Verlofdagen postnatale rust

Bron: Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen, afdeling Hoger Onderwijs
Datum: 14 december 2009
Referentie: 1F3D8C/KB

Regelgeving en afspraken in het Vlaams Onderhandelingscomité Hoger Onderwijs (VOC)

  1. Artikel 39, derde lid, van de arbeidswet van 16 maart 1971 stelt het volgende:

    “Wanneer de werkneemster de arbeidsonderbreking na de negende week met ten minste twee weken kan verlengen, kunnen de laatste twee weken van de postnatale rustperiode op haar
    verzoek worden omgezet in verlofdagen van postnatale rust. De werkgever moet deze periode, in functie van het aantal dagen voorzien in het werkrooster van de werkneemster, omzetten in verlofdagen van postnatale rust. De werkneemster moet deze verlofdagen van postnatale rust opnemen volgens een planning die door haar wordt vastgesteld, binnen acht weken te rekenen vanaf het einde van de ononderbroken periode van postnatale rust. De Koning kan de nadere regels van de wijze waarop de werkneemster haar werkgever verwittigt van de omzetting en de planning bepalen en kan andere wijzen van omzetting uitwerken.”


  2. De uitvoering van deze laatste zin is bepaald in artikel 1 van het Koninklijk Besluit tot uitvoering van artikel 39, derde lid, laatste zin, van de arbeidswet van 16 maart 1971:

    “Ten laatste vier weken voor het einde van de verplichte periode van postnatale rust, brengt de werkneemster de werkgever schriftelijk op de hoogte van de omzetting en de planning bedoeld in artikel 39, derde lid, van de Arbeidswet van 16 maart 1971.”

    Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 2009.

  3. In het Vlaams Onderhandelingscomité voor het hoger onderwijs (VOC) van 29 september 2009 werden volgende regels afgesproken met betrekking tot de praktische uitvoering van de verlofdagen postnatale rust:

    “Het verlof voor postnatale rust wordt opgenomen in blokken van 7 aaneensluitende dagen. Dit systeem geldt alleen voor die personeelscategorieën waarvoor door de werkomstandigheden een afwijking van de algemene regels uit de arbeidswet nodig is. Dat betekent dat het blokkensysteem alleen wordt ingevoerd voor de leden van het OP van de hogescholen en het ZAP van de universiteiten. Voor het ATP geldt de gewone regeling uit de arbeidswet.”

    Deze afspraak wordt geformaliseerd in de betrokken regelgeving.

Concrete toepassing

Volgende regels dienen in acht genomen te worden:

  1. Er kunnen maximaal 2 weken bevallingsverlof omgezet worden in verlofdagen van postnatale rust.

    Voor het onderwijzend personeel geldt dat de periode van 2 weken genomen moet worden in 2 blokken van 7 aaneensluitende kalenderdagen. Dit betekent dat de periode van 7 dagen niet ingekort kan worden.

    Voor het administratief en technisch personeel geldt dat de periode van 2 weken wel genomen mag worden in afzonderlijke dagen. Hier geldt de bepaling uit de arbeidswet dat de werkgever deze periode, in functie van het aantal dagen voorzien in het werkrooster van de werkneemster, moet omzetten in verlofdagen van postnatale rust. Zo kan een ATP lid dat full-time werkt, gedurende 5 dagen per week, maximaal 10 verlofdagen van postnatale rust krijgen, bij een tewerkstelling van 4 dagen per week is dit 8 dagen enz…


  2. Het gaat om 2 weken die kunnen worden overgedragen van de prenatale periode van het bevallingsverlof naar de postnatale periode.

    Wanneer er geen dagen kunnen worden overgezet van de prenatale periode naar de postnatale periode mogen er ook geen verlofdagen postnatale rust worden opgenomen.


  3. De verlofdagen postnatale rust moeten worden genomen binnen de 8 weken na het einde van de ononderbroken postnatale periode van het bevallingsverlof dat daaraan voorafgaat.


  4. De verlofdagen postnatale rust zijn facultatief te nemen.

    De verlofdagen kunnen worden genomen op verzoek van het personeelslid. Het personeelslid is niet verplicht om over te dragen prenataal verlof om te zetten in verlofdagen van postnatale rust. Het is dus perfect mogelijk dat het personeelslid zoals in de huidige regeling de overgedragen prenatale periode ononderbroken laat aansluiten bij de verplichte postnatale periode.


  5. Het personeelslid brengt ten laatste 4 weken voor het einde van de verplichte periode van postnatale rust, de werkgever schriftelijk op de hoogte van de omzetting en de planning bedoeld in artikel 39, derde lid, van de Arbeidswet van 16 maart 1971.


  6. De verlofdagen van postnatale rust worden voor vastbenoemde personeelsleden bezoldigd. Voor tijdelijke personeelsleden worden deze niet bezoldigd.


  7. Deze wijziging van de reglementering ging in op 1 april 2009 en is van toepassing op de bevallingen vanaf deze datum. De effectieve bevallingsdatum bepaalt dus wanneer het nieuwe systeem in werking treedt. De reglementering geldt dus voor bevallingsverloven met een effectieve bevallingsdatum vanaf 1 april 2009.


  8. Zolang de dienstonderbreking DO 145 ‘verlofdagen postnatale rust’ in het EPD niet opengesteld is voor gans het onderwijsveld, mag de DO 129 bevallingsverlof gebruikt worden om de verlofdagen op te sturen.

     

naar boven