"Voluit gaan voor elk talent" in Septemberverklaring Vlaamse Regering
Bron: minister-president van de Vlaamse Regering
24 september 2007
De minister-president onderstreepte zes belangrijke beleidslijnen. De eerste is de uitvoering van de competentieagenda.
" Onderwijs is het instrument bij uitstek om mensen kansen te geven en
talenten tot ontwikkeling te laten komen. Daarom zorgt de Vlaamse Regering voor
onderwijs dat goed is voor de sterken en sterk voor de zwakken.
Het onderwijs in Vlaanderen is kwalitatief van wereldklasse. Kwantitatief halen
we hoge participatiecijfers in het kleuteronderwijs en het hoger onderwijs. Maar
veel leerlingen, waaronder naar verhouding veel allochtonen, moeten een jaartje
overdoen. Tien procent van de jongeren verlaat de secundaire
school zonder diploma of getuigschrift.
In Vlaanderen gaat veel, te veel talent verloren. En dat mag niet, zeker niet in een kennismaatschappij en een kenniseconomie als de onze. Wij moeten voluit gaan voor elk talent. En dat begint met iedereen gelijke kansen op onderwijs van hoge kwaliteit te geven.
Dit jaar hebben wij de grondslag gelegd van een sterke kostenbeheersing in
het basisonderwijs. Volgend schooljaar voeren wij de maximumfactuur in, zodat de
keuze van ouders niet langer bepaald hoeft te worden door de kosten die een
school aanrekent. Het nieuwe financieringssysteem zal voor
heel wat extra middelen zorgen die kostenbeheersing mogelijk maken. Het moet
tegelijkertijd het sluitstuk worden van het gelijke kansenbeleid in het
onderwijs. Hierdoor zullen scholen met meer kansarme leerlingen over meer
middelen kunnen beschikken.
Gelijke kansen creëren heeft niet alleen met centen te maken. Het heeft ook
te maken met warme en sterke scholen, die openstaan voor de problemen van
kansarme kinderen en hun ouders, maar die ook eisen durven stellen en grenzen
doen respecteren. Vroege kleuterparticipatie, weloverwogen
studiekeuze, strijd tegen spijbelen, betrokkenheid van de ouders bij de school
en volgehouden aandacht voor de Nederlandse taal zullen ertoe bijdragen dat op
termijn nog maar weinig jongeren de middelbare school zonder diploma verlaten.
In het hoger onderwijs is, veertig jaar na de eerste democratiseringsgolf, een nieuwe, tweede democratiseringsbeweging nodig, om bijkomende talentreserves aan te boren. Met een performant en kwaliteitsgedreven financieringssysteem moeten de universiteiten en de hogescholen de motor worden van gelijke kansen, talentontwikkeling en kenniscreatie. De mooie inschrijvingscijfers voor het nieuwe academiejaar aan onze universiteiten wijzen erop dat het de goede richting uitgaat.
Mensen hebben nog altijd meer waardering voor wie werkt met het hoofd dan voor wie werkt met hoofd én handen. We zullen het beeld verbeteren van technische beroepen en van de onderwijsopleidingen die erop voorbereiden. Techniek en technologie moeten een vanzelfsprekend onderdeel worden van de vorming in iedere schoolloopbaan.
De competentieagenda fungeert als convergentiepunt van maatregelen die de
wereld van het leren en die van het werken dichter bij elkaar brengen. Voor de
periode 2007-2009 is hiervoor 38 miljoen euro uitgetrokken. Met onder meer het
actieplan Wetenschapsinformatie streven we
ernaar om het aantal hogere diploma’s in wiskunde, wetenschappen en technologie
tegen 2010 met 15% te verhogen, zeker bij de meisjesstudenten die gemiddeld meer
humane wetenschappen studeren.
Talentontwikkeling houdt niet op aan de schoolpoort. Ook in het levenslang en
levensbreed leren zijn bijkomende inspanningen nodig. Het aandeel van de
Vlamingen dat een opleiding volgt neemt de jongste jaren lichtjes toe, maar met
8,4 procent zitten we nog altijd een flink stuk onder de Lissabon-doelstelling
van 12,5% in 2010. Ook voor het bereiken van die doelstelling zal de
competentieagenda uitermate nuttig zijn."
Lees over de zes beleidslijnen en de volledige Septemberverklaring 2007 op www.vlaanderen.be