|
Wij organiseren een module die over twee leerjaren loopt. Hoe moet ik dit zenden?
Je moet in de planningzending voor dit schooljaar de reële begin- en einddatum van de modules opnemen, zelfs als deze einddatum in een ander schooljaar gelegen is. Het aantal lestijden van de modules, zoals voorzien in de opleidingsprofielen, moet vermeld worden. Zelfs als je voor dit schooljaar bv. maar de helft van de lestijden van deze modules effectief zou organiseren. Het is belangrijk om naar de registratiedatum te kijken. Want deze datum bepaalt in welke referteperiode de lesurencursist aangerekend worden. Het is van belang de juiste tellingsdatum aan te geven. Je mag de module niet in twee delen splitsen. Een module heeft een vast aantal lestijden en wordt enkel als dusdanig door onze databank aanvaard. Je moet die module het volgende schooljaar niet meer zenden.
Als wij een module organiseren die over twee jaren loopt, in welke referteperiode worden dan de cursisten geteld?
De cursisten worden geteld in de referteperiode waarin het registratiemoment valt.
Als wij een module organiseren die over twee jaren loopt, wordt de lesgever dan betaald in twee delen?
De lesgever wordt betaald overeenkomstig de lestijden die hij per schooljaar geeft.
Als wij een module organiseren die over twee jaren loopt, wordt dan het aantal gerealiseerde lestijden in het eerste jaar dan afgetrokken van het lestijdenpakket van het eerste jaar?
Enkel de in een schooljaar aangewende lestijden worden op het lestijdenpakket van dat schooljaar aangerekend.
Dien ik het ingevuld aanvraagformulier voor de opleiding gecombineerd onderwijs ook per post te bezorgen?
Een dossier gecombineerd onderwijs dient uitsluitend via elektronische weg aan de administratie te worden bezorgd. Het is niet meer nodig een papieren versie toe te zenden.
Kan ik voor deze modules ook de financiering aanvragen aan 120%?
Ja. De aanvullende financiering of subsidiëring is bedoeld om het opstarten van nieuwe trajecten gecombineerd onderwijs met een groot luik afstandsonderwijs te ondersteunen. Dit nieuwe aanbod dient ook effectief georganiseerd te worden binnen een termijn van 2 schooljaren. De modules met minstens 25% afstandsonderwijs komen ook in aanmerking voor een financiering aan 120% op het moment dat ze ingericht worden. Je moet hiervoor wel opnieuw een aanvraag indienen volgens de procedure voor gecombineerd onderwijs.
Kan ik een projectaanvraag indienen voor een opleiding van minder dan 200 lestijden?
Neen. De projectaanvraag dient betrekking te hebben op een aantal modules die samen minimum 200 lestijden in afstandsonderwijs omvatten. Wanneer deze modules samen bijvoorbeeld 80% in afstandsonderwijs zullen worden gegeven, dienen de modules minimum 250 lestijden te omvatten.
Dient elke module in de aanvraag 50% afstandsonderwijs en 200 lestijden te omvatten?
Neen. De criteria '50% van het totaal aantal lestijden dient in afstandsonderwijs te worden gegeven' en 'het luik afstandsonderwijs dient minstens 200 lestijden te omvatten' situeren zich op het niveau van de aanvraag. Dit houdt dus in dat de modules die in de aanvraag worden vermeld samen minimum 200 lestijden in afstandsonderwijs moeten omvatten en de opgegeven modules samen voor minimum 50% in afstandsonderwijs dienen aangeboden te worden.
De overdracht van leraarsuren naar een ander CVO en naar volgend schooljaar zijn respectievelijk beperkt tot 2%. Is dit cumuleerbaar? Mag de totale overdacht van beiden dus 4% bedragen?
De overdracht van leraarsuren binnen het schooljaar naar een ander CVO en het overdragen van leraarsuren naar het volgend schooljaar zijn elk beperkt tot 2% maar beide zijn cumuleerbaar. Dit betekent dat er in totaal maximaal 4% van de uren kan verschoven worden.
Dit kan niet. Volgens art 98 §1 van het decreet van 15 juni 2007 is er een verschil tussen de toegekende leraarsuren en de met 10 % verhoogde leraarsuren gegenereerd door de studiegebieden algemene vorming en Nederlands tweede taal (art 98 §2 van hetzelfde decreet).
Art 103 §1 van het decreet stelt dat de overdracht van leraarsuren beperkt
wordt tot 2 % van het aantal toegekende leraarsuren.
Vorige jaren dienden we via een formulier de overdrachten mee te
delen. Dit jaar gebeurt dat via een Edisonzending. Volstaat deze zending
samen met het akkoord van het LOC?
In het kader van de vereenvoudiging van de gegevensstromen hebben we
de melding met een formulier van overdrachten vervangen door een
Edisonzending. Deze zending volstaat. Het protocol van het lokaal
comité moet niet aan de afdeling Volwassenenonderwijs toegezonden worden,
maar moet in het centrum ter inzage van de verificatie bewaard worden.
Meer informatie over deadlines voor het melden van overdrachten.
Twee of meer niet-sequentiële modules kunnen parallel of sequentieel georganiseerd worden.
Bij een parallelle organisatie hebben alle modules dezelfde start- en einddatum en het zelfde registratiemoment. De cursist kan zich tegelijkertijd voor alle modules inschrijven. Vermits de modules een zelfde startmoment kennen, kan een vrijstelling van inschrijvingsgeld op basis van één rechtsgeldig attest verleend worden.
Bij een sequentiële organisatie hebben de modules niet dezelfde start- en einddatum en ook niet het zelfde registratiemoment. De cursist kan zich niet tegelijkertijd inschrijven voor alle modules. Bij elke inschrijving moet een vrijstelling van inschrijvingsgeld gestaafd worden door een attest dat de socio-economische toestand van betrokkene op het ogenblik van de inschrijving weergeeft.
Paasmaandag is een wettelijke feestdag. De principes voor de
vakantieregeling kan u raadplegen via
http://www.ond.vlaanderen.be/infolijn/faq/schoolvakanties/. De lestijden
gepland op een wettelijke feestdag, in dit geval paasmaandag, worden geacht
georganiseerd te zijn. De op deze dag geplande maar niet effectief
georganiseerde onderwijsactiviteiten worden dus niet in rekening gebracht voor
de acht procent.
Voor het zenden van de vrijstellingen van modules, worden de dummycursussen aangemaakt per module. Alle cursisten die voor dezelfde module een vrijstelling hebben verkregen, mogen in één enkele dummycursus worden gezonden. Wanneer er een doorlopende volgorderelatie is, zoals bijvoorbeeld in de opleidingen talen, is er geen zending van vrijstellingen nodig. Deze zendingen mogen beperkt worden tot die modules, waarvoor vrijstelling is verleend door de directeur van het centrum op basis van een attest van EVC of een vrijstellingsproef met het oog op het behalen van een diploma of certificaat. Wanneer er een doorlopende volgorderelatie is, zoals bijvoorbeeld in de opleidingen talen, is er geen zending van vrijstellingen nodig. Voor cursisten die enkel losse modules volgen moeten geen vrijstellingen worden gezonden.
Deze data zijn vrij te kiezen binnen het schooljaar, het
registratiemoment moet vallen tussen de begin- en de einddatum van de
dummycursus.
Indien de verificatie van de registratieperiode is afgesloten kan er echter geen
zending meer worden gedaan van dummycursussen. De nog te zenden dummycursussen
kunnen dan nog alleen worden gezonden in de volgende registratieperiode.
Bijvoorbeeld: Voor het schooljaar 2010-2011 is de verificatie afgesloten op 15 maart 2011 en heeft de verificateur de registratieperiode met geldigheidsdatum 01-04-2010 afgesloten. Indien het centrum daarna nog een dummycursus met vrijstellingen voor het schooljaar 2010-2011 moet zenden, dan kan het die nog zenden met geldigheidsdatum 01-04-2011, begindatum bv. 01-09-2010, einddatum bv. 30-06-2011 en registratiemoment bv. 05-04-2011. Bij voorkeur zullen de vrijstellingen echter gezonden worden samen met de zendingen van de cursistengegevens.
U hoeft geen dummy-zendingen te doen voor de modules die de cursist in een ander centrum volgde. Op basis van het geheel van de behaalde deelcertificaten kan u het certificaat uitreiken. De administratie beschikt immers reeds over de noodzakelijke gegevens door de zendingen van de andere centra.
Neen, vrijstellingen leiden niet tot een studiebewijs.
Bij de combinatie van een diplomagerichte opleiding en een
opleiding algemene vorming worden de twee opleidingen niet als één geheel
beschouwd voor de registratie van vrijstellingen.
De cursist, die al een diploma secundair onderwijs heeft, verwerft het diploma
secundair onderwijs JGZ na het volgen van de opleiding JGZ. Er moet geen zending
vrijstellingen voor de modules van de opleiding algemene vorming gebeuren.
De cursist, die het certificaat algemene vorming heeft behaald, verwerft het
diploma secundair onderwijs JGZ na het volgen van de opleiding JGZ. Er moet geen
zending vrijstellingen voor de modules van de opleiding algemene vorming
gebeuren.
Binnen de opleiding polyvalent verzorgende zijn er vier
leertrajecten. Elk leertraject bouwt voort op het voorgaande. Het leertraject
zorgkundige is het laatste en het meest uitgebreide leertraject. Om het
certificaat te behalen moet de cursist de modules van de drie voorgaande
leertrajecten (logistiek assistent, verzorgende, polyvalent verzorgende) gevolg
hebben of van deze modules vrijgesteld zijn.
Als de cursist op basis van voorkennis of vooropleiding hiervan werd vrijgesteld
moet er een zending van vrijstellingen gebeuren. Indien de cursist echter de
(deel)certificaten van het voorgaande leertraject binnen hetzelfde
structuurschema of opleidingsprofiel heeft behaald, dan worden geen
vrijstellingen gezonden omdat in dit geval de cursist van rechtswege toegelaten
is op basis van (deel)certificaten en het geen vrijstelling betreft in de
eigenlijke zin van het woord.
Stages die kaderen in de specifieke lerarenopleiding moeten niet gezonden worden.
De gegevens die verstrekt moeten worden in het kader van
de zending stages voor het volwassenenonderwijs staan beschreven in de technische
brochure 'Zending stages' op de
website voor schoolautomatiseerders bij de downloads voor lerenden.
Het gaat om gegevens over de cursist, de administratieve groep waarin de stage
kadert, een aantal gegevens over de onderneming of de organisatie waar de stage
plaats heeft, de situering van de onderneming of de organisatie via nummer van
het paritair comité, RSZ werkgeverskengetal en NACE-code en gegevens over de
stage zelf. Ondernemingsnummer en NACE-code kunnen opgezocht worden via de
website:
http://kbopub.economie.fgov.be/kbopub/zoekwoordenform.html
De zendingen van de stages moeten gegroepeerd worden voor de hele instelling. Wij verwachten 1 zending per instelling voor alle stages. Een nieuwe zending overschrijft altijd de vorige zending, ze moet dus steeds volledig zijn voor het betreffende schooljaar. Daarom is het aan te bevelen de zending stages pas te doen na de laatste stage van het lopende schooljaar. U kan de zending stages sturen tegen ten laatste 31 oktober van het daaropvolgende schooljaar.
Stages kunnen enkel per schooljaar worden doorgegeven. Stages die over meerdere schooljaren lopen, dienen opgesplitst te worden. Per schooljaar dient het aantal effectief gelopen stagedagen gezonden te worden en ook de begin- en einddatum van het stagecontract moeten gezonden worden met data die binnen het schooljaar vallen.
Voor cursisten die meerdere stageplaatsen hebben binnen hetzelfde schooljaar, kunnen meerdere stages gezonden worden. Dit betekent dat u voor eenzelfde cursist meerdere stages aanmaakt en doorstuurt in de zending stages.
De registratie van de stages start maar in het schooljaar 2010-2011. Wij vragen geen gegevens op van de vorige schooljaren.
Neen, zoals uit de technische brochure 'Zending stages'
blijkt, is dit niet nodig. Raadpleeg de brochure op
de
website voor schoolautomatiseerders bij de downloads voor lerenden.
De registratie van stages in uren of halve dagen moet omgezet worden naar hele dagen. Een stage van 8 uren is 1 dag stage. 1,4 dagen blijft 1 dag. Vanaf 1,5 dagen moet er afgerond worden naar 2 dagen.
U zendt het effectief gelopen aantal stage-uren.
Als het paritair comité minder posities heeft, dan moet men spaties toevoegen tot men aan zes posities komt.
De afdeling volwassenenonderwijs vraagt de gelopen stages op in het kader van het monitoren van de stage-inspanningen van de verschillende bedrijfssectoren door het agentschap Werk en Sociale Economie. In dit kader is het dus niet relevant om de stage-inspanningen die door buitenlandse bedrijven wordt geleverd door te zenden.
De
afzonderlijke opleidingsprofielen voor de verkorte en verlengde trajecten NT 2
zijn vanaf 1 september 2010 niet meer van toepassing. De
opleidingsprofielen werden ook van de website 'Curriculum' verwijderd. Ook de
onderwijsbevoegdheid van uw centrum zal aangepast worden.
Sinds 1 september 2010 is er nog maar één opleidingsprofiel voor de verkorte en verlengde trajecten NT2. In dit opleidingsprofiel is het aantal lestijden van het standaard traject vermeld. De verkaveling van de leerinhouden over de verschillende modules geldt voor het standaard, het verkorte en het verlengde traject. Alleen het aantal lestijden per module varieert (zie het betreffende besluit).
De administratieve codes voor deze drie opleidingen werd dan ook per 31 augustus 2010 stopgezet. Hierbij vind je een overzicht van de oude en de nieuwe codes.
Het educatief verlof is een bevoegdheid van federale overheid. De vraag werd dan ook aan deze bevoegde overheid voorgelegd. Het antwoord luidt:
Bij de formule 'gecombineerd leren' geven enkel de contacturen - verplichte aanwezigheden op de school - recht op betaald educatief verlof. Indien er voor het schooljaar minstens 32 contacturen voorzien zijn is er voor die uren recht op betaald educatief verlof. Enkel de contacturen mogen als aanwezige lesuren geattesteerd worden. Het vrijblijvend ter beschikking stellen van een 'openleercentrum' kan niet leiden tot een verhoging van het aantal uren betaald educatief verlof.
Aan cursisten mag niet gevraagd worden om een aanvraagformulier betaald educatief verlof te laten invullen door hun werkgever en de werkgever te vragen om te bevestigen dat de werknemer in aanmerking komt voor educatief verlof.
De wetgeving bepaalt immers dat de centra gehouden zijn om onvoorwaardelijk een getuigschrift van regelmatige inschrijving uit te reiken aan de cursisten-werknemers. De werknemer dient dit getuigschrift in bij zijn werkgever. Vanaf dan is de werknemer wettelijk beschermd tegen ontslag.
Hiervoor verwijzen we naar volgend uittreksel uit het onderwijsdecreet II van 31 juli 1990, Art.84ter:
§ 1. Voor de toepassing van artikel 84 bis, § 1, wordt met het diploma van het secundair onderwijs gelijkgesteld :
1° het getuigschrift van hoger middelbaar onderwijs;
2° het diploma van hoger secundair technisch onderwijs;
3° het diploma van hoger secundair kunstonderwijs;
4° de bekwaamheidsbewijzen, die vóór de inwerkingtreding van de wet van 31 juli
1975, gelijkgesteld waren met die vermeld onder 1°, 2° of 3°;
5° het getuigschrift van hoger secundair onderwijs.
Indien het studiebewijs werd uitgereikt voor 01/09/1999:
Het centrum stelt een vervangend attest op, dat samen
met het proces-verbaal van de examens aan het Vlaams Ministerie van Onderwijs en
Vorming wordt voorgelegd. Na visering stuurt het ministerie het attest terug
naar het CVO, dat het dan aan de cursist kan bezorgen.
Indien het studiebewijs werd uitgereikt na 01/09/1999:
Het centrum stelt zelf een attest op en bezorgt dit rechtstreeks aan de cursist.
Het is voldoende dat de cursist ingeschreven is om in aanmerking te komen voor de beperking tot 1.200 euro.
Indien een cursist in verschillende centra een opleiding volgt, dan kan het centrum de beperking alleen toepassen indien het geïnformeerd is over het bedrag dat de cursist reeds in de andere centra voor dezelfde opleiding heeft betaald. Eventueel zal de cursist zelf aan het centrum de nodige informatie bezorgen ofwel kan het centrum de gegevens zelf opvragen voor de cursisten waarvan men weet heeft dat de opleiding gespreid wordt over meerdere centra.
De termijn die in aanmerking komt, is steeds gedurende 4 schooljaren geldig, ook wanneer er een onderbreking is.
Alleen de financierbare cursussen worden in aanmerking genomen voor de berekening van de beperking over vier schooljaren.
Er is geen resultaatsverbintenis voorgeschreven. De cursist
hoeft niet geslaagd te zijn in de module/het leerjaar of in de opleiding.
Indien een cursist een module/ een leerjaar meerdere malen volgt, dan wordt de module/het leerjaar ook meerdere malen meegeteld voor de toepassing van de beperking over vier schooljaren.
Het vijfde schooljaar vervalt de begrenzing tot 1.200 euro en moet hij opnieuw betalen.
Neen, de cursist betaalt het eerste schooljaar 160 euro, het tweede schooljaar betaalt hij 400 euro, het derde jaar betaalt hij 400euro, het vierde schooljaar 240 euro en het vijfde jaar betaalt hij 120 euro.
De Afdeling Volwassenenonderwijs beschikt niet over alle gegevens om de cursisten te kunnen opsporen waarvoor deze begrenzing werd toegepast: sommige centra hebben voor het schooljaar 2007-2008 niet alle gegevens gezonden, het ‘betaalde inschrijvingsgeld’ is voor dat schooljaar in vele gevallen foutief opgegeven in de zendingen, eenzelfde cursist heeft geen uniek stamnummer wanneer hij in verschillende centra is ingeschreven. De Afdeling Volwassenenonderwijs zal na afloop van het schooljaar 2010-2011 een overzicht opvragen aan de centra.
Om toegelaten te worden tot een opleiding van het leer- of studiegebied Nederlands tweede taal in het volwassenenonderwijs moet een cursist voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht. Dit betekent dat de cursist op het ogenblik van zijn inschrijving 16 jaar is of 15 jaar en de eerste twee leerjaren van het voltijds secundair onderwijs heeft gevolgd. Dit is de algemene toelatingsvoorwaarde voor een opleiding Nederlands tweede taal.
In afwijking van deze algemene toelatingsvoorwaarde en mits voldaan wordt aan de voorwaarden kunnen leerlingen van 12 tot 16 jaar vrijwillig en buiten de lesuren van het secundair onderwijs een aanvullende opleiding Nederlands tweede taal volgen in functie van de opleiding die ze in het secundair onderwijs volgen. Leerlingen die aan de algemene toelatingsvoorwaarde voldoen (en dus voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht) kunnen zich inschrijven voor een reguliere opleiding Nederlands tweede taal in het volwassenenonderwijs. Deze leerlingen kunnen niet meer ingeschreven worden in het aanbod voor 12- tot 16-jarigen.
Het is de leeftijd van de betrokken leerling op het ogenblik van inschrijving die bepalend is voor de verificatie. De leerling in kwestie mag dus nog geen 16 jaar zijn noch 15 jaar en de eerste twee leerjaren van het voltijds secundair onderwijs gevolgd hebben.
| Wat moet er in het cursistendossier? |
Cursist met
Belgische nationaliteit: op het
ondertekende inschrijvingsformulier worden de nationaliteitsgegevens en
rijksregisternummer van de cursist vermeld. Dit inschrijvingsformulier
wordt bewaard in het cursistendossier. |
| Moet voor elke nieuwe
inschrijving voor een module in het lopende schooljaar het wettig
verblijf bewezen worden? |
Ja. Het verblijfsdocument moet geldig zijn op het moment van inschrijving voor elke module. |
| Wat met cursisten die voor
22/08/2011(datum communicatie) al ingeschreven werden? |
De maatregel wettig verblijf moet vanaf
01/09/2011 op volgende wijze toegepast worden: -Cursist met
Belgische nationaliteit: op het
ondertekende inschrijvingsformulier worden de nationaliteitsgegevens en
rijksregisternummer van de cursist vermeld. Dit inschrijvingsformulier
wordt bewaard in het cursistendossier. |
| Is het wettig verblijf een
inschrijvingsvoorwaarde of een toelatingsvoorwaarde? Welke gevolgen
heeft dit? |
Het is een inschrijvingsvoorwaarde. Er kunnen geen rechtsgeldige (deel)certificaten, diploma’s of getuigschriften uitgereikt worden aan cursisten zonder wettig verblijf op het moment van inschrijving. |
|
Zijn EU-burgers toegelaten tot het VWO? |
EU-burgers kunnen nog steeds ingeschreven worden in het volwassenenonderwijs. In het vademecum wettig verblijf is het identiteitsbewijs EU-landen opgenomen als bewijs van wettig verblijf. |
|
Onderwijs aan gedetineerden? |
Gedetineerden (zoals vermeld in artikel 2, 16°bis van het decreet van 15 juni 2007) dienen hun wettig verblijf niet aan te tonen. Ze voldoen aan de bepalingen inzake wettig verblijf gedurende de periode dat zij in detentie zitten. Deze regeling geldt niet voor personen die verblijven in gesloten asielcentra, omdat deze niet gevat zijn door de definitie in het voornoemde artikel. |
|
Moeten eurocraten en diplomatiek personeel het wettig verblijf
aantonen? |
Bepaalde eurocraten en diplomatiek personeel zijn niet onderworpen aan onze verblijfswetgeving. Ze hebben geen reguliere verblijfsdocumenten, maar zijn in het bezit van een specifieke verblijfstitel die wordt uitgereikt door de FOD Buitenlandse zaken. Deze specifieke verblijftitels zijn de diplomatieke, consulaire of bijzondere identiteitskaarten. |
|
Kunnen personen die verblijven in een asielcentrum toegelaten
worden tot het volwassenenonderwijs? |
- Gesloten asielcentrum: er kan geen les
gegeven worden aan personen die verblijven in een gesloten asielcentrum.
In deze centra verblijven immers afgewezen of uitgeprocedeerde
asielzoekers en andere mensen zonder papieren in afwachting van hun
repatriëring. |
| Kunnen we nog lesgeven aan asielzoekers? |
Een asielzoeker kan zijn wettig verblijf aantonen op basis van een Attest van Immatriculatie (AI) of een bijlage 35. Heeft de asielzoeker echter enkel een bijlage 25 of bijlage 26 dan
kan dit document enkel aanvaard worden samen met een
|
|
Wat is een biometrisch paspoort? |
Biometrische paspoorten bevatten een foto van het gezicht en vingerafdrukken van de twee wijsvingers. Sommige lidstaten vrijgesteld van visumplicht (pdf, 4 p.) moeten biometrische paspoorten gebruiken. |
| Hoe een au pair inschrijven? |
Het gastgezin van de kandidaat au pair neemt contact op met het Huis van
Nederlands. Het Huis vult een intentieverklaring (pdf, 1 p.) in. Dit volstaat om een arbeidskaart en visum te bekomen voor de au pair. Eenmaal in het land dient de au pair zich aan bij het Huis van het Nederlands voor een intake NT2. Met het visum als bewijs voor wettig verblijf kan de au pair zich inschrijven in het volwassenenonderwijs. Eenmaal ingeschreven stuurt de cursist het inschrijvingsbewijs voor de cursus NT2 naar de Dienst Arbeidsmigratie en Uitzendkantoren. |
|
Volgende documenten worden niet aanvaard als bewijs van
wettig verblijf |
Model 2: verklaring van wijziging van het domiciliëringsadres, gezinssamenstelling, medische identificatiepas, art 9bis, art 9ter, Bijlage 3: ontvangstbevesting van een aanvraag op grond van art. 9bis van de vreemdelingenwet, arbeidskaarten, SIS kaart, syndicaal attest, rijbewijs. |
Een personeelslid is slechts subsidieerbaar wanneer hij/zij
voldoet aan alle
aanstellingsvoorwaarden/bezoldigingsvoorwaarden.
Eén van de voorwaarden is dat hij/zij beschikt over een diploma dat door de
Vlaamse Regering is vastgesteld voor het uitgeoefende ambt.
Aangezien in de
bijlage van het BVR van 9/2/2001 voor het ambt van directeur in een CVO in
elk geval ten minste een masterdiploma is vereist, kan een GLSO niet worden
aangesteld, ook niet als vervanger. Het antwoord is dus twee maal neen.
1/ Zolang het centrum bestuur geen definitief einde heeft gesteld aan de vaste benoeming, kan zijn opdracht opnieuw als vast benoemde worden be
schouwd en zodanig met RL-1 opdrachtenpakket elektronisch
worden opgestuurd.
2/ Wanneer hij als vast benoemde leraar wordt belast met een functie als
ICT-coördinator moet dit inderdaad gebeuren via een verlof TAO.
Er verandert niets aan de berekening van de bedrijfsvoorheffing vergeleken met vorig schooljaar. Zoals dan zullen de prestaties in bijbetrekking als een exceptionele vergoeding worden getaxeerd (tot 56% afhankelijk van de salarisschaal aan 100%).
Wanneer een administratief medewerker als ambtenaar of in een andere openbare dienst prestaties leverde in een bezoldigd ambt, komen die onbeperkt in aanmerking voor de berekening van de geldelijke anciënniteit (volledige kalendermaanden).
Voorbeeld:
- 5 j bij Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
- 7 j bij het OCMW Mechelen
= samen 12 jaar indien boven de minimumleeftijd van de salarisschaal.
Lees hierover meer in de betreffende omzendbrief. Helaas komt nuttige ervaring in privé-ondernemingen of als zelfstandige niet in aanmerking. Er is nog geen wijziging van de regelgeving die ook voor het ambt van administratief medewerker nuttige ervaring zou toelaten, in het voorschiet.
1/ de maand april
Aangezien de geldelijke ancënniteit voor een vastbenoemde per volledige
kalendermaand wordt berekend, gaat de volledige maand april niet in aanmerking
genomen worden voor de berekening van de geldelijke anciënniteit.
2/ de maand juli (of augustus) waar de 2 dagen onbezoldigd
verlof worden aangerekend
De weerslag op de zomervakantie slaat vanaf 1 september 2007 enkel op de
vermindering van het salaris en mag decretaal (DRP) geen tweede vermindering van
de geldelijke anciënniteit meer tot gevolg hebben. In het DRP staat immer
volgende bepaling over de kalenderdagen die niet bezoldigd worden tijdens de
zomervakantie : 'Onverminderd de berekeningswijze van de geldelijke anciënniteit
voor tijdelijke personeelsleden met het recht op uitgestelde bezoldiging, komen
de voormelde dagen wel in aanmerking voor de geldelijke anciënniteit'.
Wanneer het centrum opnieuw over een aantal voldoende uren beschikt om haar te reaffecteren binnen 'hetzelfde ambt', dan hoeft zij ten belope van dit aantal uren niet opnieuw TBSOB gesteld te worden in het oorspronkelijke centrum. Het CVO moet haar ook reaffecteren in het eigen centrum in hetzelfde ambt, wanneer er een vacature is van een volledig schooljaar, ook in een niet vacant ambt. Bijgevolg vervalt de reaffectatie dan in uw centrum ten belope van het aantal uren dat ze minder TBSOB zou gesteld zijn of waarin ze in eigen CVO kan gereaffecteerd worden voor een volledig schooljaar. Zoniet blijft de reaffectatie over de schooljaren heen lopen. Normaal moet het personeelslid het centrumbestuur daarvan in eerste instantie op de hoogte brengen.
Neen, het CVO moet het personeelslid eerst volgens de reglementering terbeschikking stellen wegens ontstentenis van betrekking en dan reaffecteren of wedertewerkstellen in de uren van het vast benoemd personeelslid dat het verlofstelsel opneemt. Ook de opdracht van het vastbenoemd personeelslid met verlofstelsel moet gezonden worden.
Hij krijgt enkel een overheidspensioen voor zijn hoofdambt in het onderwijs, tenzij hij voor de bijbetrekking voor 1/9/1982 was vast benoemd (overgangsmaatregel). Aangezien sociale bijdragen zijn ingehouden en patronale bijdragen zijn gestort op zijn salaris als tijdelijke bijbetrekking, kan hij zijn pensioenrechten laten openen bij de Rijksdienst voor Pensioenen voor Werknemers. Het pensioendossier wordt verder door deze dienst behandeld.
Aanstelling
De aanstelling van een personeelslid gebeurt door de inrichtende macht. Op voorwaarde dat het centrumbestuur de verplichtingen met betrekking tot TBSOB, reaffectatie en wedertewerkstelling en de voorrangsrechten van andere personeelsleden respecteert, kan het een personeelslid op 1 september 2009 als tijdelijke van bepaalde duur aanstellen, ook wanneer het personeelslid een dienstonderbreking wegens moederschapsrust neemt. Aansluitend en/of steeds binnen de periode van de tijdelijke aanstelling is het mogelijk om onbezoldigd ouderschapsverlof te nemen of ouderschapsverlof in het kader van een loopbaanonderbreking.
Elektronische zendingen voor het bevallingsverlof
Melding
Het bevallingsverlof is een niet-opdrachtgebonden dienstonderbreking en wordt
gemeld met een RL2 – gebeurteniscode 23003 met vermelding van de begindatum van
het bevallingsverlof en van de vermoedelijke bevallingsdatum.
Aanvulling
Na de geboorte wordt er een aanvulling opgezonden door middel van een RL2 –
gebeurteniscode 24003 met melding van dezelfde begindatum van het
bevallingsverlof zoals opgegeven in de RL-2 melding bevallingsverlof, en met de
correcte gegevens inzake de effectieve bevallingsdatum (bij miskraam, de datum
miskraam plus aantal dagen dat de werkneemster zwanger was) en met de einddatum
van het bevallingsverlof.
Annulatie
Bij annulatie van een bevallingsverlof wordt het eerst gemelde bevallingsverlof
geannuleerd met een RL2 - gebeurteniscode 25003, gevolgd door een correcte
zending van het bevallingsverlof met een RL2 - gebeurteniscode 23003.
Het is ook mogelijk met een RL2 het bevallingsverlof als een
persoonsgebonden dienstonderbreking 003 elektronisch te melden vanaf 11
augustus t/m 23 november 2009.
Het document 3B dient in de eerste plaats nog steeds ter
controle van de omkadering (vergelijking toegekende pakket leraarsuren met
aangewend pakket leraarsuren).
Bovendien is er voor beleidsinformatie, doorlichting door inspectie en de
regelgeving TBSOB nog steeds informatie nodig over de vakkenrelatie voor de
opdrachten van personeelsleden die als leraar aangesteld zijn in opleidingen
waarvoor er geen goedgekeurd opleidingsprofiel bestaat. De administratie
beschikt niet over deze gegevens via het elektronisch personeelsdossier.
Zodra alle opleidingen gedekt zullen zijn door een goedgekeurd opleidingsprofiel
is er voor voornoemde personeelscategorie geen vakkenrelatie meer nodig. Met
andere woorden: voor de personeelsleden die in een lineaire opleiding staan,
blijft de informatie over de vakkenrelatie noodzakelijk
In het geval dat je rechtstreeks kunt importeren uit je
softwareprogramma, dan kun je de gegevens van je automatisch gegenereerd
document kopiëren naar de niet-gekleurde (= niet beveiligde) cellen van het
document 3B.
Je doet dit in twee stappen: eerst de kolommen A tot D en dan de kolommen K tot
N. Voor de lineaire cursussen vul je dan nog de kolom J in. De kolommen E tot I
worden automatisch ingevuld. In geen geval mag je de beveiliging kraken of
omzeilen of het document namaken. Dit is van essentieel belang, omdat de
gegevens anders niet meer uniform zijn en niet meer door de afdeling kunnen
worden bewerkt voor allerlei doeleinden.
Het document 3B dient als controle op de betalingen. Vermits de leerkracht die een aantal modules tegelijk begeleidt slechts 1 maal betaald wordt, moet hij of zij dus ook maar 1 keer op het document 3B vermeld worden. Je mag daarbij 1 van de modules kiezen die hij/zij begeleidt.
Als de vervanger voor een volledig jaar aangesteld is, dan geef je de gegevens in van de vervanger en zijn ambtsbevoegdheid.
Het document 3B heeft sinds het schooljaar 2010-2011 3000 rijen. Indien dit niet volstaat kun je contact opnemen met de Afdeling Volwassenenonderwijs.
- Wanneer een titularis een volledig schooljaar een verlofstelsel neemt, dan geeft u de gegevens van de vervanger in
- Wanneer een titularis nog verminderde prestaties of een TBSPA58+ uitoefent, dan geeft u de toch nog werkelijk gepresteerde uren in van deze titularis
Voor dienstonderbrekingen die geen volledig schooljaar duren, moet u ALTIJD de gegevens van de titularis doorgeven. Dit is het geval bij elke vorm van arbeidsongeschiktheid, verminderde prestaties of loopbaanonderbreking met een aanvangsdatum die verder ligt dan 1 september.
De opdrachten waarvoor personeelsleden terbeschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking, moet u uiteraard niet op het document 3B vermelden. U vemeldt wel de opdrachten die personeelsleden als gereaffecteerde of wedertewerkgestelde in uw CVO uitoefenen
- in een vacante betrekking
- in een niet-vacante betrekking ter vervanging van personeelsleden die een dienstonderbreking nemen voor een volledig schooljaar.
Voor alle vragen over doorlichtingen verwijzen wij naar de website van de bevoegde entiteit, de onderwijsinspectie.
Op deze website kan je ook alle doorlichtingsverslagen raadplegen van de instellingen die zijn doorgelicht sinds 1 januari 2007. Van instellingen die werden doorgelicht vóór die datum, kun je de verslagen opvragen via e-mail.
12- tot 16-jarige leerlingen uit het voltijds secundair
onderwijs kunnen toegelaten worden tot CVO-opleidingen NT2, mits er voldaan
wordt aan enkele specifieke voorwaarden. Zo moet de school SO o.a. aan de
leerling een attest afleveren met daarin minstens:
- een omschrijving van de taalachterstand van de leerling in functie van de
opleiding die hij in het SO volgt;
- de contactgegevens van de persoon die door de school wordt aangeduid voor de
opvolging van de opleiding/ modules waarvoor de leerling is ingeschreven.
De Huizen hebben decretaal geen opdracht om 12- tot 16-jarige leerlingen uit het voltijds secundair onderwijs op te volgen. Deze leerlingen moeten ook niet ingeschreven en opgevolgd worden in Matrix. De contactpersonen van de school en het betrokken CVO of CBE contacteren elkaar bij aanvang en afronding van de opleiding, bij vroegtijdige stopzetting of stagnatie van de leervorderingen.
De begroting van de administratie is op kalenderjaren gebaseerd en niet op schooljaren, wat verwarring kan scheppen. Een voorbeeld: de vergoedingen voor het schooljaar september 2008-augustus 2009 worden betaald van de begroting 2008, vergoedingen voor het schooljaar 2009-2010 van de begroting 2009, enz. Voorgaande betekent dat bv. facturen voor prestaties tot en met augustus 2009, ten laatste begin december 2009 ingediend moeten worden omdat de administratie na december niet meer over dit budget kan beschikken.
De Infolijn Onderwijs bundelde een aantal veelgestelde vragen over onderwijs.