Algemeen actieplan voor stappen en trappen naar de basisschool
Vlaamse regering voorziet tot 10 miljoen euro om zoveel mogelijk gemeenten, scholen en ouders te overtuigen van “gezond naar school”
Persmededeling Frank Vandenbroucke en Kathleen Van Brempt
datum: 30 november 2007
Gemeenten die kinderen aanzetten om meer te voet (stappen) of met de fiets
(trappen) naar school te gaan, kunnen vanaf volgend schooljaar op
projectsubsidies rekenen. Ook netoverschrijdend leerlingenvervoer zal
gesubsidieerd worden, maar pas als de betrokken gemeente één jaar gewerkt heeft
rond stappen en trappen. Dat staat in de nota “Duurzaam naar school” die de
Vlaamse Regering vandaag heeft goedgekeurd op voorstel van minister van
Onderwijs Vandenbroucke en minister van Mobiliteit Van Brempt. Met die nieuwe
aanpak willen beide ministers leerlingen uit het basisonderwijs op een meer
gezonde en dus duurzame manier naar school laten gaan. Volgend schooljaar is 2,4
miljoen beschikbaar voor de ondersteuning, in 2009-2010 loopt dit op tot 9,6
miljoen. Tweederde van dit bedrag gaat naar een basisluik en éénderde naar een
optioneel luik voor netoverstijgend leerlingenvervoer.
Het nieuwe systeem voorziet subsidies in twee luiken voor gemeentes die acties
opzetten om “duurzaam naar school” te gaan. De gemeente tekent eerst in voor een
basisluik. Gemeenten kunnen een selectie maken uit een lijst met concrete
initiatieven. Die initiatieven zijn ondergebracht in drie categorieën:
informatie en sensibilisatie, educatie en organisatie. Uit elke categorie moet
minstens één actie worden gekozen. Per initiatief is er een richtbedrag
vastgelegd. Zo kunnen gemeenten bijvoorbeeld een vrijwilligersnetwerk voor
voetgangersrijen of een fietspool uitbouwen. De gemeente ontvangt op basis van
haar leerlingenaantallen een maximaal subsidiebedrag van de Vlaamse overheid
voor het basisluik van “Duurzaam naar school”. Zelf wordt de gemeente niet
verplicht om extra financiële middelen te investeren.
Volgend schooljaar zal naar schatting een 50-tal gemeenten kunnen instappen in
dit basisluik. In 2009-2010 zullen twee op de drie gemeenten kunnen meedoen.
Een optioneel luik voorziet in subsidies voor de organisatie van
leerlingenvervoer. De kosten worden gedeeld tussen gemeente en Vlaamse overheid
en een bijdrage van de ouders (beperkt tot maximaal het tarief van een buzzy
pas). De Vlaamse overheid komt maximaal voor 320 euro tussen per leerling die
buiten de afgebakende stap- en trapzone woont. Een dergelijke projectaanvraag
kan pas nadat een gemeente een jaar lang een project in het basisluik heeft en
dit project ook verder zet. Enige uitzondering zijn de negen pilootprojecten
“netoverschrijdend leerlingenvervoer” die onmiddellijk kunnen instappen in het
tweede deel. Voor het schooljaar 2009-2010 zal er genoeg geld zijn om tot één
gemeente op vier netoverschrijdend leerlingenvervoer te laten organiseren.
Het concept “duurzaam naar school” vervangt de vroegere projecten
“netoverschrijdend leerlingenvervoer” voor het gewoon basisonderwijs. In deze
proefprojecten introduceerde men het STOP-principe dat voorrang geeft aan
Stappen en Trappen, boven de Organisatie van leerlingenvervoer of Privé-vervoer.
De nadruk van de projecten lag vooral op investeringen in busvervoer. Daardoor
bleef het effect op stappers en trappers eerder beperkt. Daarom beslisten de
ministers Vandenbroucke en Van Brempt om te kiezen voor een breder concept
waarin er meer aandacht is voor te voet gaan en fietsen.
Midden december zullen de gemeenten een oproep ontvangen om mee te werken aan
deze duurzame mobiliteitsaanpak. Op een infodag (17/12/07) wordt het concept
verder toegelicht. Daarna krijgen de gemeenten tot half februari de tijd om
projecten in te dienen. Het ingediende actieplan moet zowel initiatieven
bevatten rond informatie en sensibilisatie, rond educatie en rond organisatie
van een begeleide rij, voetpool of fietspool. Een uitgewerkt sjabloon met een
concrete beschrijving van mogelijke acties zal de planlast voor de gemeenten tot
een minimum beperken. Goedgekeurde projecten kunnen starten in het schooljaar
2008-2009 en na gunstige evaluatie verder gezet worden tijdens het schooljaar
2009-2010. Hiervoor wordt respectievelijk 2,4 miljoen euro en 9,6 miljoen euro
uitgetrokken. Op termijn zullen alle Vlaamse gemeenten kunnen instappen in dit
project.
Frank Vandenbroucke ziet het project als een belangrijk hoofdstuk bij zijn
gezondheidsbeleid om en rond scholen: “Met dit project willen we ouders en
kinderen bewust maken dat met de auto of de bus naar school gaan niet steeds de
beste keuze is. Te voet of met de fiets gaan, zijn alternatieven die echt het
overwegen waard zijn. Onze gezondheid en de gezondheid van iedereen varen er wel
bij.”
Voor Kathleen Van Brempt gaat het om een cruciaal luik in haar
mobiliteitsbeleid: “Met deze investeringen willen we naar een betere modal split
van het woon-schoolverkeer. Hoe meer mensen er in een schoolomgeving te voet
gaan en fietsen, hoe veiliger en hoe leefbaarder die schoolomgeving wordt.
Bovendien ben je bezig met de weggebruikers van de toekomst. Het is dus zeer
belangrijk om die zo vroeg mogelijk te overtuigen van duurzame vervoermiddelen.“
Ter info:
Uit een onderzoek dat in 2005 door het kabinet Onderwijs werd verricht en waar
88% van alle basisscholen hun medewerking aan hebben verleend, toont aan dat er
nog heel wat stap- en trapinitiatieven mogelijk zijn. 53% van de scholen
organiseren een rij en 9% van de scholen organiseren fietspooling.
Powerpointpresentatie over "duurzaam naar school" en het STOP-principe