Logo Vlaamse overheid. Nieuws Onderwijs en Vorming. Nieuwsberichten, persberichten, nieuwe sites,...
U bent hier: Onderwijs en Vorming > Nieuws > Schooljaar 2007-2008?

Wat is nieuw voor het schooljaar 2007-2008?

Persmededeling Kabinet Vlaams minister van Onderwijs en Vorming
datum: 28 augustus 2007

Inhoud:

Ambitie

Maatregelen:

  1. Wegwerken van drempels
  2. Investeren in kwaliteit en vernieuwing
  3. Ondersteunen en motiveren

Bijlagen
 

De ambitie

Alle kinderen en jongeren écht gelijke kansen geven op uitstekend onderwijs en op succes op school, dat is ook tijdens dit schooljaar de inzet van onderwijsminister Frank Vandenbroucke. Deze ambitie wordt nu steeds concreter. De verschillende maatregelen die dit schooljaar ingaan, draaien rond vier grote thema’s.

Een eerste bundel maatregelen werkt drempels weg die ouders met schoolgaande kinderen kunnen ervaren. Drempels kunnen financieel zijn, bijvoorbeeld de reputatie van een school dat ze eerder “duur” is. Vanaf dit jaar wordt een al lang aanvaard principe - dat het essentiële onderwijsmateriaal kosteloos moet zijn in de basisscholen - onverkort toegepast en krijgen de scholen er ook extra geld voor. Daarover ontstaat nu ook duidelijkheid. Dat is een eerste, bescheiden maar noodzakelijke, stap op weg naar kostenbeheersing in het basisonderwijs, waarop volgend schooljaar verdere stappen volgen. Ook breiden de studietoelagen in het secundair onderwijs fors uit, zodat nu een kwart van de leerlingen in aanmerking komt. Ook de bedragen stijgen. We zetten daarmee ook een eerste stap naar een eenvormig en gemakkelijker hanteerbaar “gezinsdossier” voor gezinnen met bescheiden inkomens die recht hebben op bijkomende financiële steun voor het onderwijs van hun kinderen, tijdens de hele onderwijsloopbaan van die kinderen.

Drempels zijn echter lang niet alleen financieel. Succes in de lagere school hangt bijvoorbeeld cruciaal samen met een goede voorbereiding in de kleuterklas. Dat dit schooljaar het Jaar van de Kleuter wordt, is een bewuste keuze: een uiting van waardering voor het werk van de kleuteronderwijzeressen en -onderwijzers, maar ook een oproep aan alle ouders om hun kinderen vanaf 2,5 jaar naar de kleuterklas te sturen. Bezorgdheid dat kinderen op die leeftijd in overvolle kleuterklassen terecht komen, moet dan ook weggenomen worden. Daarom wordt, als onderdeel van een reeks selectieve investeringen in het kleuteronderwijs, een soepeler stelsel van “instapklassen” ingevoerd, waardoor de kleinste kleutertjes niet in overvolle klassen terecht komen.

We wensen gelijke kansen op uitstekend onderwijs. Daarom bevordert een tweede bundel maatregelen kwaliteit en vernieuwing in het onderwijs. Taal is cruciaal voor gelijke kansen op schools succes, en voor succes in de samenleving. Scholen worden dus aangemoedigd om een sterk talenbeleid uit te bouwen. We starten ook met de nieuwe eindtermen voor ICT en bouwen een samenhangend gezondheidsbeleid uit. De omvattende hervorming van het volwassenenonderwijs gaat van start: ook daarin draait het om kwaliteit. In het deeltijds kunstonderwijs en volwassenenonderwijs komen er vernieuwingsprojecten.

Dé sleutel voor uitstekend onderwijs en gelijke kansen ligt bij de schoolteams. De vele schoolteams vormen het kloppende hart van het onderwijs. Ze verdienen onze steun, ze verdienen ook een sterke voorbereiding in de lerarenopleiding, goede begeleiding in de school en aangepaste initiatieven voor voortdurende nascholing. De kwaliteit van onze toekomstige leerkrachten zo sterk mogelijk maken: dat is alfa en omega van de grootschalige hervorming van de lerarenopleiding die nu praktisch ingaat. De sociale akkoorden die we de voorbije twee jaar grondig onderhandeld hebben, geven ook heel veel aandacht aan de kwaliteit van de schoolteams. Een groot deel van de maatregelen die afgesproken zijn in CAO II voor het hoger onderwijs en CAO VIII voor de andere onderwijsniveaus gaan in op 1 september 2007. Een belangrijk accent, onder meer via de CAO’s, ligt dit jaar op nascholing van al wie bij het leven in de school betrokken is. Ook de uitbreiding van de functieomschrijvingen en evaluaties naar het basis- en deeltijds kunstonderwijs geeft scholen een belangrijk instrument voor een constructief personeelsbeleid.

 

De maatregelen

1. Wegwerken van drempels die onderwijsparticipatie bemoeilijken

1.1 Kleuterparticipatie

Minister Vandenbroucke roept dit schooljaar uit tot het Jaar van de Kleuter. Om schoolachterstand te vermijden, is het van groot belang dat kleuters zo snel mogelijk en regelmatig naar school gaan.

Extra mensen en middelen

Om de kleuters nog beter op te vangen, verandert het systeem van zomerklasjes. Hiermee wordt bedoeld dat kleuterscholen extra uren krijgen als het aantal kleuters hoger ligt dan op 1 februari van het vorige schooljaar. Tot nu toe konden directies deze zomerklasjes pas inrichten als er fors meer kleuters waren, met grote klassen tot gevolg. Door extra budget vrij te maken, zullen er in de loop van het schooljaar 2007-2008 geleidelijk 800 extra kleuterjuffen en -meesters aangeworven worden. Zo komen de kleinste kleuters in kleinere klasjes terecht. De eerste instapdag, waarop het verschil met vroeger in een aantal kleuterscholen voelbaar moet worden, is de eerste schooldag na de Allerheiligenvakantie (5 november).

Scholen met veel kansarme kleuters krijgen GOK+uren. Hiermee kunnen extra kleuterjuffen (157 ambten) aan het werk, met opnieuw kleinere klasjes tot gevolg. Zo komen de kleuters meer aan het woord en leerkrachten kunnen meer tijd vrijmaken om naar hen te luisteren. Dat stimuleert dan weer de taalvaardigheid van de kinderen in het Nederlands. Er komt ook een sterkere begeleiding voor kleuteronderwijzers met veel anderstalige kleuters in de klas (de koepels en het GO! bereiden dit samen met ons voor, met het oog op implementatie in de loop van de komende 2-3 maanden).

Ten slotte krijgen de scholengemeenschappen zorg+uren, afhankelijk van het aantal kleuters dat school loopt. Met deze middelen kunnen in totaal 78 voltijdse krachten aangeworven worden. Deze medewerkers zullen het schoolbeleid rond kleuterparticipatie uittekenen en uitvoeren. Ze contacteren bv. ouders van niet-ingeschreven kleuters, volgen afwezigheden op en zetten sensibilisatieacties naar de ouders op, …

De minister maakt voor deze drie maatregelen samen een budget van 20 miljoen euro vrij.

Ouders sensibiliseren

‘Ze leren toch niets op de kleuterschool?’, ‘Mijn kleuter is nog te klein om al naar school te gaan’, ‘Ik ben een slechte moeder als ik niet zelf voor mijn kleuter zorg’, ‘Waarom zouden we zo vroeg opstaan?’... Het zijn mogelijke redenen waarom sommige ouders hun kind niet of onregelmatig naar de kleuterschool brengen. Dat is in Vlaanderen ook niet verplicht: de leerplicht geldt pas vanaf zes jaar. Kinderen die thuisblijven van de kleuterschool zijn vaak kinderen die de extra impulsen van een kleuterklas goed kunnen gebruiken. Het zijn vooral anderstalige kinderen, die er hun Nederlandse woordenschat zouden kunnen ontwikkelen. Of kinderen uit kansarme gezinnen, die er de structuur zouden vinden die thuis soms ontbreekt.

Klasse voor Ouders plant een laagdrempelig infoboekje over de kleuterschool voor alle ouders van instappende kleuters. Intermediairs zullen aangesproken worden om dit te verspreiden naar allochtone en kansarme ouders.

Er zal ook samengewerkt worden met lokale besturen en Kind en Gezin om ouders maximaal te sensibiliseren. De regioverpleegkundigen zijn goed geplaatst om tijdens hun gezinsbezoeken het belang van de kleuterschool onder de aandacht te brengen en te peilen waarom bepaalde ouders hun kind (nog) niet naar de kleuterschool sturen. Hierdoor krijgen we een beter zicht op de onderliggende drijfveren van ouders bij de eerste stapjes van hun kleuter in het onderwijs.

Op zondagavond 2 september, de avond voor de start van het nieuwe schooljaar, vestigt minister Vandenbroucke de aandacht op het belang van de kleuterschool via een regeringsmededeling op verschillende tv-zenders. Op de website www.jaarvandekleuter.be vindt u meer informatie. U kunt er ook originele videoboodschappen aanmaken, uitgesproken door kleuters.

Het hele jaar door kunnen juffen, meesters, directeurs en ouders suggesties mailen voor een beter kleuteronderwijs aan An Van Meerbeek (an.vanmeerbeek@pandora.be). Zij legt ze dan voor aan de minister. Deze kleuterjuf uit Rotselaar werd in mei door het onderwijstijdschrift Klasse uitgeroepen tot Kleuterjuf van het jaar en ambassadrice van het Jaar van de Kleuter. Op het einde van het Jaar van de Kleuter zal ze samen met een aantal andere kleuterjuffen en de minister bespreken wat het jaar van de Kleuter betekende.

Na het Jaar van de Kleuter…

Op 1 september 2008 treden er nieuwe maatregelen in werking. De invoering van de dubbele maximumfactuur (zie kostenbeheersing) en van schooltoelagen in het basisonderwijs moeten financiële drempels helemaal wegwerken voor de ouders. De signalen dat kleuteronderwijs belangrijk is, zullen verder versterkt worden. Minister Vandenbroucke pleit ervoor om in de loop van de legislatuur decretaal vast te leggen dat kinderen die naar een Nederlandstalige lagere school gaan, in principe minstens één jaar in een Nederlandstalige kleuterklas moeten voorbereid zijn.
 

1.2 Kostenbeheersing

Vanaf 1 september 2007 maakt een officiële lijst duidelijk welke materialen ouders van kinderen in het basisonderwijs nog zélf moeten aankopen en welke niet. Alles wat op de lijst staat, moet kosteloos ter beschikking zijn voor de kinderen op school. Hieronder vallen bijv. leerboeken, schriften, passers en schrijfgerief.

Uit recent onderzoek van het Hoger Instituut voor de Arbeid (HIVA) blijkt dat ouders vandaag gemiddeld 22 euro aan deze strikt noodzakelijke dingen besteden.

Vanaf 1 september 2007 valt deze kost voor ouders weg, en neemt de school ze voor haar rekening. De scholen krijgen hiervoor per leerling jaarlijks 45 euro extra middelen, wat de huidige gemiddelde kost dus ruimschoots dekt.
Directeurs kregen op het einde van vorig schooljaar toelichting bij deze maatregel via een omzendbrief, tijdens de Ronde van Vlaanderen en via de onderwijstijdschriften van Klasse. Op de website www.ond.vlaanderen.be/schoolkosten vindt u o.a. de lijst met kosteloze materialen en een rubriek veelgestelde vragen. Een radiocampagne in de laatste week van augustus en de eerste week van september informeert ouders over de kosteloze materialen. Voor meer info kunnen zij ook terecht bij de Vlaamse Infolijn (1700).

Daarnaast moeten kosten die aan de ouders doorgerekend worden voor aangeboden diensten, zoals maaltijden, drankjes en toezicht, vanaf dit schooljaar steeds in verhouding staan tot de geleverde prestaties.

In een tweede fase zullen scholen vanaf 1 september 2008 (na goedkeuring van het nieuwe financieringsdecreet) met een dubbele maximumfactuur werken. Deze maximumfacturen hebben betrekking op de activiteiten die scholen organiseren om het leren boeiender en aangenamer te maken. Ze komen niet op de officiële lijst omdat ze niet strikt noodzakelijk zijn voor de eindtermen en ontwikkelingsdoelen. Het gaat bv. over toneelbezoek, schooluitstappen van één of meerdere dagen, verplicht tijdschrift, …

Om de kostprijs van deze activiteiten voor ouders te begrenzen, komen er vanaf 2008-2009 een scherpe maximumfactuur (voor kleuters: 20 euro, voor lagere school: 60 euro) en een minder scherpe maximumfactuur (voor kleuters: 0 euro, voor lagere school: 360 euro voor zes jaar LO). De scholen krijgen fors meer middelen, zodat zij de kosten kunnen beperken, zonder het aanbod te verschralen.
 

1.3 Uitbreiding studietoelagen in het secundair onderwijs

Ongeveer 37.000 leerlingen extra komen dit schooljaar in aanmerking voor een studietoelage (stijging van 16 naar 25% van de leerlingen). Dat komt door de gelijkschakeling van de financiële toegangsvoorwaarden voor studiefinanciering in het secundair en hoger onderwijs. Voordien kwam men soms tot de absurde situatie dat een oudere broer of zus in het hoger onderwijs een toelage kreeg, terwijl een jongere broer of zus in het secundair niet in aanmerking kwam. Ook het gemiddelde bedrag van de toelage stijgt dit jaar van 164 naar 250 euro. Voor het schooljaar 2007-2008 is hiervoor 15.646.000 euro extra uitgetrokken.

De gelijke financiële voorwaarden betekenen ook minder papierwerk voor de ouders: voortaan moeten ze maar één aanvraag indienen voor al hun kinderen samen. De behandeling van dit gezinsdossier verloopt bovendien sterk geautomatiseerd. Dat betekent dat ouders tal van papieren (bv. het belastbaar en het kadastraal inkomen) niet meer moeten opsturen. Ten slotte kunnen ouders de aanvragen voor het secundair onderwijs nu ook online invullen en doorsturen.

Het recht op een schooltoelage is vanaf dit schooljaar gekoppeld aan de effectieve aanwezigheid van leerlingen op school. Jongeren die twee jaar op rij hardnekkig spijbelen, zullen dat tweede schooljaar niet meer in aanmerking komen voor een toelage. Deze werkwijze geeft een duidelijk signaal, maar biedt jongeren en ouders ook de kans “zich te herpakken”.

Vanaf het schooljaar 2008-2009 breiden de schooltoelagen uit naar het kleuter- en lager onderwijs. In totaal zullen naar schatting 273.000 kinderen een schooltoelage krijgen.
 

1.4 Opvolging van de leerplicht vanaf de derde schooldag

Door schoolverzuim verliezen jongeren kansen en bemoeilijken ze de schoolwerking. Daarom controleren scholen vanaf het schooljaar 2007-2008 al op de eerste, tweede of derde schooldag of alle leerplichtige leerlingen ingeschreven zijn. Hierdoor wordt de procedure van de leerplichtcontrole versneld. Tot nu toe gebeurde dit pas op 1 oktober. Bovendien wordt niet alleen gecontroleerd of de leerlingen ingeschreven zijn, maar voor de eerste keer ook of ze effectief aanwezig zijn bij het begin van het schooljaar. Zo kunnen scholen gericht actie ondernemen om luxeverzuim, waarbij leerlingen bv. te laat uit vakantie terugkeren, een halt toe te roepen.

naar boven

 

2 Investeren in kwaliteit en vernieuwing van het onderwijs

2.1 Talenonderwijs

Om de onderwijswereld warm te maken voor een betere aanpak van het talenonderwijs, organiseert het Ministerie van Onderwijs en Vorming een tweedaags talenevenement “De lat hoog voor talen”. Dit gaat door op 25 en 26 september in het ICC Gent. Zowel het onderwijs Nederlands als het onderwijs moderne vreemde talen staan centraal. Een gevarieerd aanbod van lezingen, getuigenissen, goedepraktijkvoorbeelden, debatten, materialenbeurs, … kunnen scholen inspireren en een breed draagvlak doen ontstaan voor het gevoerde talenbeleid.

Op 1 september starten negen secundaire scholen een proefproject voor meertalig onderwijs. Deze scholen zullen drie jaar lang onder wetenschappelijke begeleiding experimenteren met Content and Language Integrated Learning (CLIL). Met CLIL wordt 10 à 15% van het wekelijkse lestijdenpakket in een andere taal aangeboden. Dit betekent dat de leerlingen uit een bepaalde studierichting of graad één of enkele specifieke vakken in een andere taal krijgen. Minister Vandenbroucke wil niet overhaast en onvoorbereid meertalig onderwijs introduceren in Vlaanderen. Een doordacht plan moet toelaten de troeven (en eventuele hinderpalen) van deze aanpak in kaart te brengen. De ervaringen van de negen proeftuinen zullen mee bepalen welke weg Vlaanderen inslaat voor meertalig onderwijs.

Om een sterk talenbeleid in de scholen mogelijk te maken, wordt in het schooljaar 2007-2008 sterk ingezet op de nascholing van leraren. De nascholing richt zich zowel tot taalleraren als andere vakleraren en schuift drie thema’s naar voren: schooltaal Nederlands, Frans in de overgang van basis- naar secundair onderwijs en taalversterking bij jonge kinderen (kleuteronderwijs en eerste graad basisonderwijs).
 

2.2 ICT-eindtermen van start

Vanaf dit schooljaar moeten alle leerlingen in het basisonderwijs en de eerste graad van het secundair onderwijs leren omgaan met informatie- en communicatietechnologie (ICT). Vanaf dan gelden de ICT-eindtermen. In tegenstelling tot die van de tweede en derde graad SO, zijn het leergebied- en vakoverschrijdende eindtermen die zich richten op het ontwikkelen van competenties. Ze gaan dus niet uit van de indeling van een kennisgebied of zijn niet toegespitst op enkele populaire softwareprogramma’s.

Om de invoering van de nieuwe eindtermen te ondersteunen, zijn extra middelen voorzien. Voor 2007 en 2008 samen gaat het over een extra investering van 35 miljoen euro. Deze middelen kunnen de scholen investeren in hun ICT-infrastructuur (hardware), in software en in de nascholing van personeel.
 

2.3 Uren voor gelijke onderwijskansen (GOK) breiden uit

Vanaf dit schooljaar stijgt het aantal GOK-uren met 30% in de tweede en derde graad van het secundair onderwijs. Alle scholen die nu over GOK-uren beschikken, krijgen een evenredige verhoging. Minister Vandenbroucke trekt daarvoor 2 miljoen euro per schooljaar uit. Dat stemt overeen met 1 187 u/week of ongeveer 50 voltijdse jobs verpreid over 109 scholen. Met deze maatregel krijgen scholen met veel kansarme leerlingen extra aandacht.
 

2.4 Gezondheidscoördinator helpt scholen met actieplan

Minister Vandenbroucke heeft alle basis- en secundaire scholen opgeroepen om vanaf 1 september 2007 een samenhangend en doordacht gezondheidsbeleid uit te stippelen. Zo kunnen kinderen van jongs af aan een gezond gedrag aanleren. De opmaak van een gezondheidsbeleid omvat een analyse van de eigen situatie, het formuleren van streefdoelen en ten slotte acties. De school kan daarvoor inspiratie halen op www.gezondopschool.be, waar onder meer een hele reeks pilootprojecten uit voorgaande schooljaren voorgesteld worden. De Vlaamse gezondheidscoördinator Greet Caris zal het geheel in goede banen leiden. Deze “bottom-up” benadering wordt in de loop van de legislatuur een beetje verstrakt, omdat intussen aan een decreet gewerkt wordt dat een algemeen rookverbod in scholen zal invoeren.
 

2.5 Vernieuwd volwassenenonderwijs van start

Dit schooljaar wordt de hervorming van het volwassenenonderwijs in de praktijk voelbaar. Geleidelijk zal de cursist meer keuzevrijheid, meer maatwerk en een hogere kwaliteit van de opleidingen ervaren. De 13 consortia die de centra regionaal gaan bundelen, bieden met extra werkingsmiddelen een evenwichtiger uitgebouwd opleidingsaanbod aan. Soepelere formules maken de combinatie met werken en gezin gemakkelijker. Extra middelen moeten het volwassenenonderwijs op een hoger kwaliteitsniveau tillen, zowel wat betreft de inhoud van de cursussen, als de uitrusting van de leslokalen.
Voortaan geldt een standaardtarief van 1 euro per uur voor de cursisten. Kwetsbare groepen worden geheel of gedeeltelijk vrijgesteld. Cursisten die een diploma secundair onderwijs willen halen via het tweedekansonderwijs krijgen vanaf nu hun inschrijvingsgeld terugbetaald als zij de studie met succes beëindigen.

Door deze omvattende hervorming zullen de opleidingen meer voldoen aan de behoeften van de cursisten en meer kansen bieden op succes.
 

2.6 Vernieuwingsprojecten in het deeltijds kunstonderwijs (DKO)

Op 1 september 2007 starten er dertien vernieuwingsprojecten in het deeltijds kunstonderwijs (DKO), verspreid over Vlaanderen. De laatste jaren is het DKO met meer dan 170.000 leerlingen erg succesvol. Daarom blijven voortdurend verbeteren en afstemmen met andere partners uit de amateurkunsten, culturele centra en basis- en secundair onderwijs noodzakelijk. De huidige en nieuwe tijdelijke projecten dragen hiertoe bij. De projecten zijn heel divers: van experimentele muziek, volksmuziek en saz over wijkateliers voor kinderen en muziekonderricht voor leerlingen met een beperking tot sounddesign. De meeste projecten lopen over vier, enkele over drie schooljaren.
 

2.7 Nieuwe proeftuinen van start in het volwassenenonderwijs

Vijf centra voor volwassenenonderwijs organiseren dit schooljaar een opleiding voor opleiders van volwassenen (OOV). Deze opleiding wil een antwoord bieden op de professionaliseringsbehoeften van lesgevers bij bv. de competentiecentra van de VDAB, inter- en intrasectorale organisaties, private opleidingsverstrekkers, … De centra zullen de opleiding dit jaar organiseren, de uitgewerkte leerinhouden evalueren en waar nodig bijsturen.

naar boven

 

3 Ondersteunen en motiveren van scholen en onderwijspersoneel

3.1 Sterkere lerarenopleiding voor nog betere leerkrachten

De kwaliteit van onze toekomstige leerkrachten zo sterk mogelijk maken, en de lat op een aantal punten hoger leggen: dat is de inzet van de grootschalige hervorming van de lerarenopleiding die nu praktisch ingaat.

Door de hervorming van de lerarenopleiding hebben studenten voortaan twee mogelijkheden om leraar te worden:

  1. een driejarige opleiding tot kleuterleider, onderwijzer of regent. Dit is een geïntegreerde lerarenopleiding van 180 studiepunten. In deze opleiding is een stage van 45 studiepunten vervat. Deze opleiding wordt aangeboden als een professionele bacheloropleiding aan de hogescholen.
     
  2. een specifieke lerarenopleiding van 60 studiepunten, waarvan 30 studiepunten stage. Deze opleiding is bestemd voor studenten die al een diploma behaald hebben in het hoger of volwassenenonderwijs en die hun discipline alleen nog pedagogisch/didactisch gevormd moeten worden. Zowel universiteiten, centra voor volwassenenonderwijs en (voor het eerst) hogescholen kunnen deze opleiding aanbieden. Omdat dit volstrekt gelijkwaardige opleidingen worden, is samenwerking tussen de verschillende instellingen noodzakelijk. Ze worden hiertoe aangezet via de financiering van expertisenetwerken.

Binnen deze structuur wordt de inhoud van de opleidingen versterkt. Bij de geïntegreerde opleidingen leraar secundair onderwijs zullen de studenten voortaan in twee i.p.v. drie vakken specialiseren. Dat moet voor meer diepgang zorgen en ruimte creëren voor nieuwe aandachtspunten in het curriculum (zorg, andere culturen, taalvaardigheid, …). Het curriculum van de specifieke opleidingen wordt uitgebreid en versterkt door de norm van 60 studiepunten in te voeren. Alle lerarenopleidingen zullen voortaan gebaseerd zijn op dezelfde set van basiscompetenties die een leraar moet bezitten (bv. taalvaardigheid, ICT, …). Ze leiden ook alle tot hetzelfde diploma van leraar.
 

3.2 Investeren in de kwaliteit van de onderwijsloopbaan

Vanaf dit schooljaar worden er functiebeschrijvingen en evaluaties ingevoerd in het basisonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs. De andere onderwijsniveaus werken hier al mee. Functiebeschrijvingen en evaluaties zijn essentiële instrumenten voor scholen om een constructief personeelsbeleid te voeren. Tijdens de evaluatiegesprekken overlopen directeurs zowel de sterke als de te verbeteren punten in het functioneren van hun personeel. De functieomschrijving dient als leidraad bij dit gesprek.

In het secundair onderwijs wordt 13 miljoen euro geïnvesteerd voor functie- en taakdifferentiatie. Scholen kunnen deze middelen gebruiken om leraren die ook andere taken dan lesgeven opnemen, te ontlasten.

Om een goed onderbouwd en vernieuwend beleid te voeren in de scholen zijn bekwame directeurs nodig. Maar om bekwame directeurs aan te trekken en te behouden is een goede verloning nodig. Daarom krijgen directeurs van het basis-, secundair en volwassenenonderwijs vanaf 1 september 2007 meer geld in hun loonzakje, oa. afhankelijk van de grootte van de school. Directeurs van kleine basisscholen zien hun lesopdracht tot vier uur per week dalen.
 

3.3 Investeren in de nascholing van het onderwijspersoneel

In het schooljaar 2007-2008 komen voor het eerst middelen vrij voor de nascholing van directies en leden van het schoolbestuur. Daarnaast komen er extra investeringen in nascholing voor onderhoudspersoneel.

Het volwassenenonderwijs, de instellingen voor deeltijds kunstonderwijs en centra voor leerlingenbegeleiding vielen tot nu toe volledig uit de boot qua nascholingsbudgetten: ook dat wordt rechtgezet vanaf september.

Op vraag van de scholen neemt het Agentschap voor Onderwijsdiensten opnieuw de draad op van de opleidingen voor schoolsecretariaten. Deze cursussen lichten de grote thema’s in de personeelsregelgeving toe en geven aanwijzingen bij de elektronische gegevensuitwisseling tussen scholen en het ministerie. Onderzoek wees uit dat 2/3 van de klachten bij foutieve betalingen hun oorsprong vinden in foutieve of laattijdige mededelingen door de school.

Om de drempel laag te houden, zullen de opleidingen in de verschillende provincies doorgaan i.p.v. centraal in Brussel. De opleidingen staan zowel open voor nieuwkomers als ervaren administratieve medewerkers.

Zoals hierboven al vermeld (zie 2.1) wordt dit schooljaar sterk ingezet op de nascholing van leraren inzake talen. De nascholing richt zich zowel tot taalleraren als andere vakleraren en schuift drie thema’s naar voren: schooltaal Nederlands, Frans in de overgang van basis- naar secundair onderwijs en taalversterking bij jonge kinderen (kleuteronderwijs en eerste graad basisonderwijs).
 

3.4 Investeren in betere omkadering

In het buitengewoon onderwijs wordt extra ondersteunend personeel aangesteld. Ook het deeltijds kunstonderwijs krijgt voortaan een administratieve omkadering die gelijkloopt met de systemen in het basis- en secundair onderwijs. In het volwassenenonderwijs wordt de administratieve omkadering nagenoeg verdubbeld.

De hogescholen worden aangemoedigd om de voorziene personeelsomkadering effectief in te vullen. Momenteel blijven ze een eind van het voorziene maximum, uit angst voor overschrijdingen. Voortaan wordt een afwijking van maximaal 2,5% voorzien tussen de begrote en gerealiseerde personeelsformaties.

Tussen 2006 en 2011 krijgen alle personeelsleden uit het onderwijs meer vakantiegeld. De verhoging gebeurt stapsgewijs. Een aantal personeelsleden met lagere lonen genieten een belangrijke loonsverhoging.

 

Bijlagen

Maatregelen basisonderwijs tijdens deze legislatuur (pdf, 16 p.)

Maatregelen basisonderwijs omkadering, werking en tweedelijnsondersteuning (pdf, 3 p.)

Prioritaire beleidsthema’s onderwijs en vorming 2007-2008 (pdf, 3 p.)

Communicatie naar scholen en ouders over kosteloosheid in het basisonderwijs (pdf, 1 p.)

 

naar boven

Nieuws- en persberichten

Archieven
Meer nieuws