;
  • voor de opleiding nautische wetenschappen geldt voor de ambten van docent, hoofddocent en hoogleraar eveneens het brevet van kapitein ter lange omvaart als minimaal vereist bekwaamheidsbewijs.
     
  • Bijkomende opmerkingen (ingevolge de autonomie van de hogescholen) :
  • Hoogst uitzonderlijk kan een hogeschool zich op aspecten als specifieke deskundigheid of nuttige beroepservaring beroepen om gedeeltelijk of zelfs volledig af te wijken van bovenvermelde minimale vereisten. Belangrijk is dat de "nuttige beroepservaring" waarvan hierboven sprake, verworven dient te zijn door de uitoefening van een ambacht, beroep of artistieke bedrijvigheid buiten het onderwijs.
  • De hogeschool kan eveneens bijkomende vereisten opleggen inzake specialiteit van diplomaís en nuttige beroepservaring.
  • Iedere hogeschool bepaalt zelf welke vakken gekoppeld zijn aan de opgesomde ambten en derhalve ook welke vakken men mag onderwijzen. Zij zijn tevens de best geplaatste aanspreekpunten om informatie over vacatures in te winnen. De adressen van de hogescholen vind u hier.
  • Decretaal is er geen pedagogisch bekwaamheidsbewijs vereist is om in een hogeschool te mogen lesgeven. De hogeschool kan dit toch vragen; ze neemt dit dan op in haar vacaturebericht

 

naar boven

Betaald educatief verlof?

Heb ik recht op betaald educatief verlof?

Het betaald educatief verlof behoort tot de bevoegdheid van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.
Voor nadere informatie kan men terecht op de website,
of op volgend adres:

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.
Directie van het betaald educatief verlof
Ernest Blerotstraat 1
1070 Brussel
Tel. 02/ 233 41 11
e-mail: educatief.verlof@werk.belgie.be

Het is de bovengenoemde instantie die overeenkomstig de vigerende regelgeving bepaalt of al of niet educatief verlof wordt toegekend.

 

naar boven

Cumulatieregeling OP

Kunnen OP-leden van een hogeschool nog een nevenactiviteit uitoefenen naast hun 'lesopdracht'?

De cumulatieregeling is opgenomen in het hogescholendecreet van 13 juli 1994 (artikelen 147 t/m 150) :

Belangrijkste principe is dat de leden van het onderwijzend personeel belast met een voltijdse opdracht ( voor de cumul wordt een opdracht van meer dan 70 procent beschouwd als een voltijdse opdracht) en de algemeen directeur geen andere beroepsactiviteit of een andere bezoldigde activiteit mogen uitoefenen dan met toestemming van het hogeschoolbestuur.
De naamlijst van de voltijdse en deeltijdse (minstens 50% opdracht) leden van het onderwijzend personeel die andere beroepsactiviteiten of bezoldigde activiteiten uitoefenen die verenigbaar geacht worden met hun opdracht aan de hogeschool dient jaarlijks door het hogeschoolbestuur opgesteld en meegedeeld te worden aan de Vlaamse regering.
De opdracht van het personeelslid, belast met een voltijdse opdracht dat een andere beroepsactiviteit of een andere bezoldigde activiteit uitoefent die een groot deel van zijn tijd in beslag neemt, wordt ambtshalve deeltijds. Als andere beroepsactiviteiten of bezoldigde activiteiten die een groot gedeelte van de tijd in beslag nemen, worden beschouwd alle activiteiten waarvan de omvang twee halve dagen per week overschrijdt (criterium is dus beschikbaarheid, en niet geld) of die voorkomen op een lijst vastgesteld door de Vlaamse regering.
Zie: BVR van 3 mei 1995.

Artikel 2 van het BVR van 3 mei 1995 voorziet in een afwijking door het hogeschoolbestuur. Het hogeschoolbestuur kan bij wijze van algemeen reglement de lijst ook aanvullen.

 

naar boven

DIMONA

Omzendbrief Dimona

Zie ook: veelgestelde vragen EPD

Wat met onbezoldigde dienstonderbrekingen?

Een dienstonderbreking (inclusief detacheringen) verandert niets aan de contractuele relatie tussen werkgever en werknemer. De werknemer blijft in dienst. Er mag dus geen uitdienstmelding worden opgestuurd.

Wat met uitbreiding van een lopende opdracht?

Een uitbreiding van een lopende opdracht (meer uren) moet niet gemeld worden. De omvang van de opdracht is voor Dimona irrelevant.

Verlenging van een opdracht?

Wanneer de totale opdracht van een personeelslid in een instelling stopt (datum = einddatum tewerkstelling), maar de volgende dag wordt verlengd, dan moet voor de periode van verlenging een nieuwe aangifte (via RL-12 of RL-11) worden gedaan.

 

naar boven

Diplomabonificatie

Zie TBS-55+/58+
Zie pensioenen

 

naar boven

Geldelijke anciŽnniteitsbijslag

Wanneer en ten belope van hoeveel jaar kan ik als personeelslid een geldelijke anciŽnniteitsbijslag krijgen?

Het betreft hier een bijslag (een extra aantal jaren geldelijke anciŽnniteit) op basis van nuttige beroepservaring, verworven door de uitoefening van een ambacht, beroep of artistieke bedrijvigheid. Hij kan door het hogeschoolbestuur worden toegekend bij de inschaling, aanstelling, benoeming of ambtswijziging van een personeelslid. Dit is dus geen recht voor het personeelslid. Voor eenzelfde ambt kan slechts eenmaal een geldelijke anciŽnniteitbijslag op grond van nuttige beroepservaring aangevraagd en toegekend worden. Het aantal jaren nuttige beroepservaring dat in aanmerking kan genomen worden, bedraagt ten hoogste tien jaar. Eenmaal een geldelijke anciŽnniteitbijslag is toegekend, is hij voor het personeelslid definitief verworven, althans in de hogeschool waar de toekenning is gebeurd.

 

naar boven

Haard- en standplaatsvergoeding

Koninklijk Besluit van 26 november 1997

Hebben samenwonenden recht op haardvergoeding?

Ja, ook samenwonenden zonder kinderlast hebben hier recht op.

Wie zijn de rechthebbenden op een haard- en standplaatstoelage?

  • De gehuwden en samenwonenden, tenzij de toelage toegekend wordt aan de echtgenoot of persoon met wie men samenleeft. Het personeelslid hoeft niet wettelijk samenwonend te zijn (met samenlevingscontract). Ook de feitelijk samenwonenden komen in aanmerking: men moet wel samenleven als met een (huwelijks)partner: er moet een duurzame partnerband zijn. Samenwonen met een broer/zus of vriend/vriendin zonder een relatie te hebben geeft geen recht.
  • Het alleenstaande personeelslid van wie ťťn of meer kinderen deel uitmaken van het gezin die recht geven op kinderbijslag

Meer info omtrent de grensbedragen
Zie de website: http://www.ond.vlaanderen.be/wedde/tabellen/tabel_JAARBEDRAGHAARDOFSTANDPLAATSTOELAGE.htm.

 

naar boven

Lesgeven in een hogeschool

Met welk diploma kan ik lesgeven in een hogeschool?

De bekwaamheidsbewijzen die minimaal vereist zijn voor aanstelling en benoeming in de verschillende ambten in een hogeschool, zijn :

  • praktijklector en hoofdpraktijklector : een diploma van een opleiding van het hoger onderwijs van ťťn cyclus;
  • lector en hoofdlector :
    - een diploma van de tweede cyclus van het academisch onderwijs, of
    - een diploma van de tweede cyclus van het hoger onderwijs van academisch niveau;
  • assistent en werkleider :
    - een diploma van de tweede cyclus van het academisch onderwijs, of
    - een diploma van de tweede cyclus van het hoger onderwijs van academisch niveau;
  • doctor-assistent : een diploma van doctor op proefschrift;
  • docent, hoofddocent, hoogleraar en gewoon hoogleraar : een diploma van doctor op proefschrift.

Ingevolge de autonomie kan een hogeschool echter zelf beslissen om bijkomende voorwaarden inzake diploma's te stellen. Deze voorwaarden kunnen verschillen van hogeschool tot hogeschool.
Het is ook de hogeschool die bepaalt welke vakken u kan doceren.

De verschillende hogescholen vindt u hier.

Kan ik tegelijkertijd lesgeven in een hogeschool ťn in het secundair onderwijs? Kan ik tegelijkertijd in 2 hogescholen lesgeven?

In het hogescholenonderwijs mag u gespreid over twee of meer hogescholen meer dan 100% opdracht hebben. U wordt ook voor uw opdracht boven de 100% betaald.
Combineert u echter met een ander onderwijsniveau (bv. hoger onderwijs en secundair onderwijs) dan wordt uw opdracht wel beperkt tot een full-time (100%).

 

naar boven

Loon

Wat zal ik verdienen als ik tewerkgesteld word in een hogeschool?

Het basissalaris :

Het statutair hogescholenpersoneel ontvangt bij uitoefening van een ambt een salaris op basis van ťťn of meer salarisschalen die zijn vastgelegd in het BVR van 3 mei 1995 (onderwijzend personeel, hierna OP) en het BVR van 21 februari 2003 (administratief en technisch personeel, hierna ATP). De salarisschalen zijn gekoppeld aan de ambten waarin men wordt tewerkgesteld. Om een welbepaald ambt te kunnen uitoefenen dient men minimaal in het bezit te zijn van de opgesomde bekwaamheidsvereisten, in het decreet voor het OP en in het BVR voor het ATP . De geldelijke anciŽnniteit bepaalt voorts in welke salaristrap men wordt bezoldigd. Onderwijsdiensten die door de overheid zijn gesubsidieerd en de meeste overheidsdiensten komen altijd in aanmerking voor de geldelijke anciŽnniteit. Los daarvan kan iedere hogeschool ook nog een geldelijke anciŽnniteitsbijslag van maximaal 10 jaar toekennen op basis van verworven nuttige beroepservaring (zie ook geldelijke anciŽnniteitsbijslag).

De benoemde personeelsleden, het volledige tijdelijk ATP en het tijdelijk OP dat is aangesteld tot het einde van het academiejaar ontvangt tijdens de maanden juli en augustus het gewone salaris. Het tijdelijk OP dat niet tot het einde van het academiejaar is aangesteld, ontvangt voor de maanden juli en augustus een vakantiebezoldiging.

Vergoedingen en toelagen :

Het statutair personeel heeft recht op vakantiegeld en eindejaarstoelage op basis van de geleverde prestaties.

Personeelsleden die belast worden met een mandaat zoals de algemeen directeur, het departementshoofd en de bibliothecaris ontvangen meestal een mandaatvergoeding. Deze mandaatvergoeding kan als toeslag bij het basissalaris uitbetaald worden, maar kan ook onderdeel zijn van het (verhoogde) basissalaris. In dit laatste geval wordt er voor het geheel van de bezoldiging een hogere salarisschaal (een zogeheten niet verworven salarisschaal) toegekend waarin de mandaatvergoeding reeds vervat zit. De salarisschaal is niet verworven omdat ze in principe beperkt is tot de periode waarin men belast is met een mandaat. Op basis van een gunstige evaluatie kan er een premie worden toegekend.

Opmerking: Het antwoord betreft personeelsleden die bezoldigd worden via het Ministerie van Onderwijs en Vorming. Het grootste deel van de contractuele personeelsleden (met uitzondering van sommige gastprofessoren en vervangers van meester-, vak- en dienstpersoneel (hierna MVD) op persoonlijke titel wordt via de instellingen zelf bezoldigd. Informatie over bezoldiging van dergelijke personeelsleden dient dan ook bij de hogescholen zelf te worden gevraagd.

Zie ook salarisschalen ATP
Zie ook salarisschalen OP
Zie ook vakantiebezoldiging

 

naar boven

Loonfiche

Welke informatie bevat mijn loonfiche?

Dit belangrijke fiscaal document (Nr. 281.10) dient iedere werkgever jaarlijks aan al zijn medewerkers te bezorgen. De loonfiche die na afloop van een welbepaald fiscaal jaar wordt afgeleverd, vermeldt het belastbaar bedrag van de bezoldigingen die, in voorkomend geval, tijdens dit fiscaal jaar door het Ministerie van Onderwijs en Vorming werden uitbetaald, en de bedrijfsvoorheffing daarop

Rubrieken en verklaring

T = gewone bezoldigingen (ook eindejaarstoelage en vakantiegeld)
B = vervroegd vakantiegeld
X = afzonderlijke belastbare achterstallen van T
E = uitkeringen bij ziekte of invaliditeit (terbeschikkingstelling wegens ziekte Ė wachtgeld = 100%)
G = uitkeringen bij andere gebeurtenissen (vb. TBS-OB, TBS-PA 55 of 58+...)
W = afzonderlijk belastbare achterstallen van E en G
Z = bedrijfsvoorheffing
D = bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid

Belangrijke opmerking

Dit document maakt geen melding van een eventueel tijdens het bedoelde jaar voor het voorgaande jaar teruggevorderd belastbaar bedrag noch van de bedrijfsvoorheffing m.b.t. die teruggevorderde bezoldigingen.
Dergelijke gegevens worden meegedeeld via een ander fiscaal document, namelijk de fiche 281.25 (= de zogenaamde negatieve loonfiche).

De bedragen op de loonfiche voor de belastingen komen niet overeen met die welke ik in werkelijkheid ontvangen heb. Hoe komt dit?

Dit blijkt meestal slechts schijnbaar een fout. Praktisch altijd schuilt de verklaring in het feit dat de maand december moet worden meegeteld bij het volgende jaar. Een referentiejaar X + 1 loopt steeds van 1 december van het jaar X tot en met 30 november van het jaar X + 1.

 

naar boven

Loopbaanonderbreking

In het BVR van 24 mei 2002 staat nog altijd de vervangingsplicht ingeschreven, terwijl de federale wet de vervangingsplicht afschaft, is er nog altijd een vervangingsplicht?

De vervangingsplicht staat inderdaad nog altijd ingeschreven. De federale wet schaft de vervangingsplicht af, maar het federale KB is nog niet gewijzigd in die zin. Zonder wijziging aan de federale regelgeving (KB) kan de Vlaamse regelgeving niet in overeenstemming worden gebracht.

Zie ook de toelichting bij het BVR van 24 mei 2002 betreffende de loopbaanonderbreking voor de personeelsleden van de hogescholen

Wat zijn de gevolgen van de loopbaanonderbreking voor mijn verdere loopbaan inzake geldelijke anciŽnniteit?

De jaren dat men met loopbaanonderbreking is, tellen gewoon mee voor de geldelijke anciŽnniteit.

Telt loopbaanonderbreking mee voor TBS-55+/58+, het pensioen ?

  • De eerste twaalf maanden tellen altijd mee.
  • Dezelfde regel bestaat gedurende maximum 24 maanden voor de periode gedurende welke het personeelslid of zijn echtgenoot die onder hetzelfde dak woont, kinderbijslag ontvangt voor een kind dat minder dan 6 jaar oud is. Deze periode stemt niet noodzakelijk overeen met het tweede en derde jaar loopbaanonderbreking.
  • Voor de andere perioden kan het personeelslid de daartoe voorziene verbintenis aangaan en de vereiste persoonlijke bijdragen storten, gelijk aan 7,5% van het gederfde salaris (dit is de zogeheten validering ).
  • De perioden van loopbaanonderbreking die gratis of na validering aanneembaar zijn voor het recht op TBS-55+/58+ of pensioen en de berekening ervan, mogen nooit de duur van de effectieve loopbaanprestaties overschrijden en zijn in elk geval beperkt tot maximum 60 maanden.
    Vanaf het 6de jaar is er geen validering meer mogelijk.

Dit betekent dat, in geval van volledige loopbaanonderbreking, de niet gevalideerde perioden niet in aanmerking zullen worden genomen voor de vaststelling van de TBS-55+/58+ of van het pensioen. Bij gedeeltelijke loopbaanonderbreking komen deze perioden maar voor de helft in aanmerking.

Het palliatief verlof is ook een vorm van loopbaanonderbreking. Alle regels inzake validering die betrekking hebben op de klassieke loopbaanonderbreking, gelden eveneens voor het palliatief verlof.

De betalingen gebeuren vrijwillig. Er gebeuren daartoe dus geen afhoudingen op de onderbrekingsuitkering. Evenmin worden er betalingen verricht door de werkgever of het Ministerie van Onderwijs en Vorming.

RVA : loopbaanonderbreking en tijdskrediet

 

naar boven

Pensioenen

Welke voorwaarden en formaliteiten dienen te worden vervuld om aanspraak te kunnen maken op een pensioen ten laste van de Openbare Schatkist?

Vooreerst dient men een onderscheid te maken tussen de volgende types van pensioenen:

  • gewoon rustpensioen (leeftijd tussen 60 en 65 jaar)
  • pensioen na TBS-55+/58+ (steeds op 60 jaar)
  • pensioen wegens ziekte (geen leeftijdsgrens)
  • tijdelijk pensioen wegens ziekte (geen leeftijdsgrens)
  • uitgesteld pensioen indien ontslag na 31-12-1976 (aanvragen op 60 jaar)
  • ambtshalve oppensioenstelling (365 dagen ziek na 60 jaar of TBS wegens ziekte na 60 jaar)overlevingspensioen (ten voordele van langstlevende echtgenoot of minderjarige kinderen)

Voorwaarden:

  • benoemd zijn;
  • 5 jaar werkelijke diensten tellen die in aanmerking komen voor een pensioen ten laste van de Openbare Schatkist;
  • zijn/haar ontslag aanbieden;
  • het pensioen aanvragen (dit is geen automatisch recht);
  • de prestaties dienen in hoofdambt te zijn uitgeoefend (voor bijambt kan het alleen in het gemeentelijk, het stedelijk, het provinciaal en het gemeenschapsonderwijs, alsook het gesubsidieerd normaalonderwijs tot 31-8-1992);
  • minimumleeftijd (zie hierboven bij types ; sommige categorieŽn in het gemeenschapsonderwijs kunnen ook op 55 jaar met pensioen gaan indien ze op 31-12-1960 in dienst waren : dit komt nog slechts uitzonderlijk voor);
  • maximum leeftijd : men dient het pensioen in elk geval te nemen op het einde van het academiejaar waarin men de leeftijd van 65 jaar bereikt.
     

Opmerkingen:

Een personeelslid kan zijn/haar pensioenaanvraag ook nog doen nadat het de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. Het pensioen zal evenwel slechts met terugwerkende kracht worden betaald indien de aanvraag binnen het jaar nadat het pensioen had moeten ingaan, werd ingediend.

In te dienen documenten (door of minstens via de hogeschool):

  • het document 36101 in tweevoud ;
  • formulier mededeling van pensioen;
  • alle nuttige documenten die zich niet in het personeelsdossier bevinden ; deze worden in voorkomend geval opgevraagd door de administratie bij de betrokkene en/of hogeschool ;
  • het door de administratie opgemaakte document met alle verrichte prestaties en dienstonderbrekingen wordt ter goedkeuring aan de hogeschool voorgelegd (inzonderheid met betrekking tot de situatie sinds 1996 waarover de administratie niet altijd alle relevante informatie meer heeft).

Hoeveel jaren bonificatie kan ik bekomen voor een ( bepaald ) diploma?

Doorgaans is de diplomabonificatie gelijk aan het reglementair aantal studiejaren dat nodig is of was om het diploma te behalen dat geldt als vereist bekwaamheidsbewijs voor het uitgeoefende ambt. Het aantal jaren wordt evenwel beperkt tot vier, tenzij het een zeer gespecialiseerd diploma betreft dat als enig vereist bekwaamheidsbewijs geldt voor het uitgeoefende ambt.

De diplomabonificatie is van belang omdat ze mag worden meegeteld bij de berekening van het aantal dienstjaren dat er nodig is voor de opening van het recht inzake terbeschikkingstelling 55+/58+ (en pensioen).

 

naar boven

RSZ

Zie ook: wedde-info onderwijspersoneel

Hoe komt het dat wanneer wij als hogeschool de patronale bijdragen voor onze personeelsleden berekenen wij soms andere bedragen uitkomen dan die welke wij werkelijk moeten betalen?

Hiervoor zijn drie verklaringen:

De RSZ wordt voor het Ministerie van Onderwijs en Vorming globaal aangerekend en gefactureerd. Ten gevolge hiervan kunnen er naar de diverse hogescholen toe verschillen optreden op het vlak van afrondingen.
De RSZ fluctueert in functie van de uitgevoerde coderingen in het weddensysteem. Dit gebeurt vaak met vertraging (achterstallen, terugvorderingen). Daarom heeft het weinig zin vergelijkingen te maken op kwartaalbasis. Vaak worden wijzigingen in de betaling naar RSZ toe pas geregeld in ťťn van de volgende kwartalen.
RSZ-bedragen verjaren na 3 jaar. Wanneer een regeling dus betrekking heeft op een periode die verder teruggaat in het verleden, gebeurt er in de praktijk geen regeling van de RSZ meer, althans niet wat de werkgeversbijdrage betreft.

 

naar boven

Salarisschalen ATP

Salarisschalen ATP

Codes ATP

 

naar boven

Salarisschalen OP

Salarisschalen OP

 

naar boven

Solliciteren in een hogeschool

Ik zou graag een loopbaan in het onderwijs uitbouwen. Waar kan ik de vacatures raadplegen?

Vacatures met betrekking tot het hoger onderwijs worden niet centraal op het Ministerie van Onderwijs en Vorming bijgehouden. De instellingen zelf zijn de aangewezen aanspreekpunten. Sommige plaatsen hun vacatures op hun website.
Spontaan solliciteren zal evenwel meer succes opleveren omdat veel instellingen dit niet op deze wijze bekend maken. Wel wordt het gros van de vacatures in het Belgisch Staatsblad vermeld.

Zie ook: lijst van de Hogescholen.

 

naar boven

TBS-55+/58+

BVR van 22 februari 2002

Toelichting BVR 22 februari 2002

Hoeveel jaren bonificatie kan ik bekomen voor een ( bepaald ) diploma?

Doorgaans is de diplomabonificatie gelijk aan het reglementair aantal studiejaren dat nodig is of was om het diploma te behalen dat geldt als vereist bekwaamheidsbewijs voor het uitgeoefende ambt. Het aantal jaren wordt evenwel beperkt tot vier, tenzij het een zeer gespecialiseerd diploma betreft dat als enig vereist bekwaamheidsbewijs geldt voor het uitgeoefende ambt.

De diplomabonificatie is van belang omdat ze mag worden meegeteld bij de berekening van het aantal dienstjaren dat er nodig is voor de opening van het recht inzake terbeschikkingstelling 55+/58+ (en pensioen).

 

naar boven

Terugvorderingen

Is het mogelijk om betalingsfaciliteiten (mogelijkheid tot spreiding van betaling) te krijgen?

Terugbetalingfaciliteiten moeten worden aangevraagd bij de hogeschool zelf.

Hoe komt het dat ik meer moet terugstorten dan dat ik (ten onrechte) ontvangen heb?

Dit doet zich voor wanneer de terugvordering betrekking heeft op het vorige begrotingsjaar. Dan worden er bruto belastbare bedragen teruggevorderd, terwijl men slechts een nettobedrag heeft ontvangen. Het Ministerie van Onderwijs en Vorming moet hierin immers rekening houden met het Ministerie van FinanciŽn, en kan daar zelf weinig aan doen. Dit wordt later geregeld met de administratie der directe belastingen op voorlegging van een negatieve loonfiche. Deze fiche wordt afgeleverd door het Ministerie van Onderwijs en Vorming na de betaling van mei, oktober en december en bij het verzenden van de normale loonfiche in april of mei.
Wanneer de terugvordering als referteperiode het huidige begrotingsjaar heeft, dient slechts het nettobedrag te worden terugbetaald.

 

naar boven

Vakantiebezoldiging

BVR van 24 juni 1997

Berekeningsprogramma (xls,34 kB)

Toelichting (pdf,145 kB,3p) bij het berekeningsprogramma
 

Wat is vakantiebezoldiging en in welke gevallen wordt ze uitbetaald?

De vakantiebezoldiging is de bezoldiging die aan sommige leden van het tijdelijk onderwijzend personeel wordt betaald op basis van het aantal bezoldigde vakantiedagen buiten de eigenlijke aanstellingsperiode. Ze wordt meer bepaald betaald aan de tijdelijken die niet voor een volledig academiejaar zijn aangesteld en van wie de aanstelling bovendien niet loopt tot het einde van het academiejaar. Het is dus een soort compensatie voor het salarisverlies dat men lijdt in vergelijking met tijdelijken (en benoemden) die wel tot het einde van het academiejaar zijn aangesteld. De tijdelijken die wel tot het einde van het academiejaar zijn aangesteld, ongeacht de begindatum van de aanstelling, blijven net zoals de benoemde leden van het onderwijzend personeel en het voltallige ATP hun normaal salaris genieten.
 

Wat is precies de betekenis en de draagwijdte van "de letters y, u, z, a en b" in de formule voor de berekening van de vakantiebezoldiging?

Formule vakantiebezoldiging = a X b waarbij
a = [ ( y-z ) X ( u/360-u )] - z
X = maal

In de formule die tot het bedrag inzake vakantiebezoldiging leidt, worden een aantal letters vermeld waarvan hier een nadere omschrijving volgt :
Voor de hieronder vermelde omschrijvingen wordt met bezoldigde vakantiedagen bedoeld : werkdagen en dus geen zater- en zondagen, noch officiŽle of reglementaire feestdagen.

  • a : dit is het aantal bezoldigde vakantiedagen buiten de aanstellingsperiode van het betrokken personeelslid
  • y : dit is het aantal kalenderdagen begrepen in de betrokken aanstellingsperiode van het betrokken personeelslid
  • z : dit is het aantal bezoldigde vakantiedagen in de betrokken aanstellingsperiode van het betrokken personeelslid
  • u : dit is het totaal aantal bezoldigde vakantiedagen waarop het onderwijzend personeel in de betrokken hogeschool recht heeft (niet individueel gebonden, maar voor het gehele corps van het OP geldend : kan wel variŽren van departement tot departement)
  • b: dit is het dagsalaris van de laatste dag van de aanstellingsperiode (1/360 van het geÔndexeerde jaarsalaris op basis van de uitgeoefende opdracht).

Wanneer wordt de vakantiebezoldiging uitbetaald?

De vakantiebezoldiging wordt uitbetaald eind juli van het betrokken academiejaar voor aanstellingen die uiterlijk op 31 juli eindigen en op het einde van het academiejaar voor de aanstellingen die eindigen na 31 juli.

 

naar boven

Ziekteverlof

Berekeningsprogramma (xls,122 kB)

Richtlijnen bij het berekeningsprogramma
 

Hoe wordt het recht op ziekteverlof voor vaste en tijdelijke personeelsleden vastgesteld, en dit zowel voor het OP, het OHP (= opvoedend hulppersoneel), het ATP als het MVD-personeel?

U bent benoemd OP of OHP

Opbouw van het recht : Per 12 maanden sociale anciŽnniteit* kunnen 30 dagen ziekteverlof toegekend worden. Het personeelslid dat geen 36 maanden sociale anciŽnniteit heeft, kan evenwel 90 dagen ziekteverlof krijgen. Deeltijdse personeelsleden hebben, ongeacht de grootte van hun opdracht, recht op evenveel dagen ziekteverlof als voltijds werkende personeelsleden.

* sociale anciŽnniteit = de geldelijke anciŽnniteit vermeerderd met prestaties geleverd vůůr de minimum leeftijd (van de toepasselijke salarisschaal) en verminderd met de nuttige beroepservaring

Uitputting van het recht : Wanneer het recht op ziekteverlof overeenkomstig de berekening zoals hierboven uiteengezet, uitgeput is, wordt het personeelslid terbeschikkinggesteld (TBS) wegens ziekte. De cel personeel van de afdeling hoger onderwijs roept hem op voor een onderzoek bij de pensioencommissie van Medex. Medex kan verschillende beslissingen treffen :

  • betrokkene is tijdelijk ongeschikt
  • betrokkene is alleen nog geschikt voor een andere taak dan zijn huidige
  •  betrokkene is definitief ongeschikt (dit leidt naar pensioen wegens ziekte)


Tijdens deTBS ontvangt het personeelslid een wachtgeld dat meestal 50 ŗ 75% van de activiteitswedde bedraagt, naargelang van de geldelijke anciŽnniteit. In heel specifieke gevallen kan Medex beslissen dat men een wachtgeld gelijk aan 100% ontvangt.

Gevolgen voor geldelijke anciŽnniteit en pensioen : Bezoldigde ziektedagen worden gelijkgesteld met dienstactiviteit. Bij TBS wegens ziekte wordt de geldelijke anciŽnniteit geblokkeerd. Bij dienstherneming wordt de periode van bezoldigd ziekteverlof + TBS wegens ziekte opgenomen in de geldelijke anciŽnniteit. Zowel de ziektedagen als de periode TBS wegens ziekte tellen mee voor het pensioen (opening recht en berekening).

U bent tijdelijk OP

Opbouw van het recht : Recht op 1 dag bezoldigd ziekteverlof per reeks van 10 dagen werkelijke diensten* verstrekt als tijdelijk personeelslid sinds 1 april 1969. In afwijking op dit algemeen principe heeft een personeelslid dat aangesteld is voor de duur van een volledig academiejaar voor dat academiejaar recht op 30 dagen bezoldigd ziekteverlof indien de regeling van "10 dagen = 1 dag bezoldigd ziekteverlof" minder gunstig zou zijn.

* werkelijke diensten = prestaties als tijdelijk personeelslid sinds 1-4-1969, ongeacht het opdrachtvolume of het onderwijsnet, waarvoor men een wedden(toelage) heeft ontvangen en met een maximum van 300 dagen per academiejaar. Diensten gepresteerd in precaire statuten (GECO, BTK, DAC, stagiair NO, tewerkgestelde werkloze) komen niet in aanmerking.

Uitputting van het recht : Wanneer het recht op ziekteverlof overeenkomstig de berekening zoals hierboven uiteengezet, uitgeput is, valt het personeelslid onder toepassing van de wettelijke bepalingen inzake rijkssociale zekerheid (komt ten laste van het ziekenfonds).

Gevolgen voor geldelijke anciŽnniteit en pensioen : Bezoldigde ziektedagen tellen mee voor de geldelijke anciŽnniteit en (bij latere benoeming) voor het rustpensioen ten laste van de schatkist. Onbezoldigde ziektedagen (bij uitputting van het ziekteverlof) tellen niet mee voor de geldelijke anciŽnniteit en komen evenmin in aanmerking voor het rustpensioen.

U bent benoemd ATP-lid of MVD-lid

Opbouw van het recht : Vanaf de datum van vaste benoeming kunnen per 12 maanden dienstanciŽnniteit* 30 dagen bezoldigd ziekteverlof worden toegekend. Het personeelslid dat geen 36 maanden dienstanciŽnniteit krijgt, kan evenwel 90 dagen verlof krijgen. Men vertrekt dus altijd van 90 dagen bezoldigd ziekteverlof en krijgt er na vier jaar jaarlijks 30 dagen bij. Ziekteverlof genoten als tijdelijk ATP of MVD mag niet meegeteld worden.

*dienstanciŽnniteit = de werkelijke diensten gepresteerd als stagedoende of benoemde zonder vrijwillige onderbreking

1į als voltijds of deeltijds personeelslid van het administratief of MVD-personeel bij een onderwijsinrichting (deeltijdse prestaties die minder dan 50% bedragen worden slechts aangerekend voor de helft van hun duur)
2į als voltijds personeelslid van een andere categorie dan administratief of MVD-personeel bij een onderwijsinrichting vanaf 1-1-1964
3į als voltijds personeelslid in een PMS centrum, ministerie of inrichtingen, centra van openbaar nut voor prestaties vanaf 1-1-1964

Uitputting van het recht : Wanneer het recht op ziekteverlof overeenkomstig de berekening zoals hierboven uiteengezet, uitgeput is, wordt het personeelslid ter beschikking gesteld wegens ziekte. De cel personeel van de afdeling hoger onderwijs roept hem op voor een onderzoek bij de pensioencommissie van Medex. Medex kan verschillende beslissingen treffen :

  • betrokkene is tijdelijk ongeschikt
  • betrokkene is alleen nog geschikt voor een andere taak dan zijn huidige
  • betrokkene is definitief ongeschikt (dit leidt naar pensioen wegens ziekte)


Tijdens deTBS ontvangt het personeelslid een wachtgeld gelijk aan 60% van de laatste activiteitswedde en wordt zijn geldelijke anciŽnniteit geblokkeerd. In heel specifieke gevallen ontvangt het een wachtgeld gelijk aan 100%. Tijdens deze TBS wegens ziekte bouwt het personeelslid evenwel opnieuw ziekteverlof op. Wanneer het recht op 30 dagen bezoldigd ziekteverlof opnieuw wordt bereikt, wordt de TBS wegens ziekte onderbroken en wordt opnieuw 30 dagen bezoldigd ziekteverlof verleend. Bij niet-herneming wordt vanaf de 31ste ziektedag betrokkene opnieuw ter beschikking gesteld wegens ziekte.

Gevolgen voor geldelijke anciŽnniteit en pensioen : Bezoldigde ziektedagen en TBS wegens ziekte tellen mee voor de geldelijke anciŽnniteit en het rustpensioen ten laste van de schatkist.

U bent tijdelijk ATP-lid

Opbouw en uitputting van het recht :

Aanstelling van minstens 3 maand (en effectief in dienst getreden) : De eerste 30 dagen van afwezigheid wegens ziekte wordt het salaris doorbetaald. Vanaf de 31ste dag valt het personeelslid ten laste van het ziekenfonds. Dit geldt ook voor elke volgende periode van afwezigheid op voorwaarde dat er tussen twee opeenvolgende ziekteperiodes een diensthervatting is van minstens 14 kalenderdagen of van minder dan 14 kalenderdagen bij een andere ziekte dan de vorige periode.
Aanstelling van minder dan 3 maanden : Na minstens 1 maand ononderbroken in dienst bij dezelfde werkgever wordt bij afwezigheid het salaris 7 dagen doorbetaald. Vanaf de 8ste dag : ziekenfonds. Dit geldt ook voor elke volgende periode van afwezigheid op voorwaarde dat er tussen twee opeenvolgende ziekteperiodes een diensthervatting is van minstens 14 kalenderdagen of van minder dan 14 kalenderdagen bij een andere ziekte dan de vorige periode.
Gevolgen voor geldelijke anciŽnniteit en pensioen : Bezoldigde ziektedagen tellen mee voor de geldelijke anciŽnniteit en (bij latere benoeming) voor het rustpensioen ten laste van de schatkist. Onbezoldigde ziektedagen (bij uitputting van het ziekteverlof) tellen niet mee voor de geldelijke anciŽnniteit en komen evenmin in aanmerking voor het rustpensioen.

TIJDELIJK MVD-PERSONEEL (= TIJDELIJK WERKLIEDENPERSONEEL)

Het betreft hier de contractuele personeelsleden (het tijdelijk werkliedenpersoneel of TWP) die in vervanging van benoemde leden van het MVD-personeel met loopbaanonderbreking, via het Ministerie van Onderwijs en Vorming worden bezoldigd.

Opbouw van het recht :

Bij een afwezigheid wegens ziekte van 1 tot en met 7 dagen wordt de 1ste dag (= carensdag) niet bezoldigd.
Bij een afwezigheid wegens ziekte van meer dan 7 dagen worden de eerste 7 dagen bezoldigd en de 8ste tot en met de 30ste dag volgens een variabel percentage.
Uitputting van het recht : Bij een afwezigheid van meer dan 30 dagen valt men ten laste van het ziekenfonds.

Gevolgen voor geldelijke anciŽnniteit : Enkel de bezoldigde ziektedagen tellen mee voor de geldelijke anciŽnniteit.

Berekening van het ziekteverlof bij overgang van benoemd OP naar benoemd ATP

Een lid van het OP dat via ambtswijziging een tijdelijke aanstelling krijgt als ATP, behoudt de voordelen van de bepalingen verbonden aan het statuut van OP voor de berekening van het ziekteverlof.

Een benoemd lid van het OP dat overgaat naar een benoemd ATP-statuut, valt vanaf de datum van deze overgang onder de regeling van het ziekteverlof voor het benoemd ATP. Dit houdt in dat vanaf de datum van benoeming per 12 maanden dienstanciŽnniteit 30 dagen bezoldigd ziekteverlof kunnen worden toegekend. Het personeelslid dat geen 36 maanden dienstanciŽnniteit heeft, kan evenwel 90 dagen verlof krijgen. Concreet worden er 90 dagen toegekend op datum van de benoeming, na 4 jaar komen er elk jaar 30 dagen bij. De 90 dagen worden echter niet toegekend op datum van benoeming als ATP, maar op datum van benoeming als OP. Deze regeling is zodanig dat de overstap geen ongunstige gevolgen heeft voor het personeelslid wat betreft de berekening van het ziekteverlof.

Regeling ziekteverlof en bevallingsverlof bij TAO (tijdelijk andere opdracht)

Het algemene principe voor de vastbenoemde personeelsleden die tijdelijk met een andere opdracht belast zijn, is dat de regels gelden die voor de tijdelijke personeelsleden van toepassing zijn. In afwijking hierop wordt het vastbenoemde personeelslid dat tijdelijk belast is met een andere opdracht gedurende de betrokken periode verder als vastbenoemd personeelslid beschouwd voor o.a. de toepassing van de reglementaire bepalingen inzake het bevallingsverlof en het verlof wegens ziekte of gebrekkigheid. Deze afwijking geldt echter niet in het hogescholenonderwijs.

Een personeelslid dat via het verlofstelsel Ďtijdelijk andere opdrachtí (TAO) vanuit een ander onderwijsniveau de overstap maakt naar het hogescholenonderwijs, wordt daar beschouwd als puur tijdelijk zowel m.b.t. tot de betaling als m.b.t. berekening van ziekteverlof. Dit geldt ook wanneer dit personeelslid met bevallingsverlof gaat.

Het personeelslid verliest dus de voordelen verbonden aan zijn vaste benoeming in het andere onderwijsniveau zolang het een tijdelijke aanstelling heeft in de hogeschool.

 

naar boven