Persoonlijk ontwikkelingstraject geeft probleemjongeren weer zicht op beroepskwalificatie
Persmededeling Kabinet Vlaams minister van Onderwijs en Vorming
datum: 30 november 2007
12 centra voor deeltijdse vorming krijgen groen licht voor het aanbieden van in totaal 165 “persoonlijke ontwikkelingstrajecten”. Hiermee wil minister van Werk, Onderwijs en Vorming Frank Vandenbroucke jongeren met persoonlijke of sociale problemen in het deeltijds beroepsonderwijs weer op het goede spoor krijgen. Hij trekt daarvoor 1,4 miljoen euro uit. Via individuele begeleiding en groepsactiviteiten leren deze kwetsbare jongeren weer voldoende structuur in hun leven brengen. Zo kunnen ze opnieuw afwisselend leren en werken waardoor ze zicht krijgen op het behalen van een beroepskwalificatie. Volgend schooljaar kan het aantal trajecten stijgen naar 550.
Het deeltijds onderwijs geeft jongeren tussen 15 en 18 jaar de kans om school en werk te combineren en tegelijk een kwalificatie te behalen. Voor een aantal schoolmoeë jongeren is dit een goede oplossing. Maar soms zijn hun problemen zo groot dat ze helemaal niet aan afwisselend leren en werken toekomen. Deze jongens en meisjes moeten weer op zoek naar structuur voor zichzelf en een horizon voor hun leven.
Om ook voor deze jongeren een oplossing te zoeken, komen er nu persoonlijke ontwikkelingstrajecten met intensieve begeleiding. Tijdens deze periode blijven de jongeren ingeschreven in een Centrum voor Deeltijds Onderwijs (CDO) waar ze normaal gezien les volgen. Het Centrum voor Deeltijdse Vorming (CDV) en het CLB staan in voor de begeleiding tijdens het persoonlijk ontwikkelingsproject. De jongeren leren een beter inzicht krijgen in hun eigen situatie, ze leren hun draagkracht verhogen zodat ze ook alleen iets kunnen doen. De begeleider zoekt samen met hen naar antwoorden en oplossingen voor de problematische situatie. Tijdens dit traject vervaagt het onderscheid tussen de leer- en werkplekcomponent. Het gaat om een totaalpakket van minimaal 28 uren vorming. Het traject wordt om de twee maanden geëvalueerd met de bedoeling de jongere zo snel mogelijk te laten instromen in een traject dat naar de arbeidsmarkt leidt.
De pilootprojecten lopen tot eind augustus 2008 in de regio’s Antwerpen, Gent, Oostende, Leuven, Kortrijk, Hasselt, Brussel en de Kempen. De regio’s werden uitgekozen op basis van het aantal jongeren dat in aanmerking komt voor een dergelijk persoonlijk ontwikkelingstraject. Verder werd ook rekening gehouden met de goede initiatieven die al op het terrein lopen.
De persoonlijke ontwikkelingstrajecten zullen vanaf 1 september 2008 een belangrijk onderdeel uitmaken van het decreet rond afwisselend leren en werken . De Centra voor Deeltijdse Vorming krijgen daarom de uitdrukkelijke opdracht om in regionale werkgroepen beleidsaanbevelingen te formuleren op basis van hun ervaringen. Deze aanbevelingen kunnen dan nog in het decreet worden meegenomen.