Nieuw akkoord legt ook in buitengewoon onderwijs lat gelijk
Persmededeling Kabinet Vlaams minister van Onderwijs en
Vorming
21 december 2007
Bijkomende éénmalige steunmaatregelen voor de werkingsbudgetten in 2008 ten belope van 36,3 mln euro
Ook in het buitengewoon onderwijs wordt de lat gelijk gelegd bij de verdeling van de werkingsmiddelen. Het net waartoe een school behoort speelt geen rol meer. Minister Vandenbroucke en de afgevaardigden van onderwijskoepels en GO! hebben hierover een akkoord gesloten, dat voorgelegd zal worden aan regering en parlement. In tegenstelling tot het gewoon onderwijs zal de financiering los staan van de sociaal-economische kenmerken van de leerlingen.
Er is ook overeenstemming over bijkomende éénmalige steun voor de werkingsbudgetten van de scholen in 2008, die grotendeels een “tussenstap” vormt voor het nieuwe financieringssysteem in 2009 op gang komt. Het budget voor deze eenmalige tussenstap bedraagt 21,3 miljoen voor het gewoon en buitengewoon basisonderwijs. In het secundair onderwijs gaat het om een bijkomende éénmalige injectie van 15 miljoen euro: deels gaat het om een opstap naar het nieuwe financieringssysteem en deels om het afronden van de grootschalige investeringsoperatie in het nijverheidsonderwijs die deze legislatuur loopt. Dat bedrag van 15 miljoen euro is voor het secundair onderwijs dus 5 miljoen meer dan oorspronkelijk voorzien. Met dit akkoord is het debat tussen de onderwijsnetten over de verdeling van de werkingsmiddelen afgerond en afgesloten.
Eind november 2007 stelde minister Vandenbroucke een historisch akkoord voor over de verdeling van de werkingsmiddelen in het “gewoon” leerplichtonderwijs. Een deel van de werkingsmiddelen voor deze basis- en secundaire scholen wordt vanaf volgend jaar verdeeld volgens het sociale profiel van de scholen. En de lat tussen de netten wordt gelijk gelegd, op maximaal 7,5% objectieve verschillen na. De meeste scholen gaan in het nieuwe systeem vooruit, maar veruit de grootste sprong maken die scholen die veel leerlingen uit kansengroepen aantrekken en extra moeite moeten doen om de talenten van hun leerlingen te ontdekken en te ontwikkelen.
Voor het buitengewoon onderwijs, dat niet onder dit eerste akkoord viel, is er nu ook een regeling. Het budget stijgt er met 6,9 miljoen in het basisonderwijs (190 scholen) en 2,3 miljoen in het secundair (110 scholen). Net als in het gewoon onderwijs zal bij de verdeling van de werkingsmiddelen het net waartoe een school behoort geen rol meer spelen. Er zal wel ook een bedrag afgezonderd worden voor objectieve verschillen (3% voor garanderen keuzevrijheid en 4,5% voor het aanbieden van meerdere levensbeschouwelijke vakken). Sociaal-economische leerlingenkenmerken zullen in het buitengewoon onderwijs niet verrekend worden. In het buitengewoon onderwijs wegen de leerstoornissen en beperkingen van leerlingen over het algemeen zwaarder door in het specifieke profiel van de scholen dan verschillen inzake sociaal-economische achtergrond van leerlingen. De regeling zorgt in het buitengewoon secundair onderwijs voor een licht verlies bij het GO!. Net als in het gewoon onderwijs zal dit gecompenseerd worden door een transitiefonds.
De eerste uitbetaling volgens het nieuwe financieringssysteem gebeurt in gewoon en buitengewoon onderwijs pas begin 2009. Omdat de scholen op korte termijn al voor nieuwe uitdagingen staan (de kostenbeheersing in het basisonderwijs met de invoering van de maximumfacturen vanaf september 2008, de gestegen stookoliefactuur…) heeft minister Vandenbroucke een éénmalige tussenstap voorzien in de zomer van 2008.
Voor de basisscholen bedraagt deze tussenstap 21,3 miljoen euro. Deze middelen worden lineair per leerling verdeeld, met voorafname voor de objectieve verschillen. Per leerling betekent dit 34,03 euro voor het GO!, 33,05 euro voor het officieel gesubsidieerd onderwijs en 32,14 euro voor het vrij gesubsidieerd onderwijs.
Voor het secundair onderwijs heeft minister Vandenbroucke de oorspronkelijk voorziene 10 miljoen (persbericht 4 december 2007) opgetrokken tot 15 miljoen. 10 miljoen zijn bestemd voor de nijverheids- en land-en tuinbouwscholen (in gewoon en buitengewoon onderwijs), die er in 2008 investeringen mee kunnen doen in hun basisinfrastructuur. Dat zal dan het vierde opeenvolgende keer zijn dat ze een dergelijke extra schijf ter beschikking krijgen.
De overige 5 miljoen euro wordt lineair verdeeld over de leerlingen van het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs, met voorafname voor de objectieve verschillen. Per leerling betekent dat 11,39 euro voor het GO!, 11,07 euro voor het officieel gesubsidieerd onderwijs en 10,59 euro voor het vrij gesubsidieerd onderwijs.
Minister Vandenbroucke is tevreden met de bereikte akkoorden: “Door deze laatste beslissingen zetten we helemaal een punt achter de discussie over het nieuwe financieringsmodel. De lat tussen de netten ligt nu objectief gelijk, zowel in gewoon als buitengewoon onderwijs. De financiering is voortaan gebaseerd op de kinderen en hun noden. En de scholen kunnen fors meer investeren in het succes van elk kind. Ik ben ook blij dat we de scholen al in 2008 wat bijkomende ademruimte kunnen geven, en dat dit voor het secundair onderwijs gepaard gaat met het versterken en afronden van de investeringsoperatie in nijverheidsscholen.”