Extra lestijden kleuters al bij start schooljaar bijna verdubbeld
Persmededeling Kabinet Vlaams minister van Onderwijs en
Vorming
24 oktober 2007
Het aantal extra lestijden voor scholen met snel groeiende kleuterklassen was
bij de start van het schooljaar al bijna dubbel zo hoog als begin vorig
schooljaar. Op basis van het aantal ingeschreven kleuters op de eerste
instapdatum kregen 92 scholen immers al in totaal 585 lestijden bij, tegenover
314 lestijden voor 16 scholen vorig jaar. Minister van Onderwijs Frank
Vandenbroucke is opgetogen dat de forse stijging van het budget voor extra
lestijden al van bij de start van het Jaar van de Kleuter voelbaar is.
Het schooljaar 2007-2008 staat in het teken van het kleuteronderwijs. Vroege en
regelmatige deelname aan het kleuteronderwijs is immers heel belangrijk voor de
slaagkansen van een kind in de verdere schoolloopbaan en dus in het leven. De
aandacht voor kleuteronderwijs is dan ook niet toevallig één van de tien
disciplines in de tienkamp van minister Vandenbroucke voor gelijke
onderwijskansen.
Een belangrijk luik van het Jaar van de Kleuter bestaat uit bewustmaking, van
scholen, ouders en vele tussenpersonen. Speciale aandacht gaat daarbij naar
moeilijk bereikbare doelgroepen. Maar daarnaast zijn er ook zware financiële
inspanningen, die het kleuteronderwijs beter moeten maken, en in staat moeten
stellen om een grotere aanwezigheid van kleuters op te vangen in kleinere
klassen.
In totaal wordt 20 miljoen euro besteed aan vier maatregelen: een
tweedelijnsondersteuning over taalbeleid in kleuterscholen, extra lestijden voor
scholen met veel kansarme kleuters (in totaal 157 voltijdse eenheden, vanaf 1
september), het aanstellen van 1 expert kleuterparticipatie per scholengroep en
extra lestijden voor groeiende kleuterscholen (in een wat misleidend jargon “de
zomerklasjes”).
De laatste maatregel heeft te maken met de 6 instapdata voor jongste kleuters.
Hierdoor komen er het hele jaar door extra kleuters in de klassen. Vroeger
kregen de scholen hier enkel extra lestijden voor als bepaalde drempels
overschreden werden. Gemiddeld moest een school ongeveer 12 leerlingen meer
tellen dan op de laatste officiële teldatum (1 februari van het voorgaande
schooljaar) vooraleer er lestijden bijkwamen. Zo konden klassen aangroeien met
bv. 10 leerlingen, zonder dat er ook maar één extra uur bijkwam voor de school.
Vanaf dit schooljaar is voor deze extra lestijden 14 in plaats van 4 miljoen
beschikbaar. Dat laat minister Vandenbroucke toe om het grillige drempelsysteem
te vervangen door een heldere, lineaire berekening: van zodra er 2 leerlingen
bijkomen ten opzichte van 1 februari van vorig schooljaar, zijn er voortaan
extra lestijden. En daarna neemt het aantal lestijden geleidelijk toe, evenredig
met het toenemend aantal kleuters. Uit de eerste balans blijkt dat al op de
eerste schooldag de effecten van de nieuwe berekening voelbaar zijn. 92 scholen
gaan erop vooruit, in plaats van 16 vorig jaar. Er zijn in totaal 585 extra
lestijden toegekend, tegenover 314 begin vorig schooljaar.
De nieuwe berekening kan inhouden dat scholen op de tussenmomenten, waarop
scholen vroeger de drempel overschreden, soms per saldo iets minder vooruitgaan
dan vroeger. We zijn immers van een grillig sprongensysteem naar een helder
lineair systeem gegaan. Maar die minder voordelige momentopname verdwijnt in het
niets bij het feit dat de lestijden voortdurend aangroeien, voor én na de sprong
die ze vroeger maakten. De bewering van Vlaams parlementslid Jef Tavernier dat
er op het terrein geen effect merkbaar is, snijdt dus geen hout. Het is trouwens
onmogelijk dat een meer dan verdrievoudiging van het budget voor deze extra
lestijden geen enkel effect zou teweegbrengen.