Wat is lokaal flankerend onderwijsbeleid?Steeds meer steden en gemeenten voeren een actief lokaal beleid voor welzijn, jeugd, sport, cultuur, milieu, …. Ze ondersteunen plaatselijke projecten of samenwerkingsverbanden, organiseren soms de samenwerking tussen diensten, voorzieningen en instellingen en stimuleren een gemeenschappelijke visie. Steden en gemeenten zijn ideale partners om de Vlaamse beleidsprioriteiten lokaal te laten doordringen en toe te passen. Vandaar initiatieven als het decreet lokaal sociaal beleid, de milieuconvenanten, de mobiliteitsconvenanten, … Omwille van deze evolutie pleitte Minister Vandenbroucke steeds voor een
bondgenootschap met de lokale besturen op het vlak van onderwijs. Daarom heeft
hij in 2005 een overlegplatform met de 13 Vlaamse
centrumsteden opgericht. Vanaf het schooljaar 2005-2006 heeft hij ook
beslist om de steden en gemeenten financieel te ondersteunen
in deze rol. Tijdens de schooljaren 2005-2006 en 2006-2007 werden er
projectsubsidies gegeven aan de centrumsteden. Vanaf het schooljaar
2007-2008 konden ook de niet-centrumsteden hier een beroep op doen. Deze
samenwerking tussen de Vlaamse Overheid en de lokale besturen werd bovendien
verankerd in regelgeving. Regelgeving betreffende het flankerend onderwijsbeleid op lokaal niveauHet decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid op lokaal niveau van 30 november 2007Het decreet vormt het fundament voor een goed lokaal onderwijsbeleid. De projectsubsidies krijgen hier een decretale grond en de rol van de steden en gemeenten wordt duidelijk beschreven. Ook de problematiek van de sociale voordelen wordt in het decreet aangepakt zodat die geen hindernissen meer vormen voor lokale initiatieven. Met deze garanties kan elke stad een stevige visie op het lokaal onderwijsbeleid ontwikkelen en uittesten, met eigen accenten. Het decreet werd aangenomen door de plenaire vergadering van het parlement op 21/11/07 en werd bekrachtigd op 30/11/2007. Het verscheen op 11/02/2008 in het Belgisch Staatsblad. Het Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de procedure voor de toekenning van subsidies aan projecten in het kader van het flankerend onderwijsbeleid op lokaal niveau van 18 april 2008Dit besluit, dat we het procedurebesluit noemen, regelt de procedures voor de toekenning van de subsidies aan projecten en legt tevens een aantal voorwaarden vast waaraan de projecten moeten voldoen om uitbetaald te worden. Het besluit verscheen op 5 juni 2008 in het Belgisch Staatsblad. Extra middelen voor onderwijsprojectenDe Vlaamse overheid trekt middelen uit die het onderwijsbeleid in de 13 centrumsteden en in andere gemeenten een extra financiële impuls geven. In het schooljaar 2005-2006 startten we met de ondersteuning van onderwijsprojecten in Antwerpen, Genk, Gent en Mechelen. Deze vier steden kregen prioritair steun omdat zij de zorgwekkendste cijfers behaalden op de onderwijsindicatoren van de stadsmonitor (o.a. spijbelen, witte vlucht, aantal leerlingen in beroepsonderwijs,...). Vanaf het schooljaar 2006-2007 werd er 1,5 miljoen euro uitgetrokken voor het onderwijsbeleid van alle 13 centrumsteden. De projecten worden steeds in een cofinanciering ondersteund om de betrokkenheid van het stedelijk en het Vlaamse beleidsniveau te garanderen. Vanaf het schooljaar 2007-2008 voorzien we middelen (0,5 miljoen euro) om het flankerend onderwijsbeleid ook in niet-centrumsteden te ondersteunen. Met die middelen steunen we projecten in gemeenten die specifieke lokale onderwijsproblematieken kennen op het vlak van gelijke onderwijskansen en op het vlak van leerplicht. Ook samenwerkingsverbanden tussen gemeenten kunnen projecten indienen. Ook in de hierop volgende schooljaren worden middelen voorzien voor zowel centrum- als niet-centrumsteden. De toekenning en uitbetaling van deze middelen wordt vanaf het schooljaar 2008-2009 geregeld via ministerieel besluit:
Bent u geïnteresseerd om zelf een projectaanvraag in te dienen? Dan vindt u op deze website informatie over het indienen van een projectaanvraag.
|