Onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers
De term anderstalige nieuwkomers wordt gebruikt om te verwijzen naar
leerlingen die heel recent uit het buitenland zijn gekomen en in het
Nederlandstalige onderwijs terechtkomen. Zij zijn leerplichtig (met uitzondering
van kleuters die 5 jaar zijn of worden vóór 31 december van het lopende
schooljaar), hebben vaak een vreemde nationaliteit en hebben om diverse redenen
hun moederland verlaten.
Deze anderstalige jongeren kunnen in België beroep doen op het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers. Dit onthaalonderwijs heeft tot doel Nederlandsonkundige leerlingen, die onlangs in België zijn aangekomen, op te vangen, hen zo snel mogelijk Nederlands te leren en hen te integreren voor het basisonderwijs in de reguliere klaspraktijk en voor het secundair onderwijs in de onderwijsvorm en studierichting die het nauwst aansluit bij de individuele capaciteiten van de anderstalige nieuwkomer, en zo ook tot een betere integratie in de samenleving te komen.
Waar het onthaalonderwijs zich oorspronkelijk richtte op kinderen die via het stelsel van gezinshereniging nieuw in het land binnenkwamen, werd vastgesteld dat een groot aantal van de anderstalige nieuwkomers kinderen van vluchtelingen en asielzoekers waren.
Deze anderstalige nieuwkomers omvatten een heel heterogene groep. Ze hebben niet alleen een verschillende leeftijd maar ook een verschillende socio-economische en culturele achtergrond. De kinderen verschillen ook heel erg qua scholingsachtergrond. Ongeveer 10% bestaat uit leerlingen die binnen een sterk onderwijssysteem school liepen, dit zijn voornamelijk kinderen uit de vroegere Oostbloklanden, Engelstalige kolonies van Afrika en het verre Oosten. Daartegenover staat een tweede groep, die eveneens ongeveer 10 % inneemt, maar die nauwelijks onderwijservaring hebben, en niet gealfabetiseerd zijn in hun moedertaal. Tussen deze twee groepen in, heb je een derde groep kinderen die reeds geschoold en gealfabetiseerd zijn in hun moedertaal, maar ze hebben een onderwijssysteem doorlopen dat niet zo hoog aangeschreven staat als de eerste groep. Deze diverse middengroep bestaat uit kinderen afkomstig uit de Franstalige kolonies in Afrika en bepaalde landen in de Balkan.
Er is ook een grote diversiteit wat betreft de nationaliteit van de kinderen in het onthaalonderwijs. Terwijl men in de vroege jaren ‘90 eerder geconfronteerd werd met kinderen uit Turkije en Marokko, vind je nu in de onthaalklassen voornamelijk leerlingen afkomstig uit de federatie van Rusland, Kazachstan, de Balkanlanden, ex-Joegoslavië, Iran, …
Het onthaalonderwijs in het basisonderwijs verschilt van het onthaalonderwijs in het secundair onderwijs. Daar waar de anderstalige nieuwkomers in het secundair gedurende een jaar een Nederlands taalbad krijgen om daarna naar het regulier onderwijs over te stappen worden de anderstalige nieuwkomers in het basisonderwijs van meet af aan deels afzonderlijk onderwezen en deels samen met de kinderen in de reguliere klas.