Om de leefeenheid te bepalen, kijken we naar de situatie op 31 december 2011. Er zijn vier mogelijkheden:
Het belangrijkste criterium om recht te hebben op een toelage is de hoogte van het inkomen. Om dat te bepalen, bekijken we eerst van welk soort leefeenheid u deel uitmaakt. Dat kan een klassiek gezin zijn, maar ook samenwoners of alleenstaande leerlingen of studenten vormen een leefeenheid. Vervolgens berekenen we het inkomen van die leefeenheid. Daarbij houden we onder meer ook rekening met het aantal punten ervan.
In
sommige gevallen is het relatief eenvoudig om de leefeenheid te bepalen en
het inkomen te berekenen, in andere gevallen niet. Hebt u twijfels of wilt u
hulp? Raadpleeg dan de webpagina 'Hulp in
uw buurt'. U
kunt ook altijd bellen naar het gratis nummer van de Vlaamse overheid:
1700 Infolijn.
Als u op 31 december 2011 bij uw (al dan niet gehuwde) ouders woont, dan gaan we voor de berekening van de toelage uit van beide inkomens. Woont u bij één van beide ouders, dan zijn er verschillende mogelijkheden.
Schematisch
|
U woont bij |
Statuut |
Andere criteria |
Inkomen van de leefeenheid |
|
|
twee ouders |
al dan niet gehuwd |
inkomen beide ouders |
||
|
één ouder |
gehuwd of wettelijk samenwonend met een nieuwe partner |
inkomen ouder + nieuwe partner |
||
|
alleenstaand |
inkomen ouder |
|||
|
feitelijk samenwonend met nieuwe partner |
leerling of student fiscaal ten laste van nieuwe partner |
inkomen ouder + nieuwe partner |
||
|
leerling of student niet fiscaal ten laste van nieuwe partner |
gezamenlijk één of meer kinderen |
inkomen ouder + nieuwe partner |
||
|
geen gezamenlijke kinderen |
inkomen ouder |
|||
In de meeste gevallen bent u ten laste van uw ouder(s), maar in sommige gevallen is dat iemand anders. Dat kan het geval zijn doordat u op 31 december 2011 bij iemand anders woont en:
We vertrekken dan van het inkomen van de leefeenheid van die persoon:
Om voor uw toelage te worden erkend als gehuwd of samenwonend leerling of student, moet u aan twee criteria voldoen.
U bewijst dat inkomen en het aantal maanden waarin u en uw partner het hebben verdiend met attesten van werkgevers, diensten en instellingen.
Het statuut van gehuwd of samenwonend leerling of student is niet definitief. U behoudt het alleen als u nog altijd met dezelfde partner gehuwd bent of samenwoont en voldoet aan één van de volgende voorwaarden:
Als u nog altijd met dezelfde partner gehuwd bent of samenwoont maar toch
het statuut van gehuwd of samenwonend leerling of student verloren bent, dan
kunt u het opnieuw verkrijgen. Daarvoor moeten er in 2010 en 2011 twaalf
maanden zijn geweest waarin u en uw partner samen een inkomen hadden dat in
totaal minstens overeenkomt met een jaarinkomen van € 5.922,53.
Om het
statuut opnieuw te verkrijgen is het dus niet voldoende dat u ooit twaalf
maanden het inkomen van € 5.922,53 hebt verkregen: u moet het ook verdiend
hebben in 2010 en/of 2011.
Als u niet voldoet aan de voorwaarden om als gehuwd leerling of student te worden beschouwd, kunt u een toelage aanvragen als zelfstandig leerling of student. Voldoet u niet aan die voorwaarden, dan beschouwen we u als persoon ten laste van uw ouder(s) of van iemand anders, naargelang uw vorige hoofdverblijfplaats
Als u financieel onafhankelijk bent en niet erkend bent als gehuwd of
samenwonend leerling of student, kunt u een aanvraag indienen als
zelfstandig leerling of student.
Apart gedomicilieerd zijn, is niet
voldoende (en ook geen voorwaarde) om het statuut van zelfstandig leerling
of student te verwerven: u moet uw financiële onafhankelijkheid kunnen
aantonen. Daarvoor moet u ten laatste op 31 december 2011 twaalf maanden een
inkomen hebben gehad dat in totaal minstens overeenkomt met een jaarinkomen
van € 5.922,53.
Opgelet: voor werknemers is dat niet hetzelfde als het
netto inkomen dat uw werkgever op uw rekening stort. In de praktijk betekent
dat:
De 12 maanden moeten zich situeren tijdens een periode van twee aaneensluitende kalenderjaren en eindigen op 31 december van het school- of academiejaar waarin u:
U kunt kiezen uit de drie bovenstaande mogelijkheden. U bewijst uw inkomen en het aantal maanden waarin u het hebt verdiend met attesten van werkgevers, diensten en instellingen.
Het statuut van zelfstandig leerling of student is niet definitief. U behoudt het alleen als u voldoet aan één van de volgende voorwaarden:
Bent u het statuut van zelfstandig leerling of student verloren, dan kunt u het opnieuw verkrijgen als er in 2010 en 2011 twaalf maanden zijn geweest waarin u een inkomen had dat in totaal minstens overeenkomt met een jaarinkomen van € 5.922,53. Om het statuut opnieuw te verkrijgen, is het dus niet voldoende dat u ooit twaalf maanden het inkomen van € 5.922,53 hebt verkregen: u moet het ook verdiend hebben in 2010 en/of 2011.
Als u niet voldoet aan de voorwaarden om als zelfstandig leerling of student te worden beschouwd, dan beschouwen we u als persoon ten laste van uw ouder(s) of van iemand anders, naargelang uw hoofdverblijfplaats.
U wordt beschouwd als alleenstaand leerling of student als u uiterlijk 31 december 2011 niet binnen een van de bovenstaande categorieën valt en u zich in één van de volgende situaties bevindt:
U hoeft dus geen inkomen aan te tonen om het statuut van alleenstaand leerling of student te verkrijgen. Maar uw toelage wordt uiteraard wel berekend op basis van uw inkomen.
U kunt pas worden erkend als alleenstaand leerling of student als u niet voldoet aan de voorwaarden voor leerling of student ten laste, gehuwd of samenwonend leerling of student, of zelfstandig leerling of student.