Busbegeleiding



Duurzaam naar school

Duurzaam naar school: informatie voor scholen

Duurzaam Naar School is een initiatief van de Vlaamse ministers Frank Vandenbroucke (Onderwijs) en Kathleen Van Brempt (Mobiliteit). De doelgroep van het concept bestaat uit de leerlingen van het gewoon basisonderwijs.

Sinds het schooljaar 2008-2009 kunnen scholen in overleg met de gemeente waar ze gevestigd zijn en in overleg met de andere scholen op het grondgebied van de gemeente financiële ondersteuning ontvangen voor initiatieven rond stappen en trappen. De initiatieven rond stappen en trappen worden gebundeld onder de titel basisluik.

De gemeente dient op te treden als initiatiefnemer, coördinator en eindverantwoordelijke. Ze installeert daartoe een Overlegorgaan Onderwijs-Gemeente (OOG). In het OOG zetelen onder meer een vertegenwoordiger van de gemeente, vertegenwoordigers van de participerende scholen, de mobiliteitsambtenaar en een vertegenwoordiger van de lokale politiezone. De gemeente betrekt alle scholen op het grondgebied bij deze samenwerking. Op het OOG wordt een actieve rol gevraagd van de deelnemende scholen. Deze actieve rol kan verzorgd worden via de directie maar uiteraard ook door een lid van een verkeerswerkgroep, van de ouderraad of andere verwante werkgroepen die actief zijn binnen een school. De scholen zijn immers het best geplaatst om op het OOG initiatieven naar voor schuiven op maat van hun schoolwerking en hun leerlingen. Dat is ook de beste manier om te komen tot een gedragen invulling van het basisluik.  

De scholen kunnen op het OOG een selectie voorleggen uit een lijst met concrete initiatieven, het zogenaamde actieplan basisluik. De standaardinitiatieven zijn ondergebracht in drie categorieën: informatie & sensibilisatie, educatieve initiatieven en organisatie van andere initiatieven. Scholen kunnen bijvoorbeeld in samenwerking met de gemeente en de andere scholen een vrijwilligersnetwerk voor voetgangersrijen of een fietspool uitbouwen. Ze krijgen ondersteuning voor onder meer informatie,overleg, verzekeringen en materiaal. In schooljaar 2009-2010 bereikt Duurzaam Naar School 219.233 leerlingen in 111 gemeenten.  

Daarnaast kunnen scholen via het OOG nog eigen creatieve voorstellen doen. Zo zullen in het schooljaar 2009-2010 de kleuters in Mortsel verschillende verkeerssituaties leren kennen aan de hand van rijmpjes en afbeeldingen die rond de school opgehangen worden. In Hasselt zullen de leerlingen van de derde graad lager onderwijs gedurende één week een educatief spel spelen met verkeersopdrachten. In Izegem kunnen alle 6 tot 8-jarigen oefenen op een fietsbehendigheidsparcours met levensechte situaties. Na 6 fietslessen volgt een heus fietsexamen. In Ronse worden verkeerseducatieroutes opgesteld en is er een beloning voor wie regelmatig met de fiets naar school komt. In Meise verzorgt de Fietsersbond een lessenreeks rond de gevaren van de dode hoek voor voetgangers en fietsers.  

Gemeenten die al 1 jaar rond stappen en trappen bezig geweest zijn, kunnen ook financiële ondersteuning ontvangen voor de organisatie van netoverstijgend leerlingenvervoer. Dit pakket van initiatieven wordt gebundeld onder de titel optioneel luik. Voor de organisatie van leerlingenvervoer ontvangen ze een subsidie van 320 euro per ingenomen zitplaats om netoverschrijdend leerlingenvervoer op te zetten voor de scholen op hun grondgebied. Voorwaarde voor instap in het optioneel luik is het voorafgaand uitvoeren van een studie naar de meerwaarde van leerlingenvervoer op het grondgebied van de gemeente in samenwerking met De Lijn.