|
Richtlijnen bewaartermijnen cursistgebonden administratieve documenten (pdf, 2 p.)
Vanaf 1 september 2011 moeten cursisten die voldaan hebben aan de deeltijdse leerplicht - d.w.z. 18 jaar oud zijn - bij inschrijving het bewijs leveren te beschikken over de Belgische nationaliteit of te voldoen aan de bepalingen van het wettig verblijf. Cursisten die niet aan deze inschrijvingsvoorwaarde voldoen, zullen geschrapt worden als financierbare of subsidieerbare cursist.
De maatregel heeft betrekking op alle opleidingen - dus niet alleen de opleidingen Nederlands tweede taal - zowel in de Centra voor Basiseducatie als in de Centra voor Volwassenenonderwijs.
Het centrum moet het bewijs van Belgische nationaliteit of wettig verblijf opnemen in het cursistendossier zodat de verificatie de nodige controles kan uitvoeren.
Bewijs van Belgische nationaliteit
Het centrum bewijst aan de hand van het inschrijvingsformulier dat de cursist de Belgische nationaliteit bezit. Op het ondertekende inschrijvingsformulier worden de nationaliteitsgegevens en rijksregisternummer van de cursist vermeld. In geval van Belgische nationaliteit is het niet nodig een kopie van de identiteitskaart te bewaren in het cursistendossier.
Bewijs van wettig verblijf of nationaliteit EU-landen
Indien de cursist niet beschikt over de Belgische nationaliteit, moet het centrum een kopie van het bewijs van wettig verblijf opnemen in het cursistendossier. De vermelding van het rijksregisternummer in het cursistendossier wordt niet aanvaard als bewijs van wettig verblijf.
Het wettig verblijf kan in de meeste gevallen aangetoond worden op basis van deze documenten:
Indien een cursist zich aanmeldt met een ander document, kan dit enkel aanvaard worden wanneer dit opgenomen is in het vademecum. Raadpleeg hiervoor het vademecum wettig verblijf - versie 27/10/2011 (word, 4 p.). Het verblijfsdocument moet geldig zijn op het moment van inschrijving.
Veelvoorkomende vragen worden gebundeld onder de rubriek veelgestelde vragen van directies en secretariaten.
De presentatie van de vormingssessie vind je op de pagina communicatie en infosessies.
Er zijn vier tarieven voor het inschrijvingsgeld:
Het inschrijvingsgeld wordt verhoogd. Voor alle modules
die starten vanaf 1/01/2013 zijn de tarieven:
Het doel van het
vademecum is op een gestructureerde wijze een overzicht te geven van de
vrijstellingsattesten die kunnen gebruikt worden als wettiging van de
gehele of gedeeltelijke vrijstelling van het inschrijvingsgeld.
Het
vademecum is geen definitieve lijst, omdat we hebben vastgesteld dat de attesten afhankelijk zijn van het
evoluerende karakter van de maatschappij.
Het
vademecum is in twee delen opgebouwd. Het eerste deel geeft per categorie een
overzicht van de modellen van attesten voor de volledige of gedeeltelijke
vrijstelling van het inschrijvingsgeld. In het tweede deel worden een aantal
bijzondere richtlijnen opgenomen die de centra toelaten te oordelen of het
voorgelegde attest aanvaard kan worden.
In geval van twijfel kan u steeds contact opnemen met de afdeling Volwassenenonderwijs. U kunt uw vragen best per mail zenden aan gegevensbeheer.volwassenenonderwijs@vlaanderen.be.
In
principe wordt het
vrijstellingsattest aan het centrum bezorgd op het ogenblik van de inschrijving.
Indien dit niet mogelijk is dan wordt het attest zo spoedig mogelijk en
alleszins binnen de dertig dagen aan het centrum bezorgd. Als het
registratiemoment binnen de termijn van dertig dagen valt, dan wordt de termijn
zodanig ingekort dat op het registratiemoment het attest in het cursistendossier
berust.
Attest van inburgering (pdf, 2 p.)
Addendum bij het inburgeringscontract - aanvullende cursusinformatie (pdf, 3 p.)
Addendum bij het inburgeringscontract na heraanmelding (pdf, 3 p.)
Inburgeringscontract voor de inburgeraar die onder de inburgeringsplicht valt (pdf, 4 p.)
Attest overname van het inburgeringscontract (pdf, 3 p.)
Toelichting
Attest sociale
wooncode (pdf, 1 p.)
Attest C63-participatiefonds (jpg)
Het attest van FOREM vermeldt niet dat betrokkene uitkeringsgerechtigd is. De uitkeringsgerechtigdheid moet door een attest van een volgende instanties aangetoond worden:
Attest voor materiële hulp voor inschrijving in het volwassenenonderwijs (pdf, 1p.)
Attest Fedasil voor niet in een lokaal opvanginiatief opgenomen personen (pdf,
1p.)
Attest Vluchtelingenwerk Vlaanderen (pdf, 1 p.)
Attest lokale opvanginitiatieven (pdf, 1 p.)
Doorstromers uit basiseducatie (artikel 109, 4, 3)
Attest Centrum voor Basiseducatie (pdf, 1 p.)
Een
cursist die doorstroomt vanuit de basiseducatie kan op basis van het attest
gedurende één schooljaar gedeeltelijke vrijstelling van het inschrijvingsgeld
verkrijgen als aan volgende voorwaarden is voldaan:
Mindervaliden
(artikel 109, 5, 2)
Cursisten
ingeschreven bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap kunnen
een attest opvragen bij
de
provinciale afdeling van het VAPH.
In
principe wordt voor deze categorie een vrijstelling verleend op basis van een
OCMW-attest. Op het attest moet uitdrukkelijk vermeld zijn dat betrokkene:
Op
basis van en attest activering leefloon in het kader van een tewerkstelling
artikel 60 kan geen vrijstelling van het inschrijvingsgeld verleend worden.
Een
attest dat verwijst naar de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op
maatschappelijke integratie kan slechts aanvaard worden als in het attest
uitdrukkelijk vermeld wordt dat dit recht uit een leefloon bestaat. Zonder deze
vermelding is het niet duidelijk of het recht bestaat uit een tewerkstelling of
een leefloon.
Een
minderjarige cursist geplaatst in beschermd wonen van Bijzondere Jeugdzorg, kan
een vrijstelling van het inschrijvingsgeld bekomen op basis van een attest van
het Agentschap Jongerenwelzijn, waarin bevestigd wordt dat betrokkene een
uitkering lastens hen geniet. Zodra zij meerderjarig zijn, kunnen zij aanspraak
maken op een leefloon lastens het OCMW.
Een persoon die in een Centrum Algemeen Welzijnswerk verblijft, kan op basis van een attest van het Centrum vrijgesteld worden. De vrijstelling kan enkel verleend worden als in het attest vermeld wordt dat betrokkene bij hen verblijft en geen inkomen geniet.
De
vrijstelling kan enkel verleend worden op basis van een door de directeur van de
strafinrichting ondertekende verklaring waarin bevestigd wordt dat betrokkene in
zijn strafinstelling verblijft.
De
vrijstelling kan enkel verleend worden op basis van de samenwerkingsovereenkomst
tussen de instelling Secundair onderwijs en het Centrum voor
Volwassenenonderwijs.
Uit de
samenwerkingsovereenkomst moet duidelijk blijken dat de betrokken cursisten
gevat zijn door de samenwerkingsovereenkomst.
De
vrijstelling kan ook verleend worden op basis van een attest uitgereikt door:
Op het
attest moet n van de volgende omschrijvingen vermeld staan:
de mate van zelfredzaamheid bedraagt 7 punten of meer.
Ambtenaren die ambtshalve vervroegd op pensioen gesteld worden wegens
gezondheidsredenen worden ook vrijgesteld.
Voor
deze categorie wordt de vrijstelling van het inschrijvingsgeld slechts verleend
tot het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd (65 jaar).
Werkloze cursisten die een opleiding volgen in het kader van een door de VDAB erkend traject naar werk genieten een volledige vrijstelling. Als cursisten hieromtrent vragen hebben, dan nemen zij best contact op met een VDAB trajectbegeleider.
De
vrijstelling kan ook verleend worden op basis van een attest uitgereikt door:
Om
rechtsgeldig te zijn mag het attest bij de inschrijving niet ouder zijn dan 1
maand.
Een
cursist NT2 die gedomicilieerd is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is
vrijgesteld van het inschrijvingsgeld als hij de opleiding volgt in een
lesplaats gelegen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
De domiciliëringsvoorwaarde wordt aangetoond op basis van één van de
documenten vermeld in volgend overzicht:
Overzicht verblijfsdocumenten NT2 Brussel (pdf,
2 p.)
Indien het document geen einddatum vermeldt, zal het document gedurende één kalenderjaar als bewijs aanvaard worden voor een vrijstelling. Voorbeeld: een attest met afgiftedatum 14/01/2010 mag gebruikt worden voor elke inschrijving tot en met 13-01/2011.
Een identiteitskaart waar geen domicilie op vermeld staat komt niet in aanmerking voor een vrijstelling van het inschrijvingsgeld.
Sinds januari 2008 kan een volwassene met een handicap gebruik maken van speciale onderwijsleermiddelen om het onderwijsleerproces in een Centrum voor Volwassenenonderwijs of een Centrum voor Basiseducatie te kunnen volgen.
In het volwassenenonderwijs is de toekenning van volgende speciale onderwijsleermiddelen mogelijk:
De directie van het CVO of CBE dient een aanvraag in bij de Cel Speciale Onderwijsleermiddelen via een volledig ingevuld aanvraagformulier:
Meer info vind je in de
omzendbrief 'Speciale onderwijsleermiddelen in het volwassenenonderwijs'.
Meer uitleg over de aanvraagprocedure vind je op de pagina's voor cursisten.
In deze rubriek vind je enkele aandachtspunten voor het opstellen van studiebewijzen. Deze rubriek zal nog verder uitgebouwd worden.
Een foutieve opleidingsbenaming op een studiebewijs kan nare gevolgen hebben voor een cursist. Het is dan ook uitermate belangrijk dat de officiële opleidingsbenaming op het studiebewijs vermeld wordt. De officiële benamingen vind je in de bijlagen bij de omzendbrieven Organisatie van het volwassenenonderwijs CVO en CBE:
Basiseducatie
Indeling van de basiseducatie in leergebieden en opleidingen
Secundair volwasenenonderwijs
Indeling van het secundair volwassenenonderwijs in studiegebieden en opleidingen
Hoger beroepsonderwijs
Indeling van het hoger beroepsonderwijs in studiegebieden en opleidingen
Op het diploma secundair onderwijs wordt steeds het totale aantal lestijden opgenomen.
In het geval van de volgende opleidingen van het studiegebied algemene vorming wordt het totale aantal lestijden van de desbetreffende opleiding vermeld:
In het geval het gaat om een combinatie van de opleiding aanvullende algemene vorming met het certificaat van een diplomagerichte opleiding, dan wordt het totale aantal lestijden van de beide opleidingen samen op het diploma secundair onderwijs vermeld.
Op het diploma secundair onderwijs wordt, met uitzondering voor de ASO-opleidingen, altijd de benaming van de beroepsgerichte opleiding vermeld.
Indien het studiebewijs werd uitgereikt voor 01/09/1999:
Het centrum stelt een vervangend attest op, dat samen
met het proces-verbaal van de examens aan het Vlaams Ministerie van Onderwijs en
Vorming wordt voorgelegd. Na visering stuurt het ministerie het attest terug
naar het CVO, dat het dan aan de cursist kan bezorgen.
Indien het studiebewijs werd uitgereikt na 01/09/1999:
Het centrum stelt zelf een attest op en bezorgt dit rechtstreeks aan de cursist.
Hierbij vind je een modelattest (pdf, 1 p.) als voorbeeld van het attest dat door het centrum moet opgesteld worden.
Zie ook veelgestelde vragen over studiebewijzen.
De reglementering voor het Betaald Educatief Verlof schrijft voor dat de getuigschriften van nauwgezetheid afgeleverd worden:
De Dienst Betaald Educatief Verlof stelt echter vast dat sommige centra nog altijd getuigschriften per semester (september – januari en februari – juni) uitreiken. Dit is niet alleen in strijd met de reglementering, maar het belet tevens de Dienst Betaald Educatief Verlof om de wetgeving correct toe te passen.
Om te vermijden dat de Dienst Betaald Educatief Verlof foutief ingevulde getuigschriften aan de centra moet terugzenden, wat extra werk voor de centrumsecretariaten betekent, werd voor de modulaire opleidingen een nieuw model van getuigschrift (pdf) ontwikkeld.
Zie ook veelgestelde vragen over betaald educatief verlof.