Onderwijsveld en minister buigen zich samen over onderwijskwaliteit na peilingtoets WO-Natuur
Persmededeling Kabinet Vlaams minister van Onderwijs en
Vorming
17 oktober 2007
Vertegenwoordigers uit het hele onderwijsveld buigen zich vandaag over de resultaten van de peilingtoets WO-Natuur. Met deze allereerste “consensusconferentie” opent minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke een volledig nieuw spoor: voortaan zijn verwerking en opvolging van onderwijspeilingen niet alleen meer een zaak van de overheid, die zich bekommert over het behalen van de eindtermen. Neen, alle betrokkenen worden geraadpleegd, om samen lessen te trekken.
Welke sterke punten willen we behouden in het leergebied Wereldoriëntatie (WO) van het basis- en secundair onderwijs? Waar zitten de knelpunten en wat kunnen we er samen aan doen? Dat zijn vragen waarover leraren, directies, begeleiders, lerarenopleiders, inspectie en ontwerpers van leermiddelen zich buigen in verschillende werkgroepen. Een team van externe deskundigen luistert mee en formuleert aanbevelingen voor de minister en het onderwijsveld. Wat fout zit of voor verbetering vatbaar is, wil de minister nadien snel maar overdacht aanpakken.
Aanleiding van deze eerste conferentie is de peilingtoets WO-Natuur die in
mei 2005 bij ruim 4500 leerlingen uit het zesde leerjaar werd afgenomen.
Peilingonderzoeken meten kennis en vaardigheden bij kinderen en jongeren uit het
basis- en secundair onderwijs. Op basis van deze betrouwbare en objectieve
informatie gaan we in Vlaanderen na of de eindtermen en ontwikkelingsdoelen
behaald worden en of ze niet te hoog gegrepen zijn.
Meten is echter niet voldoende: er moet ook naar gehandeld worden. Omdat
minister Vandenbroucke het belangrijk vindt dat het hele onderwijsveld hierbij
betrokken wordt, organiseert hij voor het eerst een conferentie na een
peilingtoets. Hij rekent hiervoor op de inbreng vanuit het hele onderwijsveld.
Om de conferentie voor te bereiden, verzamelde de entiteit Curriculum van het departement Onderwijs en Vorming reacties op de peilingresultaten uit verschillende hoeken. Samen met gegevens uit wetenschappelijk onderzoek vormen deze reacties het basismateriaal voor de conferentie. De aanwezigen zullen in kleine werkgroepjes o.a. discussiëren over de resultaten en de mogelijke oorzaken van goede en minder goede resultaten. Vervolgens zoeken ze ook naar hefbomen voor verbetering van de resultaten. Dat kan gaan over de didactische aanpak van (kandidaat-)leraren, de nascholing of begeleiding, maar ook over de aanpassing van leermiddelen, leerplannen of eindtermen, … De conferenties gaan dus over meer dan de bevoegdheden van de minister alleen. Iedere conferentie is een uitnodiging aan het hele onderwijsveld om deel te nemen en er - ieder binnen de eigen bevoegdheden - gevolg aan te geven.
Op het einde van de dag zal een team van externe deskundigen op basis van de consultatiefase en de besprekingen in de werkgroepjes een aantal voorlopige aanbevelingen formuleren. Nadien volgt een meer uitgebreid en volledig rapport. Dit rapport zal ruim verspreid worden en wil elke leraar, directeur en onderwijsdeskundige aanzetten om mee te werken aan de kwaliteitsverbetering van ons onderwijs.
Op 24 oktober en 7 november 2007 gaan twee andere conferenties door. Via dezelfde werkwijze gaan ze dieper in op resp. de peilingtoets Natuurwetenschappen-Biologie en Informatieverwerving- en verwerking van de eerste graad ASO.
Meer info over de conferenties
Meer
info over de peilingtoets WO-Natuur
Persmap: resultaten peiling natuur (wereldoriëntatie) in het basisonderwijs (pdf, 19 p.)