Jaar van de Kleuter: stand van zaken op 11 februari 2008
Nota Kabinet Vlaams minister van Onderwijs en Vorming
11 februari 2008
Inleiding
De kleuterschool is al lang geen bewaarschool meer. Vandaag verwachten we dat de kleuterjuf de kinderen voorbereidt op een goede start in het lager onderwijs: door sociale vaardigheden bij te brengen, vertrouwdheid met de onderwijstaal, elementaire schoolse vaardigheden, ...
Tegelijk met de stijgende verwachtingen is de voorbije tien jaar fors geïnvesteerd in de kwaliteit van het kleuteronderwijs: door de omkadering uit te breiden, door de werkingsmiddelen op te trekken, door het loon van de kleuterleidsters te verhogen.
Toch zijn nog niet alle ouders overtuigd van het belang van vroege en regelmatige aanwezigheid van hun kleuters op school. Hun kinderen dreigen zo aan het lager onderwijs te beginnen met een achterstand en dat is een handicap die ze vaak de rest van hun schoolloopbaan meeslepen.
Bij de verkiezing van de Kleuterjuf van het Jaar, An Van Meerbeek, heeft onderwijsminister Frank Vandenbroucke 2007-2008 uitgeroepen tot het Jaar van de Kleuter. Met dit jaar wil hij een pluim geven voor het werk dat dagelijks gepresteerd wordt in de kleuterklassen. En hij wil onderstrepen hoe belangrijk het is dat ouders hun kinderen tijdig en regelmatig naar de kleuterklas sturen.
Het Jaar van de Kleuter ging officieel van start met een regeringsmededeling en de lancering van www.jaarvandekleuter.be. Een verkorte versie van de mededeling liep trouwens de voorbije weken op de belangrijkste Vlaamse televisiezenders. Minister Vandenbroucke maakte bij de start van het schooljaar ook bekend dat 20 miljoen euro geïnvesteerd zou worden in een verdere versterking van het kleuteronderwijs. En dat er acties en samenwerkingen opgezet zouden worden om, vaak moeilijk bereikbare, ouders te overtuigen om hun kinderen naar de kleuterklas te sturen.
In deze nota wordt een overzicht gegeven van de lopende acties en worden nieuwe acties voorgesteld.
Nieuwe acties
1. Gegevensuitwisseling van niet-ingeschreven kleuters
In Vlaanderen neemt een beperkte groep kinderen niet deel aan het kleuteronderwijs. Dat is jammer, temeer omdat ons kleuteronderwijs van een zeer hoog niveau is. Daarom maakt het beleidsdomein Onderwijs en Vorming vanaf dit jaar een vergelijking tussen het aantal inschrijvingen in de kleuterscholen en het rijksregister. Op die manier kunnen de kleuters die al naar school mogen, maar nog niet ingeschreven zijn, in kaart gebracht worden.
Vervolgens worden de gegevens over niet-ingeschreven kleuters met Kind en Gezin uitgewisseld. De regionale verpleegkundigen zullen dan een huisbezoek kunnen brengen aan ouders van niet-ingeschreven kleuters of acties ondernemen bij deze ouders. Kind en Gezin houdt de administratie Onderwijs op de hoogte van die huisbezoeken en acties. Op basis van deze informatie gaan lokale overlegplatforms (LOP’s) en gemeenten (waar geen LOP is) rond de tafel zitten met diverse betrokkenen. Zij bekijken wat ze kunnen doen om de ouders te stimuleren.
Volgens de privacywetgeving is voor deze werkwijze een decretale basis vereist. Een voorstel van decreet werd op 23 januari 2008 unaniem goedgekeurd in het Vlaams parlement en op 1 februari 2008 door de Vlaamse regering bekrachtigd. De toestemming van de privacycommissie voor gegevensuitwisseling is vorige week aangevraagd. Kind en Gezin start zijn huisbezoeken normaalgezien na de Paasvakantie op.
2. Het startersboek, de vertelkaart, de vlieg en de inleg kleuterparticipatie in Klasse
Het ‘Startersboek: naar de kleuterklas’ informeert ouders van instappende kleuters op een laagdrempelige manier over de nieuwe wereld van hun kind. Wat doet een kleuter in de klas en waarom, wie loopt er rond op school, hoe zit dat met inschrijvingen, kosten,…? Elke directie krijgt begin februari één exemplaar en kan gratis exemplaren bijbestellen om aan ouders uit te delen bij de inschrijving van hun kleuter.
Bij het startersboek hoort ook een kleurrijke vertelkaart waarmee ouders met hun kind over de kleuterklas kunnen praten. Elke school ontvangt deze vertelkaart ook op A3-formaat om in de eerste kleuterklas over thuis te praten. Zo kan de brug tussen school en thuis op een speelse manier versterkt worden.
Op www.klasse.be/ouders vind je ook een downloadbaar filmpje dat ouders één dag laat binnengluren in een kleuterklas. De beelden zijn van commentaar voorzien door de bekende kinderpsychiater Peter Adriaennssens. Niet te missen voor wie er van droomt om eens een vlieg in de kleuterklas te zijn.
In het maartnummer van Klasse voor Leerkrachten vinden alle leerkrachten van het basisonderwijs een inleg over kleuterparticipatie. De inleg is een mix van interviews met ouders, leerkrachten, directie, … over de kleuterklas en korte stukjes over het beleid waarbij tijdig en regelmatig schoollopen centraal staan.
3. Startdag zorg+medewerkers en provinciale ontmoetingsdagen
Sinds het begin van dit schooljaar krijgt elke scholengemeenschap een aantal
uren toegekend om een medewerker in te zetten voor zogenaamde “zorg+”taken. In
totaal gaat het om 78 voltijdse jobs. Hiervoor is 2,665 miljoen uitgetrokken. De
zorg+medewerker kan voor de scholengemeenschap het beleid rond
kleuterparticipatie uittekenen, in samenwerking met de directies, kleuterjuffen,
het lokaal overlegplatform (LOP), de regioverpleegkundigen van Kind en Gezin, …
Zo zou een brugfiguur bv. ouders van ingeschreven kleuters die heel onregelmatig
schoollopen, kunnen aanspreken en proberen de ouders te overtuigen kun kleuter
vaker naar de kleuterklas te laten komen.
Om deze nieuwe medewerkers te ondersteunen in hun opdracht, organiseerde het
Vlaams Ministerie van Onderwijs op 11 december 2007 een studiedag te Leuven. De
“zorg+”-medewerkers maakten er kennis met voorbeelden van goede praktijken. Een
panel van deskundigen plaatste deze getuigenissen in een breder kader, zodat ze
inspireren tot acties in de eigen scholengemeenschap.
In april 2008 vinden 5 provinciale ontmoetingsdagen plaats. Het wordt een
ontmoetingsmoment voor al wie bij het kleuteronderwijs betrokken is. Ook hier
zullen medewerkers aan de hand van goede praktijkvoorbeelden veel inspiratie en
ideeën kunnen opdoen.
4. Terugkomdag Kleuterleidsters van het Jaar
Eind vorig schooljaar riep het onderwijstijdschrift Klasse An Van Meerbeek uit
tot Kleuterjuf van het Jaar. Minister Vandenbroucke benoemde haar prompt tot
ambassadrice van het Jaar van de Kleuter en vroeg de 200 andere genomineerden om
mee in de gaten te houden hoe het Jaar van de Kleuter zich ontwikkelt.
De 200 kleuterjuffen en –meesters worden onder meer op de hoogte gehouden via
een persoonlijke nieuwsbrief. Op 11 juni 2008 blazen ze verzamelen in Brussel om
samen de balans op te maken van het Jaar van de Kleuter: wat was goed, wat kon
beter, welke inspirerende praktijkvoorbeelden waren er, wat kunnen we meenemen
naar volgend jaar, …?
Lopende acties
1. Extra lestijden voor instappende kleuters
Oude regeling
Volgens het oude systeem kon een school pas extra lestijden aanvragen wanneer de betrokken kleuterschool voldoende extra kleuters had om theoretisch 11 lestijden te kunnen inrichten. Door het ingewikkelde berekeningssysteem voor lestijden kon dit in de praktijk één nieuwe kleuter zijn maar bijvoorbeeld ook meer dan veertig nieuwe kleuters.
Indien scholen deze drempel al bereikten, was dit vaak pas laat op het schooljaar. Weinig scholen kregen na de toekenning van de eerste extra lestijden later op het schooljaar opnieuw voldoende bijkomende kleuters om nog eens additionele lestijden aan te vragen. Het vroegere grillige drempelsysteem was als het ware een loterij waar vooral grotere scholen bijkomende lotjes kregen voor een beperkt aantal 'prijzen' van 10 of meer lestijden.
Nieuwe regeling
Het nieuwe systeem is heel eenvoudig: voor elke bijkomende leerling t.o.v. de teldag voor het lestijdenpakket krijgt de school 0.8 lestijden. Bij 5 leerlingen is dit bijvoorbeeld 4 lestijden. Dank zij dit lineaire systeem krijgen meer scholen bijkomende lestijden, krijgen ze deze vlugger in het schooljaar en krijgen ze deze lestijden veel frequenter. Daarom is het budget voor instapklasjes voor dit schooljaar met 10 miljoen euro verhoogd.
De scholen beslissen zelfstandig wat ze met de extra uren doen. Ze kunnen tijdens een deel van de week leerkrachten dubbel zetten of klasjes splitsen. Ze kunnen de extra uren toekennen aan kleuterjuffen van hun eigen scholengemeenschap die graag wat meer werken, of kunnen nieuwe kleuterjuffen aantrekken.
Vergelijking oud en nieuw
Voor de eerste drie instapdagen samen hebben 677 scholen in totaal 5496 lestijden voor de instapklassen gevraagd voor de nieuwe kleuters. Dit zijn 3463 lestijden meer dan vorig jaar of meer dan 144 voltijdse ambten. Als de extra uren LO meegerekend worden, gaat het in totaal over meer dan 157 voltijdse ambten extra.
Hoewel de globale cijfers overtuigend zijn, beseft minister Vandenbroucke dat individuele scholen graag een nog forsere inspanning zouden zien. Een emmer in Brussel betekent nu eenmaal vele kleine druppels in de scholen. De minister volgt de toekenning van extra lestijden in elk geval op de voet, om zich ervan te verzekeren dat de voorziene middelen ook effectief volledig gebruikt worden.
| provincie | aantal scholen |
aantal lestijden |
aantal
lestijden bewegingsopvoeding |
totaal aantal lestijden |
|---|---|---|---|---|
| Antwerpen | 177 | 1689 | 151 | 1840 |
| Brussels Hoofdstedelijk Gewest | 17 | 117 | 12 | 129 |
| Limburg | 93 | 618 | 51 | 669 |
| Oost-Vlaanderen | 162 | 1437 | 126 | 1563 |
| Vlaams Brabant | 107 | 832 | 72 | 904 |
| West-Vlaanderen | 121 | 803 | 65 | 868 |
| TOTALEN | 677 | 5496 | 477 | 5973 |
| provincie | aantal scholen |
aantal lestijden |
aantal
lestijden bewegingsopvoeding |
totaal aantal lestijden |
|---|---|---|---|---|
| Antwerpen | 37 | 662 | 53 | 715 |
| Brussels Hoofdstedelijk Gewest | 3 | 55 | 5 | 60 |
| Limburg | 11 | 196 | 15 | 211 |
| Oost-Vlaanderen | 23 | 357 | 31 | 388 |
| Vlaams Brabant | 29 | 452 | 36 | 488 |
| West-Vlaanderen | 21 | 311 | 25 | 336 |
| TOTALEN | 124 | 2033 | 165 | 2198 |
| schoolgrootte (kleuter) |
aantal scholen op 1-9-2007 met hs 111 |
aantal scholen met instapklas 07-08 |
% van aantal
scholen met instapklas 07-08 |
aantal scholen met instapklas 06-07 |
% van aantal scholen met instapklas 06-07 |
|---|---|---|---|---|---|
| 0-50 | 207 | 67 | 32,37 | 4 | 1,93 |
| 51-100 | 881 | 281 | 31,90 | 29 | 3,29 |
| 101-150 | 648 | 205 | 31,64 | 55 | 8,49 |
| 151-200 | 282 | 81 | 28,72 | 22 | 7,80 |
| 201-250 | 80 | 28 | 35,00 | 8 | 10,00 |
| 251-300 | 30 | 10 | 33,33 | 4 | 13,33 |
| 301-350 | 9 | 3 | 33,33 | 2 | 22,22 |
| 351-400 | 2 | 1 | 50,00 | 0 | 0,00 |
| 401-450 | 2 | 0 | 0,00 | 0 | 0,00 |
| 451- | 1 | 1 | 100,0 | 0 | 0,00 |
| TOTALEN | 2142 | 677 | 31,61 | 124 | 5,79 |
2. GOK+ lestijden voor scholen met minstens 40% GOK-leerlingen
Sommige scholen hebben veel kinderen uit gezinnen die ver afstaan van de schoolcultuur. De scholen moeten met deze kinderen dus grote hinderpalen overwinnen op de weg naar succes. Het kan gaan om kinderen uit gezinnen met een laag inkomen, een andere thuistaal… (zgn. GOK -leerlingen, waarvoor men GOK-uren krijgt). Deze scholen hebben dit jaar extra GOK-uren gekregen, waardoor er sinds 1 september 157 extra leerkrachten voltijds aan de slag zijn gegaan in een 400-tal scholen met veel kleuters uit sociaalcultureel zwakke milieus. Daarvoor is er 5,465 miljoen euro extra vrijgemaakt.
3. Praktische ontplooiing van de tweedelijnsondersteuning
Een belangrijk punt in het beleid rond kleuters is de ondersteuning van taal in de kleuterschool. Voor alle kleuters is taal van belang, maar zeker voor anderstalige kleuters. Daarom krijgen 400 scholen (dit zijn scholen in een gemeente met 25% GOK-leerlingen, op voorwaarde dat die gemeente in een LOP -gebied ligt) de kans om netoverschrijdend een tweedelijnsondersteuning voor kleuteronderwijzers uit te bouwen. Minister Vandenbroucke trekt hiervoor 1,7 miljoen euro uit.
De kleuterjuffen en –meesters in deze scholen krijgen meer dan andere collega’s met niet-Nederlandstalige kleuters te maken en kunnen best wat ondersteuning gebruiken ivm anderstaligheid en taalvaardigheid Nederlands. De begeleiders geven de kleuteronderwijzers concrete tips en begeleiden hen om nog gerichter het taalgebruik van kleuters te stimuleren. Op die manier leren de kleuterjuffen en –meesters de meest geschikte onderwijskundige aanpak te kiezen. Dit ondersteuningsbeleid is vergelijkbaar met dat van de rand- en taalgrensgemeenten en de brede rand rond Brussel.
De pedagogische begeleidingsdiensten zijn in november 2007 gestart met het werven van 25 begeleiders. Zij worden opgeleid voor deze specifieke taak. Sinds januari 2008 zijn ze gestart met de effectieve begeleiding.
4. Bijdrage van de Lokale Overlegplatforms (LOP) aan het Jaar van de Kleuter
De LOP’s zijn fora waar de onderwijspartners en niet-onderwijspartners uit een bepaald werkingsgebied, bijvoorbeeld een stad of gemeente, elkaar ontmoeten. De uitdagingen waar ze samen voor staan hebben allemaal betrekking op gelijke onderwijskansen. Recent werd kleuterparticipatie toegevoegd bij het lijstje van de decretale opdrachten van 41 LOP’s voor het basisonderwijs. De LOP’s proberen vooral een ruimer draagvlak te creëren bij het opzetten van acties m.b.t. kleuterparticipatie. Er worden verbindingen gezocht met andere aspecten in het benaderen van gelijke onderwijskansen zoals communicatie naar ouders en inschrijvingsbeleid …
Een stand van zaken: in welke mate kwam het thema al aan bod in de 41 LOP’s BaO:
- In 29 LOP’s is een momenteel een speciale werkgroep actief rond de thematiek
"kleuterparticipatie". 9 andere LOP’s hebben geen werkgroep, maar hebben
“kleuterparticipatie” wel al besproken op de algemene vergadering en/of het
dagelijks bestuur. De 3 overige LOP’s waar het thema nog niet aan bod kwam, zijn
LOP’s die op zeer korte termijn zullen afgeschaft worden.
- Van de LOP’s die al werken rond kleuterparticipatie sensibiliseren 27 LOP’s om zo vroeg mogelijk in te stappen in het kleuteronderwijs. 28 LOP’s werken rond kleuters die al ingeschreven zijn en moedigen hen aan tot regelmatig schoollopen.
5. Preventief basisaanbod Kind & Gezin + schoolkieswijzer
Onder “nieuwe acties” is de samenwerking is toegelicht hoe een gegevensuitwisseling met Kind en Gezin opgestart wordt, die zal resulteren in huisbezoeken bij ouders van niet-ingeschreven kleuters. Kind en gezin heeft echter ook al verschillende acties lopen in het kader van het Jaar van de Kleuter.
In consulten op de leeftijd van 15 en/of 24 maanden worden ouders geïnformeerd over het belang van het kleuteronderwijs en worden ze aangespoord stil te staan bij het kiezen van een kleuterschool. Daartoe is ook de schoolkieswijzer ontwikkeld, als ondersteunend materiaal voor de ouders. Deze is sinds oktober 2007 in gebruik. Verpleegkundigen kunnen ouders die het niet mogelijk zien dit alleen te doen, ondersteunen bij de toeleiding. Kind en Gezin stelt zich daarbij uiteraard neutraal op tegenover de verschillende schoolnetten.
In het consult op 30 maanden staat Kind en Gezin vanuit zijn preventieve
opdracht stil bij de voorbereiding naar de kleuterschool (stilstaan bij de
ontwikkeling van peuter naar kleuter en hoe je als ouder daarmee omgaat). Dit is
niet nieuw, nieuw is wel het ondersteunend materiaal voor de verpleegkundigen
dat daartoe is ontwikkeld.
6. Wegwerken van financiële drempels
Sinds 1 september 2007 moet de kosteloosheid van de ontwikkelingsdoelen in het kleuteronderwijs strikt gerespecteerd worden. Alle scholen hebben hiertoe 45 euro extra per leerling bijgekregen.
Vanaf 1 september 2008 komt er voor het kleuteronderwijs een scherpe maximumfactuur van 20 euro per jaar, voor die zaken waarvoor scholen aan ouders wel nog kosten mogen aanrekenen (zoals uitstappen). Voor meerdaagse uitstappen mogen dan geen kosten meer doorgerekend worden aan de ouders. Hiertegenover staan extra middelen die de scholen via de nieuwe financiering van het leerplichtonderwijs zullen ontvangen.
Vanaf 1 september 2008 zal een kwart van de ouders (de lagere inkomens) een schooltoelage voor hun schoolgaande kleuter ontvangen op voorwaarde dat hun kind voldoende aanwezig is in de kleuterschool.
7. Globale balans extra omkadering kleuteronderwijs
In het Jaar van de Kleuter wordt de omkadering en ondersteuning van de
kleuterklassen dus op verschillende manieren versterkt. Een aantal versterkingen
is nu al op kruissnelheid, andere (de extra uren voor instappers) bouwen zich
geleidelijk op in de loop van het schooljaar. Het aantal extra personeelsleden
dat vandaag al aan de slag is, bestaat uit:
- kleuterjuffen en –meesters voor onderwijs en lichamelijke opvoeding voor
instappers: 157 voltijdse eenheden
- kleuterjuffen en –meesters voor scholen met veel kansarme kleuters (GOK+): ook
157 extra voltijdse eenheden
- zorgcoördinatoren die in de scholengemeenschap het beleid rond
kleuterparticipatie vorm geven (Zorg+): 78 voltijdse eenheden
- pedagogische begeleiders voor de ondersteuning van scholen in kansarme
buurten: 25 voltijdse eenheden.
In totaal gaat het dus al om 417 voltijdse extra voltijdse krachten. In de praktijk zijn deze extra krachten uiteraard verdeeld over de basisscholen en gaat het dus vaak over mensen die enkele uren extra opnemen of een deeltijdse opdracht uitvoeren.