Frequently Asked Questions

Op deze pagina kan u de antwoorden vinden op vaak gestelde vragen.  Deze vragen werden gerangschikt per doelgroep:

Vindt u op deze pagina geen antwoord op uw vraag, contacteer dan het spijbelteam

Algemene vragen

Je vindt hier de antwoorden op de volgende vragen:

Wat is geoorloofd verzuim?

Men spreekt van geoorloofd verzuim, wanneer een leerling afwezig is en daarvoor een geldige reden heeft. De mogelijkheden zijn:

  • Wanneer de leerling maximum drie opeenvolgende kalenderdagen ziek is, volstaat een ziektebriefje van de ouders. Dit is maximum vier maal per schooljaar toegelaten, vanaf de vijfde keer is een medisch attest vereist. Ook wanneer de leerling langer dan drie opeenvolgende kalenderdagen ziek is, is er een medisch attest van een arts vereist om de afwezigheid te wettigen. In de examenperiodes is de regel hieromtrent enigszins anders in het secundair onderwijs; afwezigheid tijdens de examenperiode dient daar steeds gewettigd te worden met een medisch attest van een arts;
  • Begrafenis of huwelijk van aanverwanten in de tweede graad of inwonenden;
  • Bijwonen van een familieraad;
  • Dagvaarding voor de rechtbank;
  • Opname in een instelling voor bijzondere jeugdzorg die een schoolvervangend programma aanbiedt;
  • De leerling heeft het topsportstatuut en zit in het secundair onderwijs;
  • De school is onbereikbaar, bijvoorbeeld bij zwaar winterweer of een staking;
  • Specifieke feestdagen verbonden met de erkende levensbeschouwing van de leerling (bv. het Offerfeest, het Suikerfeest,…)

In een aantal andere situaties moet de leerling echter vooraf toestemming vragen aan de school. De school kan over elke situatie afzonderlijk beslissen. Het gaat onder andere om de volgende situaties:

  • Rouwverwerking, bij het overlijden van aanverwanten in de tweede graad of inwonenden;
  • Deelname aan culturele of sportieve manifestaties, bijvoorbeeld audities, een optreden, een internationaal toernooi, … als de leerling het topsportstatuut niet bezit. Deze afwezigheid kan maximaal 10 al dan niet gespreide halve schooldagen per schooljaar bedragen;
  • De leerling bezit het topsportstatuut en zit in het basisonderwijs;
  • Uitzonderlijk voor persoonlijke redenen (de restcategorie); hieromtrent moet er meer informatie in het schoolreglement opgenomen worden. Dit kan in het basisonderwijs voor maximaal 4 al dan niet gespreide halve lesdagen per schooljaar verkregen worden. In het secundair onderwijs is hier geen maximaal aantal halve lesdagen voorzien.

Wat is ongeoorloofd verzuim?

Wanneer een leerling afwezig is op school en daarvoor geen grondige reden heeft, dan spreekt men van ongeoorloofd verzuim of spijbelen. Daarin kan er een onderscheid gemaakt worden tussen:

  • Absoluut verzuim, de leerling is niet ingeschreven in een school of onderwijsinstelling;
  • Ongeoorloofd relatief verzuim, de leerling verzuimt de lessen, hoewel hij/zij is ingeschreven in een school of onderwijsinstelling. Hierin kunnen vier categorieën onderscheiden worden:
    • De incidentele spijbelaar: de leerling die eens een les 'brost';
    • De berekende spijbelaar: de leerling die systematisch theorievakken overslaat, steeds bij dezelfde leraar afwezig is, altijd hetzelfde uur wegblijft,...;
    • De periodieke spijbelaar: de leerling die gedurende een periode spijbelt, dan enige tijd niet meer en dan weer wel, etcetera;
    • De permanente spijbelaar: de leerling die helemaal niet naar school gaat, hoewel hij/zij ingeschreven is.

Deze voorbeelden van ongeoorloofd relatief verzuim zijn meestal voorbeelden van signaalverzuim. Dit betekent dat er achterliggende problemen zijn, waardoor een leerling niet goed kan functioneren op school. Naast signaalverzuim is er ook nog het luxeverzuim, waarbij een leerling zonder toestemming, maar met medeweten van de ouders, van de school wegblijft om bv. extra op vakantie te gaan of een familiebezoek af te leggen.
 

Wanneer spreekt men van onwil als oorzaak van spijbelen?

Wanneer ouders moedwillig hun kinderen thuis houden van school of op de hoogte zijn van het spijbelprobleem van hun kinderen, maar daar verder ongeïnteresseerd voor blijven, dan spreekt men over onwil van de ouders. Zij moeten op hun verantwoordelijkheid gewezen worden, eventueel door middel van sancties. Hetzelfde geldt voor leerlingen die weigeren naar school te gaan. In dat geval spreekt men van onwil van de leerling om de leerplicht na te leven.
 

Wanneer spreekt men van onmacht als oorzaak van spijbelen?

Wanneer ouders inspanningen leveren om hun kinderen naar school te laten gaan, maar hier toch niet in slagen, dan spreekt men van onmacht van de ouders. Zij zullen niet bestraft worden, maar kunnen genieten van begeleiding en ondersteuning. Hetzelfde geldt voor leerlingen die niet naar school kunnen gaan, omdat zij bijvoorbeeld moeten helpen in het huishouden. In dat geval spreken we van onmacht van de leerling.
 

Wat is een code B?

Code B wordt, zowel in het basisonderwijs als in het secundair onderwijs, gebruikt om een problematische afwezigheid van een leerling te registreren. Dit zijn meer bepaald afwezigheden van minstens een halve dag, die niet met de in de regelgeving vermelde codes verantwoord kunnen worden of waarvan de wettiging in vraag wordt gesteld. De ‘B’ staat in dat geval voor ‘Begeleiding’.

Voor problematische afwezigheden tot en met 10 halve schooldagen - aangezien er twee registratiemomenten per dag zijn komt dit overeen met 10 codes B - is er geen specifieke begeleiding voorzien. De school werkt zelf een aanpak uit om de leerling in kwestie zo goed mogelijk te begeleiden. De school neemt daaromtrent afspraken op in het schoolreglement en neemt zo vlug mogelijk contact op met de ouders.
Bij problematische afwezigheden vanaf 10 halve schooldagen – oftewel 10 codes B - moet de school minimaal aan een aantal door de overheid opgelegde voorwaarden voldoen. Een eerste stap daarin is het contacteren van het CLB. Daaropvolgend kunnen eventueel ook andere instanties ingeschakeld worden, zoals Comité Bijzondere Jeugdzorg, Bijzondere Jeugdbijstand,…
Van zodra een leerling 30 codes B heeft moet de school dit melden aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi), zodat zij een zicht hebben op het percentage leerlingen dat vaak problematisch afwezig is. Indien de school hulp wenst van de overheid uit, kunnen ze een zorgwekkend dossier indienen.
Twee schooljaren op rij 30 of meer codes B hebben, kan gevolgen hebben voor de schooltoelage van de leerling.
 

Wat is een code L?

Code L mag, zowel in het basisonderwijs als in het secundair onderwijs, enkel worden gebruikt om de afwezigheid van een leerling te registreren indien de leerling laattijdig op school aankomt. Dit wil zeggen dat de afwezigheid van de leerling minder dan een halve dag beslaat.
 

Wat is een dixit-attest?

Wanneer jongeren om een doktersbriefje vragen, wanneer ze niet ziek zijn, dan kan dit wijzen op een een ander probleem. Het is mogelijk dat er een ernstige, achterliggende oorzaak is die de jongere verhindert om naar school te gaan. Artsen kunnen dan een signaal doorgeven aan de school, door in plaats van een medisch attest een dixit-attest te schrijven. Daarin verklaren ze duidelijk dat de jongere in kwestie om een doktersbriefje is komen vragen, maar dat zijzelf geen ziekteverschijnselen vaststellen. Op die manier worden scholen immers tijdig geïnformeerd over het feit dat er zich mogelijk problemen voordoen bij de leerling. Ze kunnen dan uitzoeken wat de problemen precies zijn om vervolgens een gepaste begeleiding te voorzien. Het uitschrijven van dixit-attesten is dus voornamelijk in het belang van de jongere zelf.
 

Wat is een geantedateerd attest?

Dit zijn attesten die uitgeschreven worden na de ziekteperiode, wanneer de arts de ziekte niet meer kan vaststellen. Bijvoorbeeld een medisch attest op de datum van 17 oktober voor het wettigen van een ziekteperiode van 9 tot en met 13 oktober.

Het feit dat leerlingen na een ziekteperiode om een doktersattest komen vragen, kan erop wijzen dat de leerling helemaal niet ziek was, maar dat het ook hier weer gaat om een problematische afwezigheid.
 

Wanneer kan een schooltoelage ingetrokken worden?

Wanneer er sprake is van een zeer hardnekkige vorm van spijbelen bij een leerling aan wie een schooltoelage wordt toegekend, dan kan men beslissen om deze schooltoelage in te trekken. Dit gebeurt echter niet onmiddellijk en zonder meer. Vooraleer men tot deze drastische beslissing overgaat, onderneemt men een aantal stappen om het spijbelgedrag van de leerling een halt toe te roepen, zonder te raken aan de schooltoelage. Meer bepaald worden de volgende extra stappen gezet, naast de gewone opvolging van het spijbelen:

  • In de toewijzingsbrief (van de schooltoelage) worden de regels en de voorwaarden om een schooltoelage te blijven ontvangen duidelijk uitgelegd;
  • Na 1 schooljaar waarin de leerling 30 halve dagen of meer problematisch afwezig was, volgt een waarschuwingsbrief;
  • Als de leerling in het schooljaar daarna opnieuw 10 halve dagen problematisch afwezig was, zal het CLB in haar begeleiding van de spijbelaar ook nog eens wijzen op het risico van het verlies van de schooltoelage;
  • In de terugvorderingsbrief die naar de ouders wordt gestuurd, hebben zij de mogelijkheid om bezwaar in te dienen als de terugvordering volgens hen onterecht is. Zij kunnen dan bij de school een rechtzetting van afwezigheidscodes vragen.
     

Vragen van ouders

Je vindt hier de antwoorden op volgende vragen:

Wanneer ik als ouder geen toestemming geef om mijn kinderen te laten deelnemen aan meerdaagse uitstappen, kan de directie mij daar dan alsnog toe verplichten?

Eerst en vooral is het belangrijk om te beseffen dat de meerdaagse uitstappen die heel wat scholen organiseren niet zomaar ‘plezieruitjes’ zijn zonder verdere inhoud, maar dat ze zowel een sociale als een pedagogische dimensie hebben. Men streeft er dan ook naar dat alle leerlingen deelnemen aan buitenschoolse activiteiten ten voordele van het ontwikkelen van sociale en pedagogische vaardigheden.
De ouders zijn in dat opzicht niet de enige verantwoordelijken; om in dit opzet te kunnen slagen dienen de scholen immers de meerdaagse uitstappen grondig voor te bereiden en te kaderen in het pedagogische project. Zowel in het basisonderwijs als in het secundair onderwijs zijn er aan de organisatie van dergelijke uitstappen een aantal voorwaarden verbonden.
 

Indien uw kind in het basisonderwijs zit, kunt u als ouder de regelgeving in verband met meerdaagse schooluitstappen terugvinden in de omzendbrief 'BaO/2001/13 Extra-muros-activiteiten' .

Deze regelgeving geeft u het recht om uw kind niet te laten meegaan op buitenschoolse activiteiten van één dag of meer. In dat geval dient de school voor uw kind opvang te voorzien in de school zelf. Kinderen zouden gedurende die periode wel moeten kunnen deelnemen aan activiteiten die zo dicht mogelijk aanleunen bij de pedagogisch-didactische aanpak die aan de deelnemende kinderen op de buitenschoolse activiteit wordt aangeboden. Toch benadrukken wij dat deze buitenschoolse activiteiten deel uitmaken van het leerprogramma en mede daardoor een diepere intentie hebben. Daarom raden wij u aan om uw hun kind de deelname ertoe niet te ontzeggen.
In principe dienen ouders een schriftelijke toestemming te geven voor de buitenschoolse activiteiten. Vaak gaan scholen – om planlast te verminderen - er echter van uit dat elk kind automatisch deelneemt, tenzij zij een tegenbericht krijgen van de ouders. Deze regeling wordt vastgelegd in een algemene bepaling in het schoolreglement. Ze geeft ouders eveneens het recht om hun kind niet te laten deelnemen mits ze deze weigering vooraf uitdrukkelijk schriftelijk meedelen aan de school.
 

Indien uw kind in het secundair onderwijs zit, kunt u als ouder de regelgeving omtrent meerdaagse schooluitstappen terugvinden in de omzendbrief 'SO/2004/06 Extramuros activiteiten in het secundair onderwijs'.

Ook hier streeft men ernaar om alle leerlingen te laten deelnemen aan de buitenschoolse activiteiten en dit om dezelfde redenen als hierboven. U kunt enkel weigeren om uw kind te laten deelnemen indien:

  • het een meerdaagse uitstap betreft;
  • het schoolreglement de deelname niet verplicht heeft gesteld;
  • u de instelling op voorhand en op gemotiveerde wijze op de hoogte brengt  van de niet-deelname.

Ook in dit geval zal de school opvang voorzien op een pedagogisch verantwoorde manier.
Voor verdere informatie over het schoolbeleid betreffende buitenschoolse activiteiten kan u het schoolreglement raadplegen, waarin deze informatie normaal gezien is opgenomen. Op de bijdragenlijst die vóór het begin van het schooljaar wordt opgesteld komen eveneens de eventuele kosten voor die voor deze buitenschoolse activiteiten aan u als ouder worden doorgerekend. U kunt erop vertrouwen dat de school naar best vermogen initiatieven probeert te nemen die financiële belemmeringen vermijden, bijvoorbeeld via het opzetten van een systeem van schoolsparen.

Kan ik met mijn kinderen op reis vertrekken tijdens het schooljaar (voor het einde van het schooljaar, voor andere vakanties of los van de vakantieperiodes)? In vele secundaire scholen worden de examens reeds afgerond  in de derde week van juni en zelfs op het rapport hoeven leerlingen niet te wachten tot 30 juni. Ook tijdens de laatste dagen in het basisonderwijs wordt eigenlijk niets meer bijgeleerd. Kan ik met mijn kinderen op reis vertrekken van zodra zij het rapport ontvangen hebben, zelfs indien de datum van 30 juni nog niet bereikt is?

Elk kind is verplicht om aanwezig of gewettigd afwezig te zijn vanaf de eerste dag van het schooljaar tot en met de laatste dag van het schooljaar. Vroeger op vakantie vertrekken of later terugkomen is geen gewettigde afwezigheid, maar wel ‘luxeverzuim’, een vorm van ongewettigde afwezigheid. Om die reden plegen ouders die hun kinderen vroegtijdig mee op reis nemen of te laat laten terugkeren een inbreuk op de wet op de leerplicht (29 juni 1983). Bovendien brengt dit voor de school organisatorische problemen met zich mee.

In tegenstelling tot wat heel wat ouders denken zijn de eerste en de laatste schooldagen voor uw kinderen, maar ook voor uzelf erg cruciaal. Aan het begin van het nieuwe schooljaar vinden er steeds een aantal belangrijke momenten plaats, zoals kennismaking met de nieuwe klas en met de nieuwe leerkracht(en). Het is belangrijk dat uw kind deze momenten niet mist. Het einde van het schooljaar wordt afgesloten in groep. Het is voor de sociale ontwikkeling van uw kind belangrijk dat hij/zij samen met zijn/haar klasgenoten het jaar kan afsluiten. Daaraan wordt de afhaling van het rapport en het oudercontact gekoppeld. Voor u als ouder is het belangrijk dat u via het oudercontact op de hoogte wordt gehouden van de schoolloopbaan van uw kind.

In het basisonderwijs loopt het schooljaar tot en met de laatste dag van het schooljaar. Daar kan men dus zonder problemen een zinvolle invulling voorzien voor de laatste dagen. In het secundair onderwijs stopt het schooljaar over het algemeen vroeger dan de laatste schooldag. Daarom pleiten wij er ook voor dat secundaire scholen tussen de afhaling van het rapport en de eerste dag van de vakantie eveneens een zinvolle invulling voorzien, zodat ouders er niet meer toe aangezet worden hun kinderen vroegtijdig mee op vakantie te nemen.

Sinds 01/09/2013 keurde de Vlaamse Regering nieuwe regelgeving goed waardoor leerlingen die ziek zijn in de week voor en na een vakantieperiode deze afwezigheid moeten staven met een doktersattest.  Indien ouders en leerling geen doktersattest kunnen voorleggen zal deze afwezigheid een B-code krijgen en bijgevolg als een ongewettigde afwezigheid geregistreerd staan.

Ten slotte moet u er rekening mee houden dat ongewettigde afwezigheden of problematische afwezigheden gedurende het hele schooljaar – en dus ook tijdens de eerste en de laatste schooldagen - geregistreerd en opgevolgd worden door de school en het CLB.

Vaak beëindigen secundaire scholen het schooljaar eerder dan de eigenlijke laatste schooldag. Voor ons als werkende ouders is het gedurende die extra dagen verlof erg moeilijk om opvang te vinden voor onze kinderen. Kunnen wij hiervoor alsnog op de school rekenen?

De combinatie werken - schoolgaande kinderen is niet altijd evident. Een efficiëntere invulling van de schooldagen op het einde van het schooljaar door de school is daarom noodzakelijk. Sinds het schooljaar 2013-2014 zijn er binnen deze context echter een aantal veranderingen.

Vanaf 1/9/2013 is er immers de beperking dat deliberaties door de bevoegde klassenraden ten vroegste starten op de vijfde laatste lesdag van de maand juni (bijvoorbeeld, indien 30 juni op een dinsdag valt, dan kunnen de deliberaties niet eerder aanvangen dan op woensdag 24 juni); voor de opleidingen Se-n-Se en de modules van de opleiding verpleegkunde die eindigen op 31 januari van het lopende schooljaar, is dit de vijfde laatste lesdag van de maand januari.

Daarnaast is het ook zo dat scholen kunnen opteren voor een regeling waarbij tijdens evaluatieperiodes de leerlingen enkel tijdens examens, proeven of evaluatiegesprekken op school moeten aanwezig zijn. Indien ouders niet akkoord gaan met die beperkte aanwezigheid, is de school verplicht in opvang te voorzien zoals op gewone lesdagen. Het schoolbestuur moet in dat geval de inhoudelijke invulling van de opvang vooraf overleggen met de schoolraad.

In welke situaties kan ik een afwezigheid van mijn kind omwille van persoonlijke redenen wettigen?

In principe horen leerlingen elke schooldag aanwezig te zijn op school. Er zijn echter een aantal situaties waarin de leerling afwezig mag zijn. Daartoe dienen zij een medisch attest, een verklaring van de ouders of een document met officieel karakter voor te leggen. Meer bepaald betreft het de situaties die onder geoorloofd verzuim vallen.

Onlangs vernam ik dat ouders die kunnen genieten van een schooltoelage deze kunnen verliezen indien hun kinderen twee jaar op rij 30 halve dagen of meer spijbelen. Ik vind dat door deze regel alweer een bepaalde groep binnen onze maatschappij geviseerd wordt, namelijk ouders die het financieel moeilijk hebben. Zij dreigen gestraft te worden door het intrekken van hun schooltoelage, terwijl gezinnen die door hun hoger loon geen schooltoelage krijgen, buiten schot blijven. Hoe kan dit gerechtvaardigd worden?

We begrijpen dat deze regel op heel wat tegenkanting stoot. De kritiek is enerzijds terecht, maar anderzijds willen we dit toch enigszins nuanceren.

Met deze nieuwe regel willen wij geenszins ouders met minder financiële mogelijkheden viseren. Integendeel, door hen een schooltoelage te geven willen wij ervoor zorgen dat ze een stimulans krijgen om hun kinderen naar school te sturen; als ze dit niet doen verliezen ze immers hun schooltoelage en dit is voor de meeste van deze ouders geen optie. Met de schooltoelage kunnen ook eventuele financiële drempels die leiden tot schoolverzuim worden weggewerkt.
Sinds het schooljaar 2008-2009 is er een uitbreiding van de schooltoelagen gekomen. Ook in het basisonderwijs zal men voortaan gebruik kunnen maken van schooltoelagen. Het aantal ouders/leerlingen dat recht heeft op schooltoelagen is toegenomen tot 1 op 4.

Bovendien moet het duidelijk zijn dat het niet onze bedoeling is om de ouders in eerste instantie te straffen door hun schooltoelage in te trekken. Wij zien het eerder als een laatste stap, wanneer alle voorgaande ingrepen niks hebben uitgehaald.

Als laatste willen we benadrukken dat het spijbelbeleid bedoeld is voor alle spijbelende leerlingen. De stappen die worden ondernomen zijn voor alle spijbelaars dezelfde. Ook op lokaal niveau wordt bovendien een aanpak voor spijbelen ontwikkeld.

Wanneer mijn kind plots ziek wordt op school of namiddag niet meer terugkeert, hoe moet ik deze afwezigheid dan wettigen?

Vaak gaan ouders ervan uit dat wanneer zij tijdens de schooluren hun zieke kind van school gaan afhalen de directie daarvan op de hoogte is en er aldus geen verder attest vereist is. Dit is niet noodzakelijk het geval.

Op school zijn er twee registratiemomenten per dag; één in de voormiddag en één in de namiddag. Leerlingen moeten tijdens de hele schooldag op school aanwezig zijn en aldus zouden zij om in orde te zijn, voor beide registraties als ‘aanwezig’ of ‘gewettigd afwezig’ moeten genoteerd worden. Met andere woorden:
 

  • Een leerling is zowel in de voormiddag als in de namiddag al geregistreerd als aanwezig, voordat hij naar huis vertrekt:geen verdere wettiging meer nodig;
  • Een leerling is enkel in de voormiddag als aanwezig geregistreerd, voordat hij naar huis vertrekt:een verdere wettiging is nodig voor de namiddag dat hij afwezig is;
  • Een leerling vertrekt in de voormiddag, zonder dat hij geregistreerd is: een wettiging is nodig voor de dag van zijn afwezigheid.

De directeur moet voor elke afwezigheid een wettiging kunnen aantonen. Let wel, slechts een aantal afwezigheden kan gewettigd worden. Ziekte is daar uiteraard één van.

Ziekte kan niet gewettigd worden door de directeur zelf en dus mag u er niet van uitgaan dat wanneer de directeur op de hoogte is van het vertrek, alles in orde is.
Als de directeur geen wettiging binnenkrijgt voor deze afwezigheid, zal hij deze afwezigheid als een problematische afwezigheid moeten registreren (B-code), want hij mag geen velden blanco laten in zijn aanwezigheidsregister.

Kan ik als ouder gestraft worden wanneer mijn kind spijbelt?

Als ouder kan u niet in alle gevallen verantwoordelijk gesteld worden voor het spijbelgedrag van uw kind. Om die reden wordt er in het spijbelactieplan, ‘een sluitende aanpak van spijbelen en schoolverzuim’, wanneer het gaat over mogelijke maatregelen voor spijbelaars en hun ouders, een duidelijk onderscheid maak tussen onwil en onmacht.

Of u als ouder daadwerkelijk een sanctionering krijgt, hangt dus af van de omstandigheden. Men gaat daarom op voorhand na in welke situatie een spijbelende leerling en zijn ouders zich bevinden.

Hoe moet ik de afwezigheid van mijn kind tijdens de examenperiode wettigen?

Het wettigen van afwezigheid tijdens de examenperiode is anders in basisonderwijs dan in secundair onderwijs.

In het basisonderwijs is er geen examenperiode en geldt dus gedurende heel het schooljaar dezelfde regeling:

  • Als uw kind maximum drie opeenvolgende kalenderdagen ziek is, dan volstaat een briefje van de ouders. Dit is slechts vier maal per jaar toegelaten, vanaf de vijfde keer is er een medisch attest nodig;
  • Als uw kind langer dan drie opeenvolgende kalenderdagen ziek is, dan is er een medisch attest van de dokter nodig.

In het secundair onderwijs is er in de examenperiode altijd een medisch attest nodig van de dokter, ook al is uw kind minder dan drie opeenvolgende kalenderdagen ziek.

Hoeveel dagen heb ik de tijd om het doktersbriefje van mijn kind binnen te brengen op school?

In de omzendbrief SO/2005/04 is vastgelegd dat alle afwezigheden in het secundair onderwijs om medische reden moeten worden gewettigd wanneer uw kind terug op school komt. Wanneer echter de afwezigheid meer dan 10 opeenvolgende lesdagen bedraagt, moet het attest onmiddellijk aan de school worden bezorgd.

Voor het basisonderwijs bestaat hieromtrent geen regelgeving.

Om het indienen van geantedateerde attesten te vermijden, is het aangewezen dat scholen hieromtrent duidelijke regels hanteren en inderdaad vragen dat het medisch attest zo snel mogelijk ingediend wordt. Kijk dit even na in het schoolreglement: misschien heeft de school van uw kind hier zelf bepaalde regels voor.

Vragen van leerlingen

Je vindt hier de antwoorden op volgende vragen:

In mijn secundaire school worden de examens reeds afgerond in de derde week van juni en zelfs op ons rapport hoeven we niet te wachten tot 30 juni. Kan ik met mijn vrienden op reis vertrekken van zodra ik mijn rapport ontvangen heb?

Elke leerplichtige is verplicht om aanwezig of gewettigd afwezig te zijn vanaf de eerste dag van het schooljaar tot en met de laatste dag van het schooljaar. Vroeger op vakantie vertrekken of later terugkomen is geen gewettigde afwezigheid, maar wel ‘luxeverzuim’, een vorm van ongewettigde afwezigheid. Om die reden plegen leerlingen die vroegtijdig op reis vertrekken of te laat terugkeren een inbreuk op de wet op de leerplicht (29 juni 1983).

In het secundair onderwijs stopt het schooljaar over het algemeen vroeger dan de laatste schooldag. Daarom pleiten wij er ook voor dat secundaire scholen tussen de afhaling van het rapport en de eerste dag van de vakantie eveneens een zinvolle invulling voorzien, zodat vroegtijdig op vakantie vertrekken minder ‘aanlokkelijk’ wordt.

Houd er tenslotte rekening mee dat er sinds 1/9/2013 een nieuwe regelgeving is die zegt dat je in de week voor en na een vakantieperiode bij afwezigheid wegens ziekte verplicht een doktersattest dient binnen te leveren op school.  Een briefje geschreven door je ouders volstaat dus niet om de afwezigheid te wettigen. Ongewettigde afwezigheden of problematische afwezigheden worden gedurende het hele schooljaar – en dus ook tijdens de eerste en de laatste schooldagen - geregistreerd en opgevolgd door de school en het CLB.

In welke situaties kan ik een afwezig zijn omwille van persoonlijke redenen ?

In principe horen leerlingen elke schooldag aanwezig te zijn op school. Er zijn echter een aantal situaties waarin de leerling afwezig mag zijn. Daartoe dienen zij een medisch attest, een verklaring van de ouders of een document met officieel karakter voor te leggen. Meer bepaald betreft het de situaties die onder geoorloofd verzuim vallen.

Ik ben 15 jaar en ik wil graag zo snel mogelijk gaan werken. Wat kan ik doen?

De voltijdse leerplicht geldt tot de leeftijd van vijftien of zestien jaar. Tot die leeftijd blijf je ingeschreven in het voltijds secundair onderwijs. Na die leeftijd geldt enkel nog de deeltijdse leerplicht. Vanaf dan kan je onderwijs volgen in het deeltijds onderwijs.

Voorwaarden om deeltijds te leren:

  • Vijftien jaar zijn én de eerste graad van het secundair onderwijs beëindigd hebben (al dan niet
    geslaagd zijn) of;
  • Zestien jaar zijn

Verschillende mogelijkheden in het deeltijds onderwijs:

  • Het deeltijds beroepssecundaironderwijs (DBSO), georganiseerd door de Centra Deeltijds Onderwijs (CDO)
  • De leertijd: voor leerlingen die een praktische opleiding wensen voor een beroep als zelfstandige, georganiseerd door Syntra
  • Volgen van een erkende vorming in een centrum voor deeltijdse vorming (CDV)

Meer informatie over deeltijds onderwijs of leren en werken

Je zal dus sowieso naar school moeten gaan tot je 18e, maar je kan eventueel vanaf 15/16 jaar wel overstappen naar deeltijds onderwijs.  Op die manier doe je al heel wat arbeidservaring op.  Belangrijk om gemotiveerd te blijven, is dat je een studierichting vindt die bij je interesses aansluit.  Doe hiervoor eventueel een beroep op het CLB, zij kunnen je helpen bij je studiekeuze. 

Vragen van scholen en leerkrachten

Je vindt hier de antwoorden op volgende vragen:

Wanneer ouders geen toestemming geven om hun kinderen te laten deelnemen aan meerdaagse uitstappen, kan de directie hen daar dan alsnog toe verplichten?

Omdat meerdaagse uitstappen die heel wat scholen organiseren niet zomaar ‘plezieruitjes’ zijn zonder verdere inhoud, maar ze zowel een sociale als een pedagogische dimensie hebben, moet de school proberen na te streven dat alle leerlingen ook daadwerkelijk aan deze activiteit deelnemen. Om in dit opzet te kunnen slagen dienen de scholen de meerdaagse uitstappen grondig voor te bereiden en te kaderen in het pedagogische project. Zowel in het basisonderwijs als in het secundair onderwijs zijn aan de organisatie van dergelijke uitstappen een aantal voorwaarden verbonden.

De regelgeving in verband met meerdaagse schooluitstappen in het basisonderwijs is terug te vinden in de omzendbrief 'BaO/2001/13 Extra-muros-activiteiten'.

Deze regelgeving geeft ouders het recht om hun kind niet te laten meegaan op buitenschoolse activiteiten van één dag of meer. In dat geval dient de school voor het kind opvang te voorzien in de school zelf. Kinderen zouden gedurende die periode wel moeten kunnen deelnemen aan activiteiten die zo dicht mogelijk aanleunen bij de pedagogisch-didactische aanpak die aan de deelnemende kinderen op de buitenschoolse activiteit wordt aangeboden.
In principe dienen ouders een schriftelijke toestemming te geven voor de buitenschoolse activiteiten. Vaak gaan scholen – om planlast te verminderen - er echter van uit dat elke kind er automatisch aan deelneemt, tenzij er een tegenbericht is gekomen van de ouders. Deze regelgeving wordt dus best vastgelegd in een algemene bepaling in het schoolreglement. Ze geeft ouders eveneens het recht om hun kind niet te laten deelnemen mits ze deze weigering vooraf uitdrukkelijk schriftelijk meedelen aan de school.

De regelgeving omtrent meerdaagse schooluitstappen in het secundair onderwijs is terug te vinden in de omzendbrief 'SO/2004/06 Extramuros activiteiten in het secundair onderwijs'.

Ook hier moet de school ernaar streven om alle leerlingen te laten deelnemen aan de buitenschoolse activiteiten en dit om dezelfde redenen als hierboven. Ouders kunnen enkel weigeren om hun kind te laten deelnemen indien:

  • het een meerdaagse uitstap betreft;
  • het schoolreglement heeft de deelname niet verplicht gesteld;
  • de ouders/meerderjarige leerling brengen de instelling op voorhand en op gemotiveerde wijze op de hoogte van de niet-deelname.

Ook hier zal de school opvang moeten voorzien op een pedagogisch verantwoorde manier.
Verdere informatie over het schoolbeleid betreffende buitenschoolse activiteiten kan best in het schoolreglement opgenomen worden. Op de bijdragenlijst die vóór het begin van het schooljaar wordt opgesteld komen eveneens de eventuele kosten voor die voor deze buitenschoolse activiteiten aan ouders worden doorgerekend. Ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat de school naar best vermogen initiatieven probeert te nemen die financiële belemmeringen vermijden, bijvoorbeeld via het opzetten van een systeem van schoolsparen.

Vaak zijn de officiële lessen en examens reeds afgerond voor 30 juni. Mogen wij ouders de toestemming geven om met hun kinderen op reis te vertrekken?

Elk kind is verplicht om aanwezig of gewettigd afwezig te zijn vanaf de eerste dag van het schooljaar tot en met de laatste dag van het schooljaar. Vroeger op vakantie vertrekken of later terugkomen is geen gewettigde afwezigheid, maar wel ‘luxeverzuim’, een vorm van ongewettigde afwezigheid. Om die reden plegen ouders die hun kinderen vroegtijdig mee op reis nemen of te laat laten terugkeren een inbreuk op de wet op de leerplicht (29 juni 1983). Bovendien brengt dit voor de school onvermijdelijk organisatorische problemen met zich mee.

Sinds 01/09/2013 keurde de Vlaamse Regering een nieuw besluit goed waardoor leerlingen die ziek zijn in de week voor en na een vakantieperiode deze afwezigheid moeten staven met een doktersattest.  Indien ouders en leerling geen doktersattest kunnen voorleggen zal deze afwezigheid een B-code krijgen en bijgevolg als een ongewettigde afwezigheid geregistreerd moeten worden.

In tegenstelling tot wat velen denken zijn de eerste en de laatste schooldagen voor leerlingen, maar ook voor ouders erg cruciaal. Aan het begin van het nieuwe schooljaar vinden er steeds een aantal belangrijke momenten plaats, zoals kennismaking met de nieuwe klas en met de nieuwe leerkracht(en). Het is belangrijk dat leerlingen deze momenten niet missen. Het einde van het schooljaar wordt afgesloten in groep. Het is voor de sociale ontwikkeling van de leerlingen belangrijk dat ze samen met hun klasgenoten het jaar kunnen afsluiten. Daaraan wordt de afhaling van het rapport en het oudercontact gekoppeld. Voor de ouders is het belangrijk dat ze via het oudercontact op de hoogte worden gehouden van de schoolloopbaan van hun kind.

In het basisonderwijs loopt het schooljaar tot en met de laatste dag van het schooljaar. Daar kan men dus zonder problemen een zinvolle invulling voorzien voor de laatste dagen. In het secundair onderwijs stopt het schooljaar over het algemeen vroeger dan de laatste schooldag. Daarom pleiten wij er ook voor dat secundaire scholen tussen de afhaling van het rapport en de eerste dag van de vakantie eveneens een zinvolle invulling voorzien, zodat ouders er niet meer toe aangezet worden hun kinderen vroegtijdig mee op vakantie te nemen.

Bovendien zijn er sinds het schooljaar 2013-2014 binnen deze context een aantal veranderingen. 

Vanaf 1/9/2013 is er immers de beperking dat deliberaties door de bevoegde klassenraden ten vroegste starten op de vijfde laatste lesdag van de maand juni (bijvoorbeeld, indien 30 juni op een dinsdag valt, dan kunnen de deliberaties niet eerder aanvangen dan op woensdag 24 juni); voor de opleidingen Se-n-Se en de modules van de opleiding verpleegkunde die eindigen op 31 januari van het lopende schooljaar, is dit de vijfde laatste lesdag van de maand januari. 

Daarnaast is het ook zo dat scholen kunnen opteren voor een regeling waarbij tijdens evaluatieperiodes de leerlingen enkel tijdens examens, proeven of evaluatiegesprekken op school moeten aanwezig zijn. Indien ouders echter  niet akkoord gaan met die beperkte aanwezigheid, is de school verplicht in opvang te voorzien zoals op gewone lesdagen. Het schoolbestuur moet in dat geval de inhoudelijke invulling van de opvang vooraf overleggen met de schoolraad.

Ten slotte moeten scholen ongewettigde afwezigheden of problematische afwezigheden gedurende het hele schooljaar – en dus ook tijdens de eerste en de laatste schooldagen - registreren en opvolgen samen met het CLB.

Is de norm van 2 schooljaren op rij 30 halve dagen spijbelen voor het verliezen van de schooltoelage geen te lage norm, aangezien er voldoende mogelijkheden overblijven om veelvuldige afwezigheden te wettigen met doktersbriefjes?

Eerst en vooral is het belangrijk om te beseffen dat er reeds een begeleiding moet worden opgestart door de school vanaf de eerste halve dag dat een leerling spijbelt. Het is dus niet zo dat er 30 halve dagen moet worden gewacht, alvorens men kan ingrijpen.

Onlangs werd er een nieuwe maatregel ingevoerd, omtrent de aanwezigheden aan het begin van het schooljaar: sinds het schooljaar 2007-2008 vraagt het Ministerie van Onderwijs en Vorming aan alle scholen de aan- en afwezigheidsgegevens van de eerste drie schooldagen op. Leerlingen die tijdens deze eerste drie schooldagen problematisch afwezig waren of op geen enkele manier aan de leerplicht voldeden (noch door inschrijving in een erkende gesubsidieerde of gefinancierde school, noch door het volgen van collectief of individueel huisonderwijs, noch een vrijstelling van de leerplicht hebben), krijgen meteen vanuit de overheid het signaal dat ze niet in regel zijn met de wet op de leerplicht.

Uiteraard zijn we ons ervan bewust dat deze maatregel geen oplossing biedt voor de afwezigheden op het einde van het schooljaar en bij andere vakanties tijdens het schooljaar (bijvoorbeeld drie dagen eerder herfstvakantie nemen) . Daarom hopen we dat daar de mogelijkheden - die er nu al zijn om spijbelaars te begeleiden en indien nodig te bestraffen - volstaan (bv. begeleiding door de school en/of het CLB, inschakelen van het Ministerie van Onderwijs en Vorming met behulp van een zorgwekkend dossier, het inschakelen van de politie, het parket...). Voor meer informatie

Ouders van leerlingen die 30 halve dagen of meer problematisch afwezig waren in de loop van het schooljaar ontvangen - ongeacht of ze recht hebben op een schooltoelage of niet – vanuit het Ministerie van Onderwijs en Vorming een waarschuwingsbrief waarin hen nogmaals gewezen wordt op de leerplicht. Leerlingen die twee schooljaren op rij 30 halve dagen of meer problematisch afwezig zijn, zullen daarbovenop ook nog eens hun recht op een schooltoelage verliezen. Deze brief fungeert dus min of meer als een ‘laatste waarschuwing’.

Toch begrijpen we dat vele mensen 30 halve dagen problematische afwezigheid alvorens er een signaal gegeven wordt te veel vinden. De beslissing om 30 halve dagen spijbelen als maatstaf te nemen in het kader van de schooltoelagen is echter deels pragmatisch: we beschikken hier al centraal over deze gegevens, aangezien scholen een zending doen van elke leerling met 30 halve dagen code B – voor problematische afwezigheid - of meer. We moeten dus niet extra bij de scholen gaan aankloppen voor gegevens. We zijn er ons van bewust dat B-codes soms verdoezeld worden, maar anderzijds worden B-codes soms ook onterecht gegeven. Bovendien zijn er verschillende redenen waarom leerlingen spijbelen. Soms is er sprake van onwil van ouders en/of leerlingen, maar soms is er ook sprake van onmacht. Vandaar dat we hierin een gulden middenweg hebben proberen te vinden.

Ook zijn wij erg waakzaam voor doktersbriefjes die problematische afwezigheden toedekken. Vandaar dat in 2007 afspraken werden gemaakt met de medische sector omtrent dixit- en geantedateerde attesten*.
Afwezigheden met een dixit-attest en een geantedateerd attest worden beschouwd als problematische afwezigheden en men zal hiervoor de code B gebruiken. Hetzelfde geldt voor medische attesten wanneer deze gebruikt worden om vroeger op vakantie te vertrekken of later terug te keren uit vakantie. Ook voor die dagen moet de school de afwezigheden met een code B registreren.

Wij willen er ook nog eens extra op wijzigen dat scholen zelf de vraag naar geantedateerde attesten niet in de hand mogen werken, door leerlingen aan te zetten om afwezigheden te wettigen met een medisch attest.

In welke situaties kunnen leerlingen een afwezigheid omwille van persoonlijke redenen wettigen?

In principe horen leerlingen elke schooldag aanwezig te zijn op school. Er zijn echter een aantal situaties waarin de leerling afwezig mag zijn. Daartoe dienen zij een medisch attest, een verklaring van de ouders of een document met officieel karakter voor te leggen. Meer bepaald betreft het de situaties die onder geoorloofd verzuim vallen.

Wanneer een leerling plots ziek wordt op school of namiddag niet meer terugkeert, hoe moet deze afwezigheid dan gewettigd worden?

Vaak gaan ouders ervan uit dat wanneer zij tijdens de schooluren hun zieke kind van school gaan afhalen de directie daarvan op de hoogte is en er aldus geen verder attest vereist is. Dit is niet noodzakelijk het geval.

Op school zijn er twee registratiemomenten per dag; één in de voormiddag en één in de namiddag. Leerlingen moeten tijdens de hele schooldag op school aanwezig zijn en aldus zouden zij om in orde te zijn, voor beide registraties als ‘aanwezig’ of ‘gewettigd afwezig’ moeten genoteerd worden. Met andere woorden:

  • Een leerling is zowel in de voormiddag als in de namiddag al geregistreerd als aanwezig, voordat hij naar huis vertrekt: geen verdere wettiging meer nodig;
  • Een leerling is enkel in de voormiddag als aanwezig geregistreerd, voordat hij naar huis vertrekt: een verdere wettiging is nodig voor de namiddag dat hij afwezig is;
  • Een leerling vertrekt in de voormiddag, zonder dat hij geregistreerd is: een wettiging is nodig voor de dag van zijn afwezigheid.

De directeur moet voor elke afwezigheid een wettiging kunnen aantonen. Let wel, slechts een aantal afwezigheden kan gewettigd worden. Ziekte is daar uiteraard één van.

Ziekte kan niet gewettigd worden door de directeur zelf en dus mag men er niet van uitgaan dat wanneer de directeur op de hoogte is van het vertrek, alles in orde is.
Als de directeur geen wettiging binnenkrijgt voor deze afwezigheid, zal hij deze afwezigheid als een problematische afwezigheid moeten registreren (B-code), want hij mag geen velden blanco laten in zijn aanwezigheidsregister.

Kunnen kinderen zonder geldige verblijfspapieren toch ingeschreven worden in een school?

De wet op de leerplicht (29 juni 1983) werd ontwikkeld voor alle kinderen die in België verblijven. Hieronder vallen uiteraard kinderen met de Belgische nationaliteit, maar ook kinderen met een vreemde nationaliteit die ingeschreven zijn in het vreemdelingenregister, het bevolkingsregister of het wachtregister van de gemeente. Vanaf de zestigste dag na hun inschrijving in één van deze drie registers, moeten deze kinderen ingeschreven zijn in een school en de lessen op regelmatige basis volgen. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de ouders.

Ook kinderen die geen officiële verblijfspapieren (meer) bezitten, hebben een leerrecht, net als alle andere kinderen. Een school kan om deze reden niet weigeren een leerling in te schrijven.
Deze kinderen zijn echter vaak niet gekend in het vreemdelingen-, bevolkings- of wachtregister, maar ze blijven wel leerplichtig. Voor niet-begeleide minderjarigen of minderjarigen zonder wettig verblijf geldt hetzelfde.
Het Ministerie van Onderwijs & Vorming houdt dus wel degelijk vast aan de leerplicht, naast het leerrecht.

Vanuit onderwijs bewaken we het leerrecht van minderjarige vluchtelingen door te verbieden dat de kinderen door politie worden opgehaald of opgewacht aan de school of schoolpoort.

Mag/moet ik als leerkracht leerlingen die spijbelen aangeven op mijn school als deze leerlingen meerderjarig zijn?

Aangezien spijbelen geen als misdrijf omschreven feit (MOF) is, kan niemand verplicht worden om spijbelen aan te geven. In sommige scholen neemt men echter wel in het schoolreglement op dat leerkrachten spijbelaars moeten melden, maar dat is dus afhankelijk van de school.

Bovendien zijn meerderjarige leerlingen niet meer leerplichtig. Daardoor zijn de gevolgen van hun spijbelgedrag minder groot dan de gevolgen voor minderjarige leerlingen, die uiteraard wel nog leerplichtig zijn. Toch kunnen ook meerderjarige leerlingen het recht op hun schooltoelage verliezen, indien zij twee jaar op rij hardnekkig spijbelen.

Het is wel belangrijk dat u als leerkracht in eerste instantie de spijbelende leerling in kwestie zelf aanspreekt op het moment dat u hem/haar op spijbelen betrapt. Op die manier kan u proberen na te gaan wat de reden is voor het spijbelen en kan u de leerling wijzen op het feit dat hij/zij eigenlijk op school aanwezig moet zijn.

Ook is het aangewezen om de school op de hoogte te brengen van het spijbelgedrag van de leerling in kwestie, aangezien de afwezigheid dan als problematische afwezigheid kan worden geregistreerd op school. Door die registratie kan er op school, eventueel samen met het CLB, een begeleiding worden opgestart voor de leerling. Zo kan men de oorzaak van het spijbelen achterhalen en de leerling helpen. Dit alles moet ondernomen worden met het oog op een uitstroom van de leerling mét een kwalificatie.

Scholen kunnen daarenboven de hulp inroepen van de lokale politie, het parket en/of het Ministerie van Onderwijs & Vorming, indien ze zelf geen oplossing vinden voor het probleem van de jongere. Maar, wanneer het om een meerderjarige en dus niet meer leerplichtige leerling gaat, zijn de mogelijkheden daarin beperkt en zullen de partners waarschijnlijk niet geneigd zijn om dit als prioritair te behandelen.

Meer achtergrondinformatie over spijbelen en de opvolging ervan door school, CLB, ministerie, politie en parket

Mag/moet ik als leerkracht van een school het spijbelgedrag van leerlingen die niet op mijn school zitten aangeven?

Hier geldt hetzelfde als hierboven. Spijbelen is geen MOF en moet dus in principe niet aangegeven worden.

Indien u met zekerheid weet dat het gaat om een leerplichtige leerling van een andere school en indien u ook weet om welke school het gaat, dan kan u de desbetreffende school inlichten. Dit om dezelfde reden als hierboven, namelijk in het belang van een aangepaste begeleiding. Toch is er geen meldingsplicht.

Hoe moet een afwezigheid wegens ziekte tijdens de examenperiode gewettigd worden?

Het wettigen van afwezigheid tijdens de examenperiode is anders in basisonderwijs dan in secundair onderwijs.

In het basisonderwijs is er geen examenperiode en geldt dus gedurende heel het schooljaar dezelfde regeling:

  • Als het kind maximum drie opeenvolgende kalenderdagen ziek is, dan volstaat een briefje van de ouders. Dit is slechts vier maal per jaar toegelaten, vanaf de vijfde keer is er een medisch attest nodig;
  • Als het kind langer dan drie opeenvolgende kalenderdagen ziek is, dan is er een medisch attest nodig van de dokter.

In het secundair onderwijs is er in de examenperiode altijd een medisch attest nodig van de dokter, ook al is de leerling minder dan drie opeenvolgende kalenderdagen ziek.

Als kleuterleidster merk ik dat er elk jaar kleuters zijn die vaak niet of te laat komen opdagen. Hoe kan ik dit probleem aanpakken?

De leerplicht vangt aan op 1 september van het kalenderjaar waarin het kind zes jaar wordt. Kleuters zijn dus niet leerplichtig en er kan bij kleuters jonger dan 6 jaar dan ook niet gesproken worden van ‘spijbelen’. Evenmin kan er ‘streng’ opgetreden worden, wanneer kleuters niet, op onregelmatige basis of te laat naar school komen.

Toch kan de school - en de kleuterleidsters in het bijzonder - het fenomeen niet zomaar links laten liggen. Vele onderzoeken tonen immers aan dat zo vroeg en zo regelmatig mogelijk schoollopen –vooral voor de sociaal zwakkeren - en een intensieve begeleiding in een georganiseerde structuur, positieve effecten hebben op kleuters. Eveneens verkleint dit het risico op (taal-)achterstand. Het is dus wel degelijk van belang om kleuters vanaf 2,5 jaar op school te krijgen én om kleuters van alle leeftijden op regelmatige basis en op tijd op school te hebben.

Om dit na te streven zijn er een aantal dingen waar de school aan kan werken. Zo moet ervoor gezorgd worden dat er een gedeelde visie heerst op school wat betreft het schoollopen van kleuters en dat iedereen bereid is om daaraan te werken. Dit kan op verschillende manieren gebeuren:

  • Zorg ervoor dat er een positief schoolklimaat heerst en dat kleuters dus graag naar school komen. Een correcte en vriendelijke omgang tussen kleuters onderling, tussen kleuters en kleuterleidsters en tussen kleuterleidsters onderling kan daartoe zeker bijdragen. De kleuters moeten zich immers ‘veilig’ kunnen voelen op school. Ook het voorzien van voldoende activiteiten gedurende de dag, inclusief de pauzes, kan ertoe bijdragen dat kleuters zich goed voelen op school en daarom graag naar school komen. Voor de jongste kleutertjes zijn voldoende rustmomenten, zoals een middagdutje, ook van belang. Ouders die merken dat hun kind zich goed voelt op school, zullen wellicht meer geneigd zijn om hun kind op tijd en op regelmatige basis naar school te laten gaan.
  • Zorg voor een duidelijke en regelmatige communicatie naar ouders toe. Ouders kunnen zich slechts betrokken voelen, wanneer ze voldoende ingelicht worden over de werking, het beleid,… van de school. Daarom moeten kleuterleidsters ervoor zorgen dat er voldoende contactmomenten zijn met de ouders. Dit kan formeel via een oudercontact, maar in de kleuterschool gebeurt dit eerder informeel, namelijk aan het begin van de dag - wanneer ouders kun kind naar school brengen - of aan het einde van de dag - wanneer ze hun kind weer komen ophalen. Op die mannier leren kleuterleidsters en ouders elkaar beter kennen en krijgen de ouders de kans om kennis te nemen van de verschillende activiteiten tijdens de dag. Bovendien moeten ouders het belang van de kleuterschool beseffen. De school moet ervoor zorgen dat ouders weten hoe belangrijk het is voor de ontwikkeling van hun kind dat ze zo vroeg en zo regelmatig mogelijk naar school komen. Wanneer kleuterleidsters te maken krijgen met kleuters die vaak te laat of helemaal niet naar school komen, dan kunnen ze de ouders hierover aanspreken en hen opnieuw op het belang van de kleuterschool wijzen. Ook het geven van inspraak wat betreft het schoolgebeuren kan ouders stimuleren hun kind naar school te sturen, ze voelen zich dan immers een ‘partner’ van de school. Ze krijgen het gevoel ernstig genomen te worden.
  • Zorg ervoor dat ook allochtone ouders bereikt worden. Wanneer allochtone kleuters ingeschreven zijn in de kleuterschool, maar niet regelmatig naar school komen, kan de oorzaak daarvan zijn dat de ouders niet voldoende geïnformeerd zijn over het belang van de kleuterschool. Toch is het belangrijk dat ook deze ouders daarover ingelicht worden, maar indien zij de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn, glippen ze al te vaak door de mazen van het net. Hiertegen moet men specifieke acties ondernemen. Dit kan bijvoorbeeld door deze ouders apart uit te nodigen, zonder dat zij het gevoel krijgen geviseerd te worden. Met behulp van een tolk kan er voldoende tijd uitgetrokken worden voor het informeren van deze ouders.
  • Zorg ervoor dat kleuters graag op tijd komen. Om het op tijd komen te stimuleren kunnen leerkrachten de ‘leukste’ activiteiten op het begin van de dag plannen. Zo is er bijvoorbeeld het kringgesprek dat de meeste kleuters niet graag aan zich voorbij zien gaan. Ook het kiezen van het ‘kindje van de dag’ kan best aan het begin van de dag gebeuren. Daarbij kan de afspraak gemaakt worden dat, wanneer de kleuter die normaal gezien ‘kindje van de dag’ zou zijn niet aanwezig is, de beurt naar de volgende kleuter doorschuift. Het is dus belangrijk om een kleuter te stimuleren om graag op tijd te komen. Op die manier is de kans groter dat de ouders hun best doen om hun ‘ongeduldige’ kleuter op tijd aan de schoolpoort af te zetten.

Door met voorgaande tips rekening te houden kan de school ernaar streven zoveel mogelijk kleuters tijdig en op regelmatige basis op school te krijgen. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt zowel bij de school als bij de ouders zelf. Uiteindelijk zijn het nog steeds ouders die een beslissing nemen. Meer informatie over kleuterparticipatie

Aanwezigheden worden ook beloond. Sinds 2007-2008 bestaat er een schooltoelage voor kinderen in het kleuteronderwijs. Ouders die recht hebben op een schooltoelage kunnen deze alleen krijgen als hun kind voldoende aanwezig was. Hoe ouder het kind hoe meer dagen zij aanwezig moeten zijn.  

Code L of code B bij te laat komen?

Er is een duidelijk verschil tussen beide codes.  Het is van belang dat scholen dit onderscheid maken, aangezien er bij een code L niet noodzakelijk sprake is van een probleem, terwijl een code B moet leiden tot opvolging en begeleiding van de leerling in kwestie.

Scholen kunnen zelf bepalen vanaf wanneer zij het te laat komen van leerlingen nog als code L, dan wel als code B registreren. Afhankelijk van de omvang van het te laat komen op school, kan men hier strenger dan wel losser mee omspringen. Men dient wel rekening te houden met de mogelijke gevolgen van het registreren van een code B. Ook is het belangrijk dat leerlingen en ouders weten welke afspraken hieromtrent op de school gelden, onder andere door dit op te nemen in het schoolreglement.

Hoeveel dagen hebben ouders de tijd om het doktersbriefje van hun kind binnen te brengen op school?

In de omzendbrief SO/2005/04 is vastgelegd dat alle afwezigheden in het secundair onderwijs om medische reden moeten worden gewettigd wanneer de leerling terug op school komt. Wanneer echter de afwezigheid meer dan 10 opeenvolgende lesdagen bedraagt, moet het attest onmiddellijk aan de school worden bezorgd.

Voor het basisonderwijs bestaat hieromtrent geen regelgeving.

Om het indienen van geantedateerde attesten te vermijden, lijkt het ons echter aangewezen dat de school hieromtrent duidelijke regels hanteert en inderdaad vraagt dat het medisch attest zo snel mogelijk ingediend wordt.

Vragen van artsen

Je vindt hier de antwoorden op de volgende vragen:

Mag ik als clb-arts rechtstreeks contact opnemen met de behandelende arts van een leerling, of heb ik hiervoor toestemming nodig van de ouders en/of de leerling?

U kan als CLB-arts - rekening houdend met de deontologische artsencode - contact opnemen met de huisarts van een leerling, wanneer scholen zich vragen stellen bij een medisch attest.

De wettelijke basis hiervoor zijn de omzendbrieven 'BaO/2002/11 Afwezigheden van leerlingen in het basisonderwijs' en 'SO/2005/04 Afwezigheden en in- en uitschrijvingen in het voltijds gewoon secundair onderwijs en het deeltijds secundair onderwijs', die bepalen dat "medische attesten waarrond twijfel bestaat of die onaanvaardbaar zijn, door de betrokken scholen worden gesignaleerd aan de CLB-arts, die het best geplaatst is om, rekening houdend met de deontologische artsencode, deze zaak verder op te volgen."

In de omzendbrieven wordt niets vermeld over een verplichting om eerst de ouders van de leerling op voorhand te informeren over het contact tussen CLB- en huisarts. In het kader van de begeleiding van de spijbelende leerling, die de school samen met het CLB opzet, is het uiteraard wel aan te raden om de ouders op de hoogte te brengen van de contactname, maar dit kan eventueel ook achteraf. Op de hoogte houden is immers niet hetzelfde als toestemming vragen.

Omdat deze procedure vaak weerstanden opriep en niet altijd effectief was, sloot minister Vandenbroucke een samenwerkingsprotocol af tussen de medische sector en de onderwijssector met betrekking tot het oneigenlijke gebruik van medische attesten. Het doel van dit samenwerkingsprotocol was onder andere om artsen te sensibiliseren over de rol die zij kunnen spelen bij de aanpak van een spijbelprobleem en om hen in functie daarvan hulpmiddelen aan te reiken om contact op te nemen met de school van een spijbelende patiënt. Het protocol streeft er dan ook naar om op lange termijn ervoor te zorgen dat leerlingen niet langer afwezigheden proberen te maskeren door middel van medische attesten.
Er werd ook een databank opgezet waardoor artsen makkelijker rechtstreeks contact kunnen opnemen met de CLB-arts van een leerling, wanneer ze problemen willen signaleren.

Vaak komen dezelfde patiënten om een doktersbriefje vragen, maar ik stel geen ziekte vast. Wat moet ik hiermee aanvangen?

Wanneer jongeren om een doktersbriefje vragen, wanneer ze niet ziek zijn, dan kan dit wijzen op een probleem. Het is mogelijk dat er een ernstige, achterliggende oorzaak is die de jongere verhindert om naar school te gaan. U kunt als arts dit signaal doorgeven aan de school, door in plaats van een medisch attest een dixit-attest te schrijven.
Ook is het belangrijk dat u geen geantedateerde attesten uitschrijft.

Wees u ervan bewust dat er heel wat mogelijkheden zijn voor leerlingen om een afwezigheid wegens andere reden dan ziekte te wettigen.  U hoeft voor deze afwezigheden dus geen ziektebriefje te schrijven. 

Tenslotte werd er ook specifiek communicatiemateriaal ontwikkeld voor artsen onder de vorm van:

  • Een affiche voor in de wachtkamer met als boodschap dat de arts enkel een medisch attest schrijft als het kind ziek is.  Deze affiche kan drempelverhogend zijn voor ouders die onterecht een medisch attest zouden willen vragen.
  • Een brochure met correcte informatie om aan ouders mee te geven wanneer aan de arts onterecht of onnodig een medisch attest wordt gevraagd.
    Deze brochure bestaat in het Nederlands, Frans, Engels, Duits, Spaans, Pools, Russisch, Kroatisch, Turks en Arabisch.