nieuwsbrieven kalender onderwijs op het web adressen alleen voor schooldirecties alleen voor schooldirecties
e-mail help home http://www.ond.vlaanderen.be

Kernpunten uit de reactie van de VLOR 

Het volledige advies van de VLOR beslaat 12 bladzijden. Wij vatten de standpunten samen op twee pagina's. Voor elk item staat het nummer waaronder dit in de uitgebreide tekst wordt behandeld. Niet alle punten uit de volledige tekst zijn opgenomen in de samenvatting.

2.1 De VLOR erkent dat leraren noch als individu, noch als lid van een schoolteam adequaat kunnen beantwoorden aan al de verwachtingen die de maatschappij stelt. De VLOR stelt dat de leraar de "psycho-pedagogische taken" die voortvloeien uit de behoeften van de leerlingen moet invullen. Zo vormt leerlingenbegeleiding een cruciaal onderdeel van de lerarenopleiding.
Daarnaast zijn er de "instrumentele taken" die gericht zijn op een beter functioneren van de samenleving zoals verkeersveiligheid, gezondheidsbevordering, ... Hier kunnen ook andere maatschappelijke subsectoren hun verantwoordelijkheid opnemen.

2.2 De VLOR vraagt zich af alle belangrijke aspecten van professioneel handelen te vatten zijn in beroeps- en opleidingsprofielen. Leraarschap steunt ook op de persoonlijkheid van de leraar, op zijn leerlingbetrokkenheid en engagement. Opvattingen van leraren zijn bepalend voor hun handelen: daarom moet de opleiding zich ook richten op de kennis en opvattingen van de studenten. Dit ontwikkelings- en leerproces gaat overigens de hele loopbaan verder.
Leraarschap omvat een morele dimensie: een leraar neemt voortdurend beslissingen die waardekeuzes impliceren. Een persoonlijke visie op goed onderwijs is een ander essentieel aspect van professioneel leraarschap. Vermits er geen consensus bestaat over wat 'goed onderwijs" is, omvat leraarschap dus ook een politieke dimensie. Daarnaast vormt de kwaliteit van de relatie die een leraar met de leerlingen opbouwt, de emotionele dimensie.
Een concept van leraarschap omvat dus zowel de technische als de morele, de politieke en de emotionele dimensie. Dat veronderstelt een houding van reflectie op het eigen handelen om te evalueren en bij te sturen.

2.3 De VLOR vindt dat niet de overheid maar de onderwijssector (de werkgevers en de beroepsgroep) verantwoordelijk moet zijn voor het formuleren van de beroepsprofielen. De VLOR pleit voor een rechtstreekse dialoog tussen afnemend veld, beroepsgroep en opleidingsinstituten (NvdR: in deze context gebruiken de deelnemers aan het debat de termen "afnemers" en "afnemend veld/sector" voor de scholen die afgestudeerden aanwerven).
Beroepsprofielen zijn niet het eerste instrument voor de overheid om vernieuwingen in de afnemende sectoren te realiseren.
 

2.4 De VLOR formuleert de nood aan beroepsprofielen voor leraren kunst-, technische en praktijkvakken, voor buitengewoon en volwassenenonderwijs. Ook moet er een beroepsprofiel komen voor de lerarenopleiders zelf. 

3.1 Een nieuw decreet op de lerarenopleiding moet stimulansen inbouwen om de professionaliteit van de lerarenopleiders te verhogen. Zij moeten een specifieke pedagogische opleiding combineren met een grondige kennis van het werkveld waartoe ze opleiden. Bij voorkeur gebeurt dit door nuttige ervaring in het werkveld en/of door langdurige stages.
De mentoren in de stagescholen moeten over de nodige coachingvaardigheden beschikken.
 

3.2 De VLOR verzet tegen de uitwerking van startcompetenties als derde instrument. De basiscompetenties geven de competenties waarover een student beschikt als hij de lerarenopleiding verlaat. Deze moeten zich dus beperken tot wat haalbaar is in de initiële opleidingen. Daarnaast beschrijven beroepsprofielen de competenties van ervaren leraren. 

4.1.2 De VLOR wil de vlakke loopbaan doorbroken zien via zowel horizontale als verticale mobiliteit. 

4.1.3 Leraren moeten breed inzetbaar zijn. De grenzen tussen kleuter- en basisonderwijs en tussen lager en secundair onderwijs  zijn minder strikt geworden. Leraren moeten daarom in de opleiding een basiskennis verwerven over de aansluitende onderwijsniveaus. 

4.2 De overheid moet dringend een stelsel uitbouwen voor het levenslang leren van de leraar. Dat begint met langdurige stages en gaat verder met aanvangsbegeleiding die gedragen wordt door de school waar de leraar een opdracht heeft samen met de opleidingsinstituten.
Voortgezette opleidingen moeten zich meer richten op verticale mobiliteit.
De overheid moet voorzien in de noodzakelijke financiering van de permanente vorming: nu zit men nog erg ver onder de ongeveer 500 euro (20 000 frank) voor de vorming van een ambtenaar. Ook vormingsverlof voor leraren moet bespreekbaar worden.
 

4.3 De VLOR vindt het tekort aan synergie tussen de realiteit in het onderwijsveld en deze van de opleidingsinstituten de voornaamste conclusie van het evaluatierapport. Daarom pleit de VLOR voor regionale netwerken tussen lerarenopleiding en scholen waarbij de mentor een brugfunctie vervult. Er moet overleg georganiseerd worden tussen opleiders en afnemers en tussen de verschillende lerarenopleiders. 

4.3.1 Er moeten meer lerarenopleidingen in duale stelsels komen: de wisselwerking tussen theorie en praktijk verrijkt de opleiding. 

4.3.2 Tijdens de stage moet de student ook een groot gedeelte van het klasmanagement op zich kunnen nemen en functioneren als lid van een schoolteam. 

4.4 De VLOR stelt vast de lerarenopleidingen de gemeenschappelijke stam (aspecten zoals reflectie, leerlinggerichtheid, engagement) in hun opleidingen minimalistisch invullen.  

4.6 In de regel kiezen niet de sterkste studenten voor de lerarenopleiding, stelt de VLOR vast. Een verhoging van de kwaliteit van de instroom hoort thuis in een globale strategie voor de waardering van de leraar. Wel moet de lerarenopleiding op een realistische wijze rekening houden met het profiel van de studenten, bv. via specifieke modules die tekorten (zoals taalvaardigheid) remediëren. 

5 De VLOR wil dat het debat over de lerarenopleiding deel uitmaakt van de discussie over de herstructurering van het hoger onderwijs in het licht van de Bologna-verklaring. 

Het volledig verslag van de VLOR-standpunten.

top
Printvriendelijk formaat